Het Joods Historisch Museum bestaat vanaf 1932. Het was van 1932 tot 1987 gehuisvest in de middeleeuwse Waag op de Nieuwmarkt. In 1987 heeft het museum het gerestaureerde synagogencomplex aan het Jonas Daniël Meijerplein betrokken.
Museum in De Waag
1932-1987
Op 24 februari 1932 werd het Joods Historisch Museum officieel
geopend. Het museum was gevestigd in een kamertje op de bovenste
verdieping van het Amsterdams Historisch Museum.
In 1955 heropende minister-president dr. W. Drees het museum. Nog
slechts twintig procent van de oorspronkelijke collectie was
aanwezig. Uit openbaar en particulier bezit waren nieuwe objecten
aan de verzameling toegevoegd. Het museum was nu gevestigd op de
gehele bovenverdieping van de Waag.
In 1975 werden twee verdiepingen van het Waaggebouw in gebruik
genomen. Toen was al bekend dat het museum te zijner tijd de vier
Hoogduitse synagogen aan het Jonas Daniël Meijerplein zou kunnen
betrekken. Het nieuwe museum werd geopend op 3 mei 1987.
Museum in
het Hoogduitse synagogencomplex vanaf 1987
Sinds 1943 waren de synagogen waarin nu het Joods Historisch
Museum is gevestigd niet meer als zodanig gebruikt. In 1945 bleken
de afzonderlijke gebouwen geplunderd en het synagogaal meubilair
verdwenen. Pas na een grondige restauratie konden de gebouwen als
Joods Historisch Museum in gebruik genomen geworden. De opening
werd verricht op 3 mei 1987 door H.M. Koningin Beatrix.
Voor zover mogelijk werden tijdens de restauratie de oude
elementen in laat 18e-eeuwse staat hersteld. Ook de kleuren uit die
tijd zijn gebruikt. De vier gebouwen werden met elkaar verbonden
door moderne materialen, zoals glas, staal en beton. Op deze manier
komt tot uiting dat de overgang van synagoge naar museum geen
geleidelijk proces is geweest, maar gerealiseerd is na een breuk in
de geschiedenis.
In 1989 ontving het museum de Council of Europe Museum Prize. De
prijs werd uitgereikt vanwege de moderne aanpassing in de
historische architectuur, die een voor de wereld uniek museum heeft
opgeleverd; ook de inhoudelijke presentatie van het museum werd
geroemd.
In de periode 2004-2007 heeft een ingrijpende verbouwing
plaatsgevonden en zijn de permanente tentoonstellingen
vernieuwd.
In december 2006 werd het Joods Historisch Museum
uitgebreid met het JHM Kindermuseum. Een museum waar kinderen in de
leeftijd van 6 tot 12 jaar kunnen kennis maken met het joodse
leven.
Ontstaan synagogencomplex
Het complex bestaat uit vier synagogen. In de loop der jaren waren
door uitbreiding van de joodse gemeenschap nieuwe gebouwen nodig.
Bovendien was er een groot statusverschil tussen mensen die in de
Grote Synagoge naar sjoel gingen en mensen die in de Dritt Sjoel de
diensten bijwoonden.
Het oudste gebouw is de Grote Synagoge. In 1671 werd de Grote
Synagoge op de eerste dag van joods Pasen (Pesach) in gebruik
genomen. Aannemer en meester-metselaar was Elias Bouman
(1636-1686), die korte tijd later ook de Portugese Synagoge zou
ontwerpen. De Obbene Sjoel dateert van 1685-1686 en
dankt haar naam aan het feit dat zij gebouwd was boven een
vleeshal, die later werd vervangen door een mikwe. Er waren bijna
vierhonderd zitplaatsen.
De Dritt
Sjoel, de derde synagoge, werd omstreeks 1700 opgetrokken op de
plek van een reeds bestaand woonhuis. Nu bevinden zich er de
kantoren en is het gebouw niet meer openbaar toegankelijk.
Tenslotte werd in 1752 de Nieuwe Synagoge ingewijd. Het ontwerp
van de Nieuwe Synagoge is toegeschreven aan stadsarchitect G.F.
Maybaum (overl. 1768). Aanvankelijk stonden hier een kleinere
synagoge (1730) en drie huizen. De Nieuwe Synagoge bood plaats aan
bijna duizend mensen.
Lees meer over de geschiedenis van de collectie van het
Joods Historisch Museum.