In november 1941 werd in de vestingsstad
Theresiënstadt in Tsjechië het gelijknamige kamp in gebruik
genomen. Theresiënstadt functioneerde in de eerste plaats als
gevangenenkamp voor Tsjechische joden en prominente joden uit
andere delen van Europa. Kamp Theresiënstadt was ook ingericht als
doorgangskamp naar onder andere Auschwitz en als propagandakamp om
de vernietiging van Joden te camoufleren. In 1944 bijvoorbeeld werd
na luider wordende geruchten uit de vrije wereld een commissie van
het Rode Kruis toegelaten in het kamp. Met decorstukken als
winkels, café's en een bank en nadat vele gevangenen waren
gedeporteerd naar de vernietigingsmachines in Polen, lukte het de
nazi's om de commissie om de tuin te leiden. Ook de propagandafilm
die datzelfde jaar werd gemaakt was bestemd voor dit doel.
Regisseur van de film was de beroemde Duits-joodse acteur Kurt
Gerron. Na zijn vlucht in de jaren '30 uit Duitsland naar Nederland
trad hij ook op in de Hollandsche Schouwburg.
Van de 140.000 gevangenen die in het kamp verbleven zijn er
33.000 in Theresiënstadt omgekomen en 88.000 gedeporteerd naar
andere kampen. Zo'n vijfduizend Nederlandse joden zijn naar
Theresiënstadt gedeporteerd. Minder dan tweeduizend van hen
overleefden.
In Theresiënstadt bevindt zich momenteel een
herinneringscentrum.