In januari 1943 legde Walter Süskind
contact met Joop Woortman, een niet-joodse verzetsman. Samen met
Henriëtte Pimentel ontwikkelden zij ontsnappingsroutes voor
kinderen uit de crèche. Aanvankelijk werden voornamelijk baby's
gesmokkeld in tassen of iets anders draagbaars en op het Centraal
Station overgedragen aan verzetsmensen. Zij zorgden dan voor
onderduikplaatsen elders in het land. Later werden ook andere
smokkelmethoden toegepast. Kinderen ontsnapten via aangrenzende
panden en tuinen of 'verdwenen' tijdens wandelingen. Sieny Cohen-Kattenburg was kinderverzorgster
in de crèche. Voor haar werk onderhield ze contact met de ouders in
de Hollandsche Schouwburg van de kinderen die ze verzorgde. Zij
probeerde hen regelmatig over te halen hun kinderen te laten
onderduiken en niet te laten deporteren. Pas na ouderlijke
goedkeuring konden kinderen ook daadwerkelijk worden ondergebracht
op een onderduikadres. Vier illegale groepen van kinderwerkers
hebben kinderen uit de crèche ondergebracht en gered. De groep
waarin Joop Woortman actief was, heette de Naamloze
Vennootschap ofwel de NV-groep. Daarnaast was er de Amsterdamse
Studenten Groep van Piet Meerburg, het Utrechts Kindercomité en
de Trouw groep die ook was verbonden met de gelijknamige illegale
krant.