Tot 1940 was de Hollandsche Schouwbrug een populair theater in
de Plantagebuurt in Amsterdam. In 1941 veranderde de Duitse
bezetter de naam van het theater in 'Joodsche Schouwburg'. Vanaf
dat moment mochten alleen joodse musici en artiesten optreden voor
uitsluitend joods publiek. In de loop van de jaren kreeg de
Schouwburg een andere functie toegewezen door de Duitse bezetter.
Vanaf augustus 1942 moesten joden uit Amsterdam en omstreken zich
melden voor deportatie, of werden hier onder dwang naar toe
gebracht. Vele duizenden mannen, vrouwen en kinderen wachtten
vervolgens in de Hollandsche Schouwburg op hun deportatie naar
doorgangskamp Westerbork. Van daaruit werden zij op transport gezet
naar concentratie- en vernietigingskampen.
Na de bevrijding stuitten pogingen om het gebouw weer als theater
te laten functioneren op weerstand. In 1947 kocht de Stichting
Hollandsche Schouwburg het pand aan, waarmee het werd voorkomen dat
de plaats gebruikt zou worden als plek van amusement en plezier. In
1962 werd op de binnenplaats, waar de theaterzaal was, een monument
onthuld ter nagedachtenis aan de joodse slachtoffers. Na een
grondige renovatie volgde in 1993 een indrukwekkende gedenkwand. De
6.700 familienamen die hierop zijn te lezen, symboliseren alle
vermoorde joden van Nederland. Het gebouw is een
rijksmonument.
Lees
hier het artikel De Hollandsche Schouwburg
van Edward van Voolen, rabbijn en conservator van het Joods
Historisch Museum in Amsterdam.