
David Jozef Wijnkoop werd op 11 maart 1876 te Amsterdam geboren als zoon van de rabbijn Joseph David Wijnkoop en Dientje Nijburg. Hij studeerde Nederlands en raakte al vroeg betrokken bij de socialistische beweging. Als Marxist stond hij aan de basis van de Communistische Partij. Hij overleed in 1941 aan een hartaanval.
| geboren | 1876-03-11 Amsterdam |
| overleden | 1941-05-07 Amsterdam |
| vader | Wijnkoop, Joseph David |
| moeder | Nijburg, Dientje |
| partners | Hess, Emma Josephine Rees, Johanna van |
| huwelijken | 1907-08-07 Amsterdam 1912-06-27 Amsterdam |
| beroep | politicus |
| functies | voorzitter Sociaal-Democratische Partij 1918 voorzitter Communistische Partij in Nederland |
David Jozef Wijnkoop werd op 11 maart 1876 op de Nieuwe Herengracht in Amsterdam geboren. Zijn vader was de rabbijn Joseph David Wijnkoop en zijn moeder de in Amsterdam geboren, maar in Londen opgegroeide, Dientje Nijburg. De familie van zijn moeder was werkzaam in de juweliersbranche, waarmee zij in Londen fortuin hadden gemaakt. Het was dan ook een tamelijk deftig milieu waaruit zijn moeder voortkwam. David Wijnkoop bracht in zijn jeugd vaak de vakanties door in Londen. Zijn vader was van eenvoudiger komaf en stamde uit een familie van middenstanders. In de loop van zijn jeugd verhuisde het gezin Wijnkoop naar de Plantage Kerklaan waar zij niet ver van het gemeenschapsgebouw Plancius woonden. Hier werden regelmatig socialistische bijeenkomsten gehouden zodat Wijnkoop al van jongs af aan met het opkomende socialisme vertrouwd raakte.
Hoewel liberaal in zijn religieuze opvattingen, zag zijn vader het toch met lede ogen aan als hij, vanuit zijn raam aan de Plantage Kerklaan, zijn gemeenteleden zag deelnemen aan bijeenkomsten in gebouw Plancius. David, wiens roepnaam Dave (Deef) was, was het eerste kind in het gezin Wijnkoop. Na hem werden nog twee zusters en een broer geboren. De kinderen Wijnkoop bezochten de openbare school op het Weesperplein. Na de lagere school ging Dave naar het Barlaeus gymnasium. Hier werd hij al op jeugdige leeftijd geconfronteerd met het ook in Nederland aanwezige antisemitisme. Op het Barlaeus mochten joden namelijk geen lid worden van de gymnasiastenvereniging 'Disciplina Vitae Scipio'. Dus ook Dave werd van deze vereniging uitgesloten, hetgeen hem zeer gegriefd heeft.
Na het Gymnasium ging Wijnkoop Nederlands studeren. In zijn studententijd raakte hij betrokken bij de socialistische beweging. Inmiddels had hij het joodse geloof afgelegd en beleed hij openlijk het atheïsme. Toch bleef Dave een band houden met de joodse geloofs- en gedachtewereld. In 1899 bezocht Dave in Parijs een internationaal socialistisch studentencongres. De politiek nam Dave zodanig in beslag dat hij ophield met studeren en zich geheel aan de arbeidersbeweging begon te wijden. In 1899 sloot hij zich aan bij de SDAP en in 1900 werd hij redacteur van "Propria Cures". Na een fel artikel over de verloving van Koningin Wilhelmina werd hij uit de redactie gezet.
Binnen de SDAP behoorde Wijnkoop tot de Marxistische groepering. Samen met zijn vriend Willem van Ravesteyn en Jan Ceton vormde Wijnkoop de kern van een nieuwe partij, de Sociaal Democratische Partij (SDP), die zich van de SDAP zou afscheiden. De SDP zou zich vanaf 1918 de Communistische Partij gaan noemen. Bij de Tweede Kamer-verkiezingen in 1918 haalde de SDP twee zetels, waarna Wijnkoop en zijn strijdmakker Ravesteyn hun intrede op het Binnenhof deden. Een jaar later werd Wijnkoop ook in de Gemeenteraad van Amsterdam gekozen. Het was vooral hier dat Wijnkoop een dominerende rol zou gaan spelen. Tijdens de meidagen van 1940 werd Wijnkoop in Hoorn gevangen gezet. In de zomer van 1940 moest hij vanwege de Duitse belangstelling voor zijn persoon onderduiken. Intussen ging zijn gezondheid achteruit. Op 7 mei 1941 overleed hij aan een hartaanval.