
De schrijver Victor Emanuel van Vriesland werd in 1892 in Haarlem geboren en ontwikkelde al jong een grote interesse in literatuur. Met name de bekende dichter J.A. Dèr Mouw had veel invloed op zijn intellectuele en artistieke ontwikkeling. Van Vriesland publiceerde talloze dichtbundels en bloemlezingen en werd na de Tweede Wereldoorlog een bekende figuur die regelmatig optrad op radio en tv. In 1960 kreeg hij de P.C. Hooftprijs. In de jaren daarna publiceerde hij nog verschillende bundels. Victor van Vriesland overleed in 1974 op 82-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam.
| geboren | 1892-10-27 Haarlem |
| overleden | 1974-10-29 Amsterdam |
| vader | Vriesland, Adolph Isidore van |
| moeder | Schoolmeester, Duifje |
| broer | Vriesland, Siegfried Adolph van 1886-05-02=1939-12-04 |
| zus | Vriesland, Rosina Hendrica van 1885-04-30=1942-10-01 |
| partners | Dumittan, Marie Huguenon ?=22-3-1931 Horst, Antonia Wilhelmina van der Baan, Anna Maria Gesina Canivez, Adrienne Germaine Leonie |
| huwelijken | 1917 1938-06-01 1946-10-31 1952-02-07 |
Op 27 oktober 1892 werd Victor Emanuel van Vriesland in Haarlem geboren als tweede zoon van Adolphe Isidore van Vriesland en Duifje Schoolmeester. Zijn vader had als koopman en winkelier in manufacturen een fortuin vergaard en Van Vriesland groeide op in een milieu van nieuwe rijken waarin men het zich kon veroorloven er verschillende dienstmeisjes, een gouvernante, een huisknecht en een tuinman op na te houden. Het was echter geen artistiek milieu waarin hij opgroeide en kunst hoorde er slechts tot de verplichte entourage van de nouveau riche.
Van zijn geboortestad kon Van Vriesland zich later weinig meer herinneren. Toen hij ongeveer drie jaar oud was, verhuisde het gezin naar Amsterdam en toen hij zes was, vestigde de familie zich in Den Haag waar Victor na de lagere school het Gymnasium Hagarum bezocht. Hier leerde hij Martinus Nijhoff kennen die zich evenals Van Vriesland zou ontwikkelen tot een bekend literator en die op het Hagarum één van zijn klasgenoten was.
Van Vriesland was een slechte leerling en toonde eigenlijk alleen belangstelling voor literatuur. Samen met Nijhoff verdiepte hij zich in alle literaire "ismen" van die tijd. Dat hij de school voortijdig zou verlaten, was al met al geen verrassing. Nadat hij van school was afgegaan, kreeg hij onder andere privéles van de bekende dichter Johan Andreas dèr Mouw die grote invloed op zijn intellectuele en artistieke ontwikkeling zou hebben. In bladen als "De Nieuwe Gids" en "De Beweging" publiceerde Van Vriesland in 1911 en 1912 zijn eerste gedichten. In 1913 ging hij in Dijon Frans studeren maar kon, vanwege de inmiddels uitgebroken Eerste Wereldoorlog, na de in Nederland doorgebrachte zomervakantie van 1914 niet meer naar Frankrijk terugkeren. Aan zijn korte verblijf in Frankrijk zou hij echter een blijvende interesse voor de Franse literatuur overhouden.
Van 1914 tot 1917 woonde Van Vriesland in Rotterdam in bij zijn broer Siegfried die er een advocatenpraktijk had en wiens partriciërshuis een trefpunt was van gevluchte Oost-Europese joden. Op deze manier kwam Victor in contact met het zionisme en in 1915 publiceerde hij de brochure "De cultureele noodtoestand van het Joodsche Volk". Een brochure die was voortgekomen uit een lezing die Van Vriesland had gehouden en die hij in zijn jeugdige enthousiasme zo grondig had voorbereid dat hij na pas enige woorden te hebben uitgesproken door uitputting flauwviel.
In 1917 trouwde hij met de uit Zwitserland afkomstige Marie Huguenin Dumittan met wie hij zich een jaar later in Blaricum zou vestigen. Zij leidden hier een bohémien-achtig leven waarbij zij talloze schrijvers en kunstenaars ontvingen. Aan dat relatief zorgeloze leven kwam in 1926 abrupt een einde toen zich bij zijn vrouw een ongeneeslijke geestesziekte openbaarde. Zij werd opgenomen in de psychiatrische inrichting Meerenberg in Santpoort en zou vijf jaar later overlijden. Nadat zijn vrouw ziek was geworden, verliet Van Vriesland Blaricum om er niet meer terug te keren. Hij voelde zich nergens meer thuis, zwierf van adres naar adres en verloor tot overmaat van ramp door de beurskrach van 1929 al zijn geld. Voor het eerst van zijn leven moest hij nu zelf voor zijn levensonderhoud zorgen. Dat deed hij door voor het NRC redacteur kunst en letteren te worden. Zijn bijdragen aan die krant zou hij veel later, in 1958, publiceren in de bundel "Onderzoek en Vertoog".
Naast zijn werk als dichter en redacteur was Victor van Vriesland actief in de Vereniging voor Letterkundigen en was hij medeoprichter van de nog altijd bestaande kunstenaarssociëteit "De Kring" in Amsterdam. Enkele jaren na de dood van zijn eerste vrouw, in 1935, trad Van Vriesland toe tot de redactie van het door Menno ter Braak en Edgar du Perron opgerichte blad "Forum" waarin hij in 1934 en 1935 zitting had. In 1938 hertrouwde hij met schrijfster Tonny van der Horst. Datzelfde jaar verliet hij na een conflict het NRC en werkte hij enige tijd als eindredacteur voor "De Groene Amsterdammer". Voor deze drukke baan was hij echter niet geschikt. Van een uitgever kreeg hij vervolgens de opdracht een bloemlezing uit de Nederlandse poëzie samen te stellen; in 1939 gepubliceerd als "Spiegel van de Nederlandse poëzie door alle eeuwen".
Tijdens de Duitse bezetting dook Van Vriesland als jood onder en schreef toen de wijsgerige studie "Grondslag van verstandhouding", die in 1946/47 in een beperkte oplage verscheen. Na oorlog nam hij de uitgave op zich van de verzamelde werken van zijn oude leermeester Dèr Mouw, die van 1947 tot 1951 in zes delen zouden verschijnen. Ook trad hij in deze periode voor de derde maal in het huwelijk. Ditmaal met Anna Maria Gesina Baan met wie hij twee kinderen kreeg, Johan (1947) en Aline (1948). Het huwelijk liep al snel uit op een scheiding en vele jaren had Van Vriesland geen contact met zijn kinderen. Pas veel later zou zich de gelegenheid voordoen zijn kinderen te leren kennen. Vanaf 1952 deelde hij het leven met zijn vierde echtgenote, Adrienne Canivez, met wie hij aan de Weesperzijde 25 in Amsterdam woonde.
Victor van Vriesland zat in tal van jury's, was regelmatig te horen en te zien op radio en tv en gaf nog een aantal bundels en bloemlezingen uit. Van Vriesland werd vaak voor zijn literaire werk onderscheiden. Zo kreeg hij in 1960 de P.C. Hooftprijs. Daarna gaf hij nog verschillende dichtbundels uit , zoals "Ondoordacht" (1965) en zijn laatste bundel "Bijbedoelingen" (1972). De laatste jaren liet zijn gezondheid te wensen over en leed hij aan astma en emfyzeem. Twee dagen na zijn 82e verjaardag, op 29 oktober 1974, overleed Victor Emanuel van Vriesland in zijn woonplaats Amsterdam.