Sjabtai Tsvi

Sabbatai Sevi

Tsvi, Sjabtai

Op 31 maart 1665 verklaarde Sjabtai Tsvi officieel de Messias te zijn. Daarmee luidde hij de belangrijkste mesiaanse beweging in sinds de vernietiging van de Tweede Tempel in Jeruzalem in het jaar 70; een beweging die naar Sjabtai het sabbatianisme werd genoemd. De hoogtijdagen van deze beweging vielen in de zomer van 1666. Toen volgde een onverwachte wending met Sjabtai's bekering tot de Islam op 15 september 1666. Nog tien jaar zou Sjabtai Tsvi als moslim leven totdat hij op Grote Verzoendag 1676 overleed.

geboren1626-08-01 Smyrna (Izmir)
overleden1676-09-17 Dulcigno (Albanië)
vaderTsvi, Mordechai
broersTsvi, Elija
Tsvi, Joseph

Sjabtai Tsvi, die er al op jeugdige leeftijd van overtuigd was de lang verwachte joodse Messias te zijn, was in de tweede helft van de zeventiende eeuw de grondlegger en naamgever van de messiaanse beweging van het sabbatianisme. Zijn voornaam werd hem gegeven omdat hij op een sjabbat werd geboren en wel op 9 Aw van het joodse jaar 5386 (1 augustus 1626). Die datum is voor een zelfverklaard Messias niet zonder betekenis. De 9e Aw was namelijk volgens de rabbijnse traditie niet alleen de datum waarop de eerste en de tweede tempel werden verwoest, maar ook de datum waarop de Messias geboren zou worden. Dat maakt die geboortedatum natuurlijk ook wel een beetje suspect. De grote Sjabtai Tsvi-kenner Gershom Scholem meent echter dat het feit dat zijn ouders hem Sjabtai noemden erop wijst dat hij daadwerkelijk op een sjabbat werd geboren. De 9e Aw 5386 zou dan, omdat het in 1626 inderdaad op een zaterdag viel, een plausibele geboortedatum kunnen zijn.
Sjabtai Tsvi zag het levenslicht in de Ottomaanse havenstad Smyrna (het huidige Izmir in Turkije). Zijn vader was afkomstig uit de Peloponesos en trok later naar Smyrna waar hij uiteindelijk handelsagent werd voor Nederlandse en Engelse kooplieden. Het was een welgestelde familie waarin Sjabtai opgroeide en zijn broers Elija en Joseph werden koopman. Sjabtai was door zijn familie voorbestemd om een Chacham te worden; een lid van de rabbijnse elite. Hij studeerde bij rabbijnen als Isaac de Alba en Joseph Escapa. De laatste was een van de meest illustere rabbijnen van Smyrna in die dagen. Al jong verzamelde Sjabtai een groep leerlingen om zich heen met wie hij de kabbala bestudeerde. Tussen 1642 en 1648 leefde hij in gedeeltelijke afzondering en openbaarde zich bij hem de eerste symptomen van wat we nu manische depressiviteit zouden noemen. Periodes van depressie werden afgewisseld met periodes van extase en euforie. Zijn hele leven zou hij dit manisch-depressieve gedrag blijven vertonen.
Het was vermoedelijk in een van zijn manische periodes dat hij rond 1648 voor het eerst beweerde de Messias te zijn. Gezien zijn geestelijke labiliteit werd dit toen echter nog niet serieus genomen. Tussen 1646 en 1650 trouwde hij twee keer, maar omdat de huwelijken niet werden geconsumeerd, eindigden ze in echtscheiding. In zijn geboortestad beschouwde men hem als een gek. Toch maakte hij, omdat hij knap was en bovendien muzikaal, veel vrienden. Echte aanhangers had hij echter nog niet. Vanwege het feit dat hij herhaaldelijk beweerde de Messias te zijn, werd hij rond 1651-1654 door de rabbijnen uit Smyrna verbannen.
Enige jaren zwierf Sjabtai Tsvi door Griekenland en Thracië en verbleef langdurig in Thessaloniki waar hij eveneens vele vrienden maakte. Maar ook hier werd hij uiteindelijk vanwege zijn vreemde gedrag verbannen. In 1658 ging hij naar Constantinopel, het huidige Instanbul, waar hij negen maanden doorbracht. Na ook daar verbannen te zijn, keerde hij naar Smyrna terug waar hij tot 1662 een depressieve periode doormaakte.
In 1662 was die periode van depressiviteit kennelijk voorbij en besloot Sjabtai Tsvi zich in Jeruzalem te vestigen. Via Rhodos en Cairo reisde hij naar de Heilige Stad waar hij tegen het einde van 1662 aankwam. Na een verblijf van een jaar werd hij in 1663 op een missie naar Egypte gestuurd waar hij tot de lente van 1665 in Cairo verbleef. Tijdens één van die manische buien waarin hij meende de Messias te zijn, trouwde hij op 31 maart 1664 in Cairo met een meisje van bedenkelijke reputatie die Sara heette. Waarschijnlijk was hij wat dit eigenaardige huwelijk betreft beïnvloed door de profeet Hosea die met een hoer trouwde.
De grote ommekeer in Sjabtai's leven kwam toen hij hoorde dat er in Gaza een heilige man was verschenen, Nathan van Gaza. Sjabtai ging naar hem toe om genezing van zijn geestesziekte te vinden. Rond april 1665 ontmoette hij de heilige man, die inmiddels in een visioen had gezien dat Sjabtai daadwerkelijk de Messias was. Geruchten daarover waren Nathan van Gaza waarschijnlijk al ter ore gekomen tijdens Sjabtai's verblijf in Jeruzalem. In plaats van hem te genezen werd Nathan van Gaza zoveel als Sjabtai's profeet en probeerde hij hem ervan te overtuigen dat hij inderdaad de langverwachte Messias was. Aanvankelijk geloofde Sjabtai het zelf niet meer. Toch ging hij met Nathan op een bedevaartsreis langs verschillende heilige plaatsen. Uiteindelijk keerde hij onder invloed van Nathan terug naar zijn vroegere overtuiging de Messias te zijn. Op 31 maart 1665 (17 siwan) verklaarde hij zich in Gaza officieel tot Messias en benoemde hij twaalf volgelingen als representanten van de 12 stammen van Israël. Het nieuws dat de Messias gekomen was, verspreide zich razend snel. In oktober 1665 drongen de eerste berichten ook in Europa door waar hij in veel joodse gemeenten een grote aanhang kreeg. Ook in Amsterdam was dat het geval. Sommigen verkochten zelfs al hun bezittingen omdat zij meenden spoedig naar het Heilige Land terug te zullen keren.
Als Messias keerde Sjabtai Tsvi inmiddels terug naar Smyrna. De rabbijnen daar probeerde hem nog tegen te houden, maar het was al te laat. Ook de joden van Smyrna geloofden nu in hem. Vervolgens trok hij naar Constantinopel. Op weg daar naartoe werd hij in Gallipoli gearresteerd. In de gevangenis had Sjabtai een soort hofhouding en kreeg er bezoek van zijn inmiddels talrijke volgelingen. De beweging van het sabbatianisme bereikte in juli en augustus 1666 zijn hoogtepunt. Toen volgde op 15 september 1666 een totaal onverwachte wending met de bekering van Sjabtai tot de Islam. Een bekering die zijn volgelingen geschokt achter liet. Toch betekende Sjabtai's bekering nog niet het einde van de beweging. Velen bleven ondanks alles in hem geloven. Als moslim zou Sjabtai Tsvi nog 10 jaar leven. Op Grote Verzoendag 1676 overleed hij, anderhalve maand na zijn 50ste verjaardag. Ook na zijn dood bleef het sabbatianisme bestaan maar in de loop van de achttiende eeuw raakte de beweging gedesintegreerd.



Collectie en mediatheek

 [SABETHAI SEVI]  1685
Verschillende genummerde taferelen die het leven van van Sabbatai Zwi, de uit Smyrna
afkomstige "vermeynden messias der joden", weergeven. Hij is te herkennen aan ...
Collectie > Museumstukken > 07481

meer treffers in Collectie > Museumstukken

 [Ingezonden Stukken.] : Zionisme  1907
De heer Sanders uit Leeuwarden bespreekt vier ingezonden stukken die in de "Leeuwarder
Courant" zijn verschenen met als titel : "Zionisme". Daaronder zijn eigen ...
Collectie > Joodse pers > 20061899

meer treffers in Collectie > Joodse pers

 Messianic mystics  1998
Messianic mystics.
Collectie > Literatuur > 12007452

meer treffers in Collectie > Literatuur

 Radioprogramma OVT [met gesprek over Sjabtai Tswi]  2006
In dit programma een gesprek over Sjabtai Tswi, 'de messias die moslim werd',
met Edward van Voolen van het JHM over Sjabtai Tswi.
Collectie > Audiovisueel > 20000722

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl