
Tobias Tal was van 1881 tot 1895 opperrabbijn van Gelderland en daarna van Den Haag. Hij was een gevierd redenaar en heeft ook vele artikelen op zijn naam staan. Hij heeft het leerplan van Dr. Dünner verdedigd. Tobias Tal is ook de auteur van "Oranjebloesems, uit de gedenkbladen van Nederlands Israel". gaat hij uitvoerig in op de verhouding tussen de Nederlandse joden en het koningshuis.
| geboren | 1847-06-17 Amsterdam |
| overleden | 1898-10-23 Den Haag |
| beroep | rabbijn |
| functies | opperrabbijn ressort Gelderland Ned. Isr. Kerkgenootschap 1881-1895 opperrabbijn Den Haag Ned. Isr. Kerkgenootschap 1895-1898 |
Tobias Tal was een leerling van de bekende opperrabbijn J.H. Dünner en schreef in navolging van hem polemisch-wetenschappelijke artikelen over het jodendom. Na eerst directeur van de gemeentelijke godsdienstscholen te zijn geweest, werd hij op 27 december 1874 geïnstalleerd als rabbijn van de Nederlands- Israëlitische Hoofdsynagoge in Amsterdam. Dit ambt bekleedde hij tot zijn benoeming als opperrabbijn van het ressort Gelderland, waar hij op 26 juni 1881 werd geïnstalleerd.
Tobias Tal was een boeiend spreker en men verzocht hem daarom vaak het woord te voeren. Van zijn hand verscheen in in 1876 een brochure getiteld "Ons godsdienstonderwijs". Dit was een verdediging van het destijds van verschillende kanten aangevallen leerplan van J.H. Dünner. Samen met zijn zwager, de Gelderse rabbijn L. Wagenaar, stelde Tal ook de brochure "Een oud gebouw: een woord aan het Amsterdamsche Israel" samen. Op 26 juni 1881 werd Tal zelf opperrabbijn van Gelderland. Dit ambt zou hij 14 jaar bekleedden. Eind jaren tachtig voerde hij een polemiek over de Talmoed met prof. Oort, redigeerde hij het tijdschrift 'Choreb' (vanaf 1886) en schreef in 1887 het tijdschrift voor de joodse jeugd 'Jedidjah' bijna helemaal vol. Ook in het 'Weekblad voor Israelietische Huisgezinnen' verschenen vele artikelen van zijn hand.
In 1895 werd Tal als opperrabbijn in Den Haag geïnstalleerd. In 1898 hield hij daar een voordracht onder de titel 'Haagsche bruggen, een Joodsche kwestie' die ook in druk zou verschijnen. Zijn laatste werk was een brochure getiteld "Oranjebloesems, uit de gedenkbladen van Neerlands Israel", waarin hij de verhouding tussen de Nederlandse joden en het koningshuis uitvoerig behandelde. Opperrabbijn Tal was ereregent van het Centraal Israel. Doorgangshuis te Leiden en werd in 1887 benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde in Leiden. Op 23 oktober 1898 overleed hij op slechts 51-jarigen leeftijd.
Scheurkalender
1885
object, scheurkalender. makers, anoniem Tal, Tobias. materiaal, papier. datering,
1885. plaats, Nederland. hoogte, 23.5. breedte, 16.3. collectie, Joods Historisch ...
Collectie > Museumstukken > 01296
Conceptbrief
1881-02-04
Conceptbrief van Tobias Tal aan Eduard Douwes Dekker, 1881.
Collectie > Documenten > 00009290
meer treffers in Collectie > Documenten
Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal
1954
Uit de geschriften van opperrabbijn Tobias Tal.
Collectie > Literatuur > 11505424