Hartog Sommerhausen werd in 1781 te Sommerhausen (Niederwehren) geboren, waar zijn vader leider van de joodse gemeente was. In 1797 verhuisde de familie naar Nederland. Hier behoorde Sommerhausen tot de oprichters van genootschappen als Tot Nut en Beschaving en Chanoch La-na'ar al pi darkho.
| geboren | 1781 Sommerhausen; Niederwehren |
| overleden | 1853 Brussel |
| functie | lid Tot Nut en Beschaving 1807 |
Hartog (Hirsch) Sommerhausen werd in 1781 in Sommerhausen (Niederwehren) geboren. Zijn vader was daar leider van de joodse gemeente. Tot zijn achttiende kende hij slechts Hebreeuws en een beetje Duits. Toch zou hij later tien talen leren en schreef hij artikelen in het Nederlands, Frans en Duits voor verschillende West-Europese joodse tijdschriften. Zijn vader verbleef enige jaren in Berlijn en ging daar vriendschappelijk om met Moses Mendelssohn, de voorman van de joodse Verlichting.
In 1797 verhuisde de familie Sommerhausen naar Nederland. Hier behoorde Sommerhausen tot de vriendenclub die het letterkundige genootschap Tot Nut en Beschaving oprichtte. Ook behoorde hij samen met Mozes Lemans, Mozes Cohen Belinfante en anderen tot de oprichters van het opvoedkundige genootschap Chanoch La-na'ar gnal pie darkoo (voed het kind op naar zijn aard). Na de stichting van het Koninkrijk der Nederlanden vestigde Sommerhausen zich in 1817 in Brussel. Hij is daar tot zijn dood in 1853 blijven wonen. Hij organiseerde het joodse onderwijs in Brussel en was een van de eerste voorvechters van het Vlaams als officiële taal. Onder de vele genootschappen waar Sommerhausen lid van was behoorde ook de vrijmetselarij. Hij wist het tot de hoogste graad te brengen.