
Elie Smalhout (1889-1939) was van zijn 16e tot zijn 30e diamantbewerker en richtte zich daarna op de tekenkunst. Hij volgde de stromingen de "Amsterdamse School" en de "Nieuwe Zakelijkheid" en werd ontwerper van de SDAP.
| geboren | 1889-09-23 Amsterdam |
| overleden | 1939-09-08 |
| vader | Smalhout, Barend |
| moeder | Metzelaar, Sientje |
| partner | Sombogaart, Bregtje 1894-02-18=1991-12-03 |
| huwelijk | 1918 |
| beroepen | diamantbewerker kunstschilder |
| functies | leraar tekenen Ambachtschool in Alkmaar 1927=1939 leraar Nijverheidsschool 'A.B. Davids' 1929=1939 lid Alg. Woningbouw Vereniging 1913=? ontwerper SDAP |
Elie Smalhout (1889-1939) groeide op in een vrijzinnig joods gezin in Amsterdam. Zijn ouders waren arm en werkzaam in het diamantvak. Ook Elie kwam aanvankelijk in het diamantvak terecht. Na de lagere school ging hij tot zijn 15e jaar als hulpje werken in het atelier van Albert Hahn. Hahn was een bekende tekenaar van spotprenten en van hem kreeg Smalhout zijn eerste tekenlessen. Uiteraard werd Smalhout's tekenkunst door Hahn beïnvloed, maar hij ontwikkelde ook een eigen stijl bij het schetsen van 'joodse typen'.
Van zijn 16e tot zijn 30e werkt Smalhout als diamantbewerker. Maar zijn vrije tijd besteedde hij aan tekenen. Zijn inspiratie vond hij vooral in de oude jodenbuurt in Amsterdam . Hij ging zich interesseren voor het socialisme en werkte mee aan het socialistische blad "De Notenkraker". In 1920 raakte hij zijn baan als diamantslijper kwijt en ging werken op het architectenbureau Gratema en Versteeg. Hij kreeg vanwege zijn verdienstelijk werk voor dit bureau een studiebeurs van de stichting 'Plaats voor Begaafden'. Hierdoor was hij in staat aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam te gaan studeren. Medecursisten waren onder andere Ro Mogendorff, Moos Cohen, Leo Pinkhof en Jan Rot.
In deze periode ging zijn belangstelling vooral uit naar het kopergraveren. Vanaf 1922 specialiseerde hij zich in het etsen en graveren en maakte hij prenten naar Dürer en Lucas van Leyden. In 1926 verliet Smalhout de Rijksacademie met op zak de Lagere Akte en twee Middelbare Nijverheidsakten. Smalhout volgde de bestaande stromingen zoals de Amsterdamse School en de Nieuwe Zakelijkheid. In 1927 kreeg Smalhout een baan als leraar handtekenen en handvaktekenen aan de Ambachtschool in Alkmaar en twee jaar later werd hij benoemd tot leraar aan de A.B. Davidschool in Amsterdam. Tot zijn vroege dood bleef hij aan deze twee scholen verbonden. Al in 1913 werd hij lid van de Algemene Woningbouw Vereniging die de bouw van goede en goedkope arbeiderswoningen tot doel had. In 1918 trouwde hij met Bregtje Sombogaart met wie hij ging wonen in een huis aan het Transvaalplein in Amsterdam-Oost. Uit dit huwelijk zouden twee kinderen geboren worden. In de Transvaalbuurt heerste grote saamhorigheid tussen de bewoners, waaronder zich een groot aantal joden bevonden. Veel bewoners waren lid van de SDAP en al snel werd Smalhout gevraagd om als ontwerper voor die partij te werken. Hij ontwierp brochures, affiches, schilderingen op schuttingen en straten, praalwagens en tableaux-vivants. Daarnaast maakte hij ook tekeningen voor diverse dag- en weekbladen en spotprenten en propagandatekeningen voor vakbondsbladen.
Doordat zijn gezondheid verzwakt, werkte Smalhout in de jaren dertig minder voor de partij en de vakbeweging. Bovendien nam in het algemeen het elan van de socialistische beweging af. Hij ontwierp nog drie glas-in-lood ramen voor onder andere de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond. Door de jaren heen verzorgde Elie Smalhout illustraties voor het joodse weekblad "De Vrijdagavond" en voor het Joods Nationaal Fonds. Zijn stijl was steeds traditioneel en vol symboliek: stoere arbeiders, het bovenlijf ontbloot, een opkomende zon, en als vijand de dikke, sigaarrokende, arbeiders-uitbuitende kapitalist. Op 8 september 1939, een week nadat de Duitsers Polen waren binnengevallen overleed Elie Smalhout.