David Mozes Sluys

Sluys, David Mozes

David Mozes Sluys (1871-1943) promoveerde in 1904 op het proefschrift "De maccabaeorum libris I & II Quaestiones". Hij werd in 1933 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. In 1943 werd hij met zijn vrouw en zijn oudste dochter gedeporteerd.

geboren1871-05-29 Amsterdam
overleden1943-07-09 Sobibor
vaderSluys, Jacob
moederJongh, Elizabeth de
partnerLevie, Rosette
huwelijk1907-04-11
functiessecretaris Ned. Isr. Kerkgenootschap
secretaris Ned. Isr. Hoofdsynagoge Amsterdam

In de Rapenburgerstraat, midden in de oude Amsterdamse jodenbuurt, werd op 29 mei 1871 David Mozes Sluys geboren als oudste zoon van de diamantslijper Jacob Sluys en Elizabeth de Jongh. Het gezin Sluys zou uiteindelijk uit vier jongens en vier meisjes gaan bestaan. David Sluys was een intelligent jongetje en studeerde aan het Nederlands Israelietisch Seminarium, waar hij een middelbare rabbinale opleiding volgde. In 1891 richtte Sluys de Nieuw Israelitische Begrafenisvereniging op om daar vervolgens de directeur van te worden. Toen hij 21 was, legde hij met goed gevolg het Maggid-examen af (een soort doctoraal-examen in de joodse wetenschappen). Daarnaast studeerde hij klassieke letteren, waarvoor hij op 31 maart 1898 het doctoraal examen aflegde. In juli 1904 promoveerde hij cum laude op een dissertatie over de boeken der Maccabeeën, getiteld "De Maccabaeorum Libris I et II quaestiones".
Nu hij gepromoveerd was, had hij de keuze tussen leraar worden aan een gymnasium of een universitaire loopbaan als classicus. Daarnaast bezat hij rabbinale bevoegdheid vanwege zijn behaalde Maggid-graad. Toch koos hij voor geen van deze mogelijkheden maar koos voor een bestuurlijke loopbaan en aanvaardde in 1905 de functie van adjunct-secretaris van het Nederlands Israelitisch Kerkgenootschap (NIK). Een jaar later ging hij diezelfde functie ook bekleden bij de Nederlands Israelitische Hoofdsynagoge (NIHS). In opdracht van de NIHS zette hij in 1906 een bevolkingsregister op van in Amsterdam wonende joden.
Op 11 april 1907 trouwde David Mozes Sluys met Rosette Levie, dochter van de bekende violist Louis Levie. Het echtpaar kreeg drie dochters, die alle drie zeer muzikaal begaafd waren. In 1911 werd hij secretaris van zowel het NIK als de NIHS. Hij stond bekend als een strenge chef en werd door sommigen gevreesd. In de buurt waar hij woonde kreeg hij zelfs de bijnaam "de dictator van het Meyerplein". Degenen met wie hij samenwerkte en samenwoonde vonden hem echter erg aardig; "een prettige chef" of "de beste vader" en David Sluys genoot in intieme kring dan ook veel aanzien.
Sluys heeft veel publicaties op zijn naam staan, vooral over de geschiedenis van de Joodse Gemeente van Amsterdam waaronder "Uit de geschiedenis der Groote Synagoge der Hoogduits-Joodsche Gemeente te Amsterdam in de jaren 1768-1814" en "Synagogenbouw bij de Hoogduits Joodsche Gemeente te Amsterdam tot 1890". Veel van zijn publicaties schreef hij naar aanleiding van jubilea en herdenkingen en vaak maakte hij dan gebruik van het archief van het NIHS.
Op 1 april 1924 kwamen Koningin Wilhelmina, Prins Hendrik en Prinses Juliana op bezoek in de Grote Synagoge. Dit was een hoogtepunt in Sluys' loopbaan als secretaris van het NIHS. In 1931 werd zijn 25-jarig jubileum gevierd en in 1933 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau, een duidelijk gebaar van goede wil tegenover de joodse gemeenschap, zo kort na de machtsovername van Hitler in Duitsland. Sluys heeft zich tijdens zijn periode als secretaris ingezet voor het bouwen van synagogen en joodse scholen in andere gebieden in Amsterdam dan rond het Jonas Daniel Meyerplein. In die tijd gingen de joden zich namelijk meer verspreiden door de stad.
Op 31 december 1942 droeg hij zijn taak bij de NIHS over aan E.E. van der Horst, maar zijn functie bij het NIK bleef hij vervullen. Op 27 april 1943 werd hij gedwongen met zijn gezin te verhuizen naar de Transvaalbuurt, waar ze bij de razzia van 20 juni 1943 werden opgepakt. Ze werden naar Westerbork getransporteerd, daarna naar Sobibor en op 9 juli 1943 vermoord. De enige van het gezin die de oorlog heeft overleefd, is hun dochter Hester, die al voor de capitulatie naar Engeland was gevlucht.

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl