Leo Simons werd geboren in 1861 in Den Haag geboren. Hij was toneelrecensent van "De Opregte Haarlemsche Courant", redacteur van "Het Toneel" en leraar aan de school van het "Het Nederlandsch Toneelverbond". In 1905 richtte hij de Wereldbibliotheek op. Kort voor zijn dood, in 1932, voltooide hij het standaardwerk 'Het drama en het Toneel in hun ontwikkeling'. Daarnaast schreef hij onder meer 'Vondel als levensleider'.
| geboren | 1862-08-01 Den Haag |
| overleden | 1932-06-11 |
| vader | Simons, Mozes |
| moeder | Simons-de Sterke, Kaatje |
| partner | Mees, Josine |
| beroepen | toneelrecensent uitgever leraar aan toneelschool |
| functie | lid Amsterdamse gemeenteraad 1905-11 |
Leo Simons werd op 1 augustus 1862 in Den Haag geboren als zoon van Mozes Simons en Kaatje de Sterke. Het was een tamelijk welgesteld middenstandmilieu waarin hij opgroeide als een van de tien kinderen in dit joodse gezin. Hoewel de familie de arme Haagse jodenbuurt rond de Wagenstraat was ontgroeid, bleef ze betrokken bij het joodse leven. Zo was Leo's oom Levy parnas en bestuurslid van het joodse ziekenhuis en zat zijn oom Jacob in de kerkenraad.
Simons, die vooral bekend is geworden vanwege zijn activiteiten op het gebied van de leesbevordering, leerde al op de HBS schrijvers als Vondel, Potgieter en Multatuli kennen en waarderen. Na de HBS volgde hij een jaar lang lessen aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Vervolgens vertrok hij naar Londen om er tekenonderwijs te volgen aan de Kensington Art School en studeerde ook nog korte tijd aan de Polytechnische School in Delft. Vervolgens schreef hij zich in aan de Universiteit Leiden waar hij in 1884 de akte Middelbaar-Nederlands behaalde.
Na korte tijd les te hebben gegeven aan de Openbare Handelsschool in Amsterdam was Simons van 1885 tot 1893 toneelrecensent van "De Opregte Haarlemsche Courant". Vanaf 1897 was hij vier jaar lang redacteur van het officiële orgaan van Het Nederlandsch Toneelverbond, "Het Toneel" en leraar aan de toneelschool van diezelfde bond. Ook schreef hij in deze periode zelf toneelteksten die hij echter niet uitgegeven of opgevoerd kreeg. Gezien zijn interesse in toneel hoeft het geen verbazing te wekken dat hij trouwde met een actrice, de uit de bekende Rotterdamse bankiersfamilie Mees stammende Josine Mees.
Op 1 mei 1905 richtte Simons de Maatschappij tot Verspreiding van Goede en Goedkope Literatuur op, die bekend zou worden als de Wereldbibliotheek. Simons zou deze Maatschappij tot 1930 leiden. Het boekenvak had hij leren kennen in de jaren 1893-1897 toen hij zich in Londen als vennoot had ingekocht bij de uitgever Henry & Co. Helaas ging deze firma in 1897 failliet aan een veel te dure Nietzsche-vertaling. Het doel dat Simons met de Wereldbibliotheek voor ogen stond was het volk te leren lezen. De boeken waren dan ook erg goedkoop. Het eerste jaar kostten ze slechts 20 cent (gebonden 40 cent) en zagen er desondanks verzorgd uit. Naast zijn werk voor de Wereldbibliotheek leverde Simons bijdragen aan "De Gids" en publiceerde hij studies over Ibsen, Vondel ('Vondel als levensleider', 1929), Meredith en Shaw. Ook sociale en joodse vraagstukken hadden zijn aandacht. Zo publiceerde hij in 1925 een brochure onder de titel 'Joods Nationalisme en Assimilatie'.
Sinds 1913 was ook Spinozakenner Nico van Suchtelen bij de Wereldbibliotheek werkzaam. In 1925 werd hij mededirecteur en in 1930 nam hij samen met P. Endt de leiding van Simons over. Kort voor zijn dood voltooide Simons 'Het drama en het Toneel in hun ontwikkeling', een in vijf delen uitgegeven standaardwerk over de geschiedenis van het theater. Leo Simons overleed op 11 juni 1932.