Willem Frederik Schurmann

Willem Frederik Schürmann werd in 1876 in Rotterdam geboren. Op 19-jarige leeftijd vertrok hij naar Amerika, waar hij werkzaam was op handelskantoren. Reeds op jonge leeftijd leverde hij kluchten voor uitvoeringen van rederijkerskamers e.d. In kranten publiceerde hij feuilletons over zijn Amerikaanse reizen. In 1906 verschijnt zijn enige roman, 'De Berkelmans'. Schurmann schreef toneelstukken, waarvan met name 'De Violiers' uit 1911, met Willem Royaards in de hoofdrol, een groot succes was.

geboren1876
overleden1915-01-17 Rotterdam
broersSchürmann, Joseph
Schürmann, Anton
Schürmann, Eduard
Schürmann, Jules
Schürmann, J.G.
beroepletterkundige

De vader van de in 1876 geboren Willem Frederik Schürmann , J.G. Schürmann, was een uit Duitsland afkomstige, katholieke emigrant, die in Nederland met een joodse vrouw trouwde. Het gezin vestigde zich in Rotterdam, waar vader Schürmann een kledingmagazijn had. Willems moeder was een artistiek begaafde vrouw. In het gezin werden acht kinderen geboren. De oudste, Joseph, schreef reeds in 1879 het toneelstuk 'Gabrielle' dat opgevoerd werd door het Nederlands Toneel. Joseph werd impressario van Sarah Bernhardt en maakte carrière in het Parijse toneelleven. Een andere zoon, Anton, kwam in de zaak, maar was daarnaast voorzitter van een amateur-toneel-vereniging. Hij vertaalde toneelstukken uit het Frans. Hij overleed jong en werd in de zaak opgevolgd door zijn broer Eduard, later voorzitter van de Middenstandsbond, vice-voorzitter van de Kamer van Koophandel en liberaal raadslid. Bovendien was hij belezen in de Franse letterkunde en geschiedschrijving. Jules Schürmann was operazanger en dichter (een van zijn bundels werd ingeleid door Willem Kloos). De jongste zoon, J.G. Schürmann, werd advocaat en schreef een leerboek voor handelsrecht en toneelstukken. In 1941 verschenen zijn memoires: 'Advocatenherinneringen'.
Willem Frederik, die met de reeds genoemde Eduard na het overlijden van Anton de zaak overnam, vertrok op negentien-jarige leeftijd naar Amerika, waar hij gedurende drie jaar werkzaam was op handelskantoren in New York en Philadelphia. Terug in Nederland besloot hij zich geheel aan de letteren te wijden. Reeds vroeg leverde Willem kluchten voor uitvoeringen van rede-rijkerskamers en dergelijk. Opvoeringen vonden plaats in de Tivoli Schouwburg, door gezelschappen en verenigingen als De blauwe Acoleye, Elck wat wils en J.J. Cremer. Daarnaast schreef hij monologen waarvan er enkele werden voorgedragen door Willem van Zuylen. Schürmann bewonderde schilders als Van Konijnenburg, Mauve, Maris en, bovenal, Israëls. Zijn literaire voorkeur ging uit naar Thackerey, Heine, Keats, Shelley en Verlaine.
In de "Nieuwe Courant" en "Het Rotterdamsch Dagblad" publiceerde Schürmann feuilletons over zijn Amerikaanse reizen (als vertegenwoordiger van zijn oudste broer Joseph bereisde hij Amerika met Isidora Duncan), later gebundeld onder de titel 'Sterren en strepen'. Andere verspreide schetsen en verhalen werden gebundeld in 'Huwelijken' en 'Scheidingen'. In 1906 werd in de Groote Schouwburg zijn toneelstuk 'De paddestoelen' door het gezelschap van Van Eijsden opgevoerd. Het stuk is de geschiedenis van een man die zijn vrouw heeft verlaten en door een huwelijk in de hogere sfeer van het artistieke leven niet vindt wat hij verwacht had. In datzelfde jaar wordt zijn enige roman, 'De Berkelmans', gepubliceerd. In dit omvangrijke, naturalistische werk staan het streven naar maatschappelijk nut (vader Berkelmans) en artistieke en idealistische onmaatschappelijkheid (de kinderen) tegenover elkaar. De 'middenstandsroman' 'De Berkelmans' werd in 1939 door het toneelgezelschap van Jan Musch opgevoerd in de bewerking van Jaap van der Poll. Verhalenbundels verschenen in 1907 ('In extremis') en 1910 ('De beul').
In 1907 publiceerde Schürmann het drama 'Het dubbele leven', over de zaak Pincoff. In het stuk 'Veertig' (1910) besluit een een geslaagd zakenman en bon-vivant er op ietwat gevorderde leeftijd toe een jong meisje te trouwen. Hij moet echter het veld ruimen voor een blaag in cadetten-uniform. In 'De Violiers' (1911) wordt het milieu geschetst van joodse ramsjers. Het stuk was een enorm succes en bij Schürmann's dood, begin 1915, was het al tweehonderd maal gespeeld. Willem Royaards nam de rol van Mark Violier op zich. Schürmann verbleef - mede om gezondheidsredenen - regelmatig in het buitenland. Zo bracht hij twee winters op Sicilië door en bereisde hij met zijn broer Eduard Italië. Hij was bevriend met de dichter-zanger Speenhoff, Arie van Veen, de acteur Cor van der Lugt Melsert, Mien Duymaer van Twist, de cellist Hans Kindler, Bernard Canter, Dop Bles, Johan de Meester, Henri Dekking en Cocheret. De vrijgezel Schürmann stierf op 27 januari 1915 in zijn woning in de Rotterdamse Korte Hoogstraat. In 1924 werd in Rotterdam een monument ter ere van hem onthuld.

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl