
Jacob Sasportas (1610-1698) beklede op div. plaatsen rabbinale functies. Hij trad fel op tegen de bewering dat Sabbatai Tsewie Messias zou zijn. Hij woonde o.a. in Marokko, Amsterdam, Londen en Hamburg.
| geboren | 1610 Oran (Algerije) |
| overleden | 1698-04-15 Amsterdam |
| vader | Sasportas, Aaron |
| partner | Toledano, Rachel |
| beroep | opperrabbijn |
| functies | opperrabbijn Sjaar Haschjamajiem (londense gemeente) 1664=? opperrabbijn hoogduitse gemeente Amsterdam 1693=1698 rector Jesibade los Pintos (Rotterdam) 1673=? |
Jacob Sasportas werd in 1610 in Oran (in het huidige Algerije) geboren als zoon van de rabbijn Aaron Sasportas. Net als zijn vader werd Jacob in het naburige Marokko opgeleid tot rabbijn. Hij ontwikkelde zich tot een groot Talmoedgeleerde en stamde naar eigen zeggen af van de grote geleerde Nachmanides (1194-ca. 1270). Hij trouwde met Rachel Toledano, dochter van Daniël Toledano. Zijn schoonvader was een tamelijk belangrijk man die een diplomatieke functie bekleedde voor de sultan van Marokko. Kort na zijn huwelijk met Rachel werd hij benoemd tot rabbijn van de Joodse gemeentes van Salé en Tlemcen (eveneens in het huidige Algerije).
Op 25-jarige leeftijd werd Sasportas door de koning van Spanje tot Moors tolk benoemd, een functie die hij drie jaar zou uitoefenen. Na een conflict met de machthebbers trok Sasportas met zijn gezin noodgedwongen naar Europa. Na eerst langs joodse gemeenten in Duitsland en Italië te zijn getrokken kwam hij in 1651/1652 voor het eerst in Amsterdam aan. In 1655 begeleidde hij de bekende Amsterdamse drukker en geleerde Menasse ben Israel op een reis naar Engeland. Hier probeerden zij de Engelse machthebber Cromwell ervan te overtuigen de joden weer tot Engeland toe te laten, waaruit zij sinds 1290 waren verbannen. Kennelijk had de missie succes want in 1656 liet men de joden na meer dan 350 jaar weer in Engeland toe. In 1659 keerde Sasportas nog éénmaal terug naar zijn geboortegrond waar hij met een diplomatieke missie naar Spanje werd belast. Daarna vestigde hij zich in Hamburg. De joodse gemeenschap van Londen groeide inmiddels gestaag en in 1664 werd Sasportas er tot chacham benoemd. Tijdens de pestepidemie van 1666 vluchtte Sasportas met zijn gezin uit Londen en vestigde zich weer in Hamburg. Het was hier dat hij verbleef tijdens het hoogtepunt van de messiaanse beweging van het sabbatianisme. Deze beweging was genoemd naar Sjabtai Tsvi, de man die zichzelf in 1665 in het Heilige Land tot de joodse Messias had uitgeroepen. Overal, ook in Amsterdam en Hamburg, kreeg Sjabtai Tsvi vele aanhangers. Na aanvankelijk voor een korte tijd enthousiast gereageerd te hebben op de komst van de Messias, ontwikkelde Sasportas zich vervolgens tot één van de felste tegenstanders. Een houding die, in de massahysterie die rond Sjabtai Tsvi was ontstaan, wel enige moed vereiste. Talloze brieven en pamfletten schreef hij tegen de beweging. Deze brieven werden later onder de titel "Tsitsit Noveel Tsvi" gepubliceerd en zij vormen de belangrijkste bron van onze kennis van het sabbatianisme. Het is vooral aan deze brievenuitgave dat Sasportas zijn postume roem ontleent. In deze brieven wees hij onder andere op de verschillen tussen wat er volgens de joodse traditie in de messiaanse tijd zou moeten gebeuren en wat er daadwerkelijk in de hectische jaren 1665 en 1666 gebeurde.
In 1670 zou hij door de gebroeders Isaäc, Jacob en Mozes de Pinto naar Amsterdam zijn gehaald om er als rector voor de door hen opgerichte academie, de Jeshiba de los Pintos, te fungeren. Na de inwijding van de nieuwe Portugese Synagoge, in 1675, hield Sasportas een predicatie in dit nieuwe Godshuis. In 1678 vinden we hem in Livorno waar hij tot 1680 zou blijven. Toen werd hij naar Amsterdam beroepen als Talmoedleraar van het Portugees-joodse seminarium Ets Haim. Op 73-jarige leeftijd werd hij lid van het Beth Din, de rabbinale rechtbank van de Portugees-joodse gemeente.
Zijn voornaamste ambitie was echter om rabbijn te worden van die gemeente. Ondanks zijn grote geleerdheid was Sasportas er namelijk nooit in geslaagd een vaste gemeente te vinden. Hij zou de ambitie van een eigen gemeente pas in 1693, op 83-jarige leeftijd, waarmaken. Een zekere bitterheid had zich vanwege zijn gefnuikte ambities van Sasportas meester gemaakt. Zijn tamelijk moeilijke karakter speelde hierin waarschijnlijk een rol. Ook de felle polemieken waarin Sasportas bij tijd en wijle verzeild raakte zijn waarschijnlijk deels aan zijn moeilijke karakter te wijten. Na het rabbinaat vijf jaar vervuld te hebben, overleed Sasportas op 15 april 1698 in Amsterdam en werd hij op de Portugees-joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel begraven. Zijn rabinale responsa werden in 1737 door zijn zoon Abraham uitgegeven onder de titel "Ohel Ya'acov".
| geboren | 1765-10-21 |
| overleden | 1839-01-06 |
| partner | Soep, Naatje Isaac |
| huwelijk | 1838-09-05 |
[Jacob Sasportas]
1698
Rabbijn Jacob Sasportas ter halver lijve en trois quart naar rechts. In de rechterhand
een veren pen. Familiewapen met zes deuren in een cartouche.
Collectie > Museumstukken > 07358
meer treffers in Collectie > Museumstukken
British chief rabbis : 1664-2006
2007
British chief rabbis : 1664-2006.
Collectie > Literatuur > 12014092
meer treffers in Collectie > Literatuur
Hebben de Geestelijken der Port. Israel. Gemeente te Amsterdam vóór 1666, geen...
1898
De heer JM Hillesum gaat in op de artikelenserie "Bibliografische
Opmerkingen" van de heer D. Montezinos.
Collectie > Joodse pers > 20045477