David Ricardo

David Ricardo werd in 1772 te Londen geboren als telg uit een sefardische familie die in de zeventiende eeuw naar de Republiek was geëmigreerd. David Ricardo werd op 11-jarige leeftijd naar Holland gestuurd om er kennis van de moderne talen op te doen. Nadat hij zich uit zijn zaken had teruggetrokken ontwikkelde hij zich tot een vooraanstaand econoom. Hij overleed in 1823.

geboren1772-04-18 Londen
overleden1823-09-12 Londen
vaderRicardo, Abraham
moederDelvalle, Abigail
partnerWilkinson, Priscilla Ann
huwelijk1793-12-20 Londen
beroepeffectenhandelaar

David Ricardo werd op 18 april 1872 in Londen geboren als derde kind van Abraham Ricardo (1738-1812) en Abigail Delvalle. Rond 1650 waren zijn voorouders, vermoedelijk als marranen of schijnchristenen, uit Spanje naar Livorno vertrokken. Daarna gingen zij onder andere naar Amsterdam, waar zij openlijk tot het jodendom terugkeerden. Het was daar dat zijn grootvader Joseph Israel Ricardo in 1699 werd geboren. De vader van David Ricardo, Abraham Ricardo, vertrok in 1760 als jonge vrijgezel naar Londen en is daar min of meer bij toeval gebleven en trouwde er in 1769 met Davids moeder.
Door zijn vader was David Ricardo voorbestemd tot een carrière in het zakenleven. Daarom stuurde deze hem in 1783 op 11-jarige leeftijd naar Nederland om er Nederlands, Frans en Spaans te leren. Zo ongelukkig was hij dat hij van zijn familie was gescheiden, dat hij er, naar eigen zeggen, alleen kennis van het Nederlands opdeed. Waarschijnlijk heeft hij in Amsterdam ook de Talmud Toraschool bezocht waar hij zich voorbereidde op zijn bar mitswa. Teruggekeerd in Londen kreeg Ricardo privé-lessen en een gewone schoolopleiding. Hij ontving echter geen klassieke universitaire opleiding. De jonge David assisteerde vanaf zijn veertiende jaar zijn vader op de Londense effectenbeurs.
Op 20 december 1793 trouwde David Ricardo met de Quaker Priscilla Ann Wilkinson. Uit dit huwelijk zouden veel kinderen geboren worden. Zijn huwelijk met een niet-joodse vrouw leidde tot een breuk met zijn familie. Gedwongen door de omstandigheden vestigde hij zich nu als zelfstandig effectenhandelaar in de Londense City. Daarin was hij zeer succesvol en reeds na enkele jaren beschikte hij over een groter vermogen dan zijn vader.
Door zijn financiële succes had David Ricardo tijd over om zich te ontwikkelen. Aanvankelijk richtte zijn aandacht zich op de studie van wiskunde, scheikunde, geologie en mineralogie. In 1799 nam hij echter kennis van Adam Smiths "Wealth of Nations" waardoor zijn interesse zich verplaatste naar de economie. Toch zou het nog tien jaar duren voordat hij in 1809 in de "Morning Chronicle" anoniem een artikel publiceerde over 'The Price of Gold'. Daarna schreef hij verschillende brochures en pamfletten om in 1817 zijn hoofdwerk "Principles of Political Economy and Taxation" te publiceren. Met dit werk en de erin gehanteerde methode legde Ricardo de grondslag van de economie als wetenschap.
Het was de vader van de beroemde John Stuart Mill, James Mill, die Ricardo aanzette tot het schrijven van dit werk. Ook was het James Mill die hem in 1814 had gestimuleerd zich verkiesbaar te stellen voor het Engelse parlement. Het zou overigens nog tot 1819 duren voordat hij daadwerkelijk tot het Lagerhuis toetrad. Tot zijn tamelijk vroege dood in 1823 bleef Ricardo lid van het Lagerhuis. Verschillende toespraken hield hij er, vooral over economische onderwerpen. Daarbij wierp hij zich steeds op als verdediger van de belangen van de armen en gaf daarmee blijk van een grote sociale bewogenheid. Het was ook in 1819 dat hij zichzelf definitief terugtrok uit het Londense financiële leven. Een groot deel van zijn tijd bracht hij nu door op zijn in 1814 aangekochte landgoed Gatcomb.
In 1822 maakte Ricardo, begeleid door zijn vrouw en twee jongste dochters een reis van enkele maanden naar het continent. Hij deed ook Amsterdam aan waar hij al in geen dertig jaar meer was geweest. Hij logeerde in het Doelenhotel en bracht onder andere een bezoek aan de bekende dichter Isaac da Costa en aan diens moeder (ook een Ricardo) en aan de bekende arts Immanuel Capadose. Ook bezocht hij het rasphuis. Zijn reis bracht hem uiteindelijk tot Florence. Na terugkeer in Engeland zou David Ricardo niet meer lang te leven te hebben. Op 12 september 1823 overleed hij aan de gevolgen van een acute oorontsteking.



Collectie en mediatheek

 Drukproef  
Drukproef van twee brieven van David Ricardo (1772-1823) aan zijn familie over een
reis op vaste land en in het bijzonder zijn bezoek aan Amsterdam in 1822.
Collectie > Documenten > 00005751

 Selected tunes from the Portuguese Jews' congregation Amsterdam  1975
Selected tunes from the Portuguese Jews' congregation Amsterdam.
Collectie > Literatuur > 11503137

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl