Herman Jozef Polak

Herman Jozef Polak werd op 4 september 1844 geboren in Leiden. Hij studeerde letteren aan de Universiteit van Leiden en werd al tijdens zijn studie leraar Grieks en Latijn aan het Leidse gymnasium. Na zijn promotie, in 1896, werd hij leraar Nederlands geschiedenis aan het Gymnasium Erasmianum in Rotterdam. In 1894 aanvaardde hij het ambt van hoogleraar in Groningen. Hij overleed in 1908.

geboren1844-09-04 Leiden
overleden1908
beroepenleraar Grieks en Latijn
leraar Ned. taal- en letterkunde en ges.
hoogleraar in Groningen

Op 4 september 1844 werd Herman Jozef Polak in Leiden geboren. In Tiel ging hij naar het gymnasium waar hij onder andere les kreeg van de bekende letterkundige P.H. Tydeman. Al op zeventienjarige leeftijd ging hij aan de Universiteit van Leiden studeren. Daar volgde hij onder andere colleges Griekse en Romeinse antiquiteiten bij C.G. Cobet, colleges Nederlands bij Matthijs de Vries en colleges geschiedenis bij Robert Fruin en R.P.A. Dozy.
Al tijdens zijn studie - hij was inmiddels kandidaat in de letteren geworden - kreeg hij een baan als leraar Grieks en Latijn aan het gymnasium van Leiden. Als jong studentje raakte hij in 1866 bovendien betrokken bij een felle polemiek over Jacob van Lenneps zedenroman "De lotgevallen van Klaasje Zevenster". Dit boek, over de lotgevallen van het vondelingenmeisje Klaasje Zevenster en haar gedwarsboomde liefde met Maurits van Eylar, veroorzaakte een enorme rel vanwege het vermeende onzedelijke karakter. Eén van de bestrijders was de bekende schrijver Conrad Busken Huet. Met de brochure "De heer Busken Huet en Klaasje Zevenster" mengde Polak zich in de strijd.
Op 18 februari 1869 promoveerde Polak op een proefschrift getiteld "Observationes ad scholia in Homeri Odysseam". Na zijn promotie ging hij werken als leraar Nederlands en geschiedenis aan het Gymnasium Erasmianum in Rotterdam. Daarnaast bleef hij actief als schrijver. Zo publiceerde hij" vanaf 30 juni 1871 in de "Nieuwe Rotterdamsche Courant een feuilleton getiteld 'Brieven over Nederlandsche taal- en letterkunde'. In september van hetzelfde jaar verschenen er stukken van zijn hand over de "Letzte Gedichte und Gedanke" van Heinrich Heine. Verder schreef Polak over bekende Nederlandse auteurs als Coornhert, Spieghel, Hooft, Vondel, Huygens en Bilderdijk.
In 1873 begon hij naast Nederlands en geschiedenis ook Grieks en Latijn te geven en bleef hij als schrijver actief met publicaties over onder andere Multatuli en Hendrik Conscience. In 1875 stelde Polak ten behoeve van het onderwijs aan de gymnasia een bloemlezing van Griekse poëzie samen. Daarnaast zat hij in de redactie van het tijdschrift "Mnemosyne". Ook publiceerde Polak vanaf 1877 in de "Nieuwe Rotterdamsche Courant" artikelen over de geschiedenis van de Oudheid. Verder schreef hij in de jaren tachtig omvangrijke werken over de tekstverbetering van de antieke scholia op Homerus (zoals we gezien hebben het onderwerp van zijn proefschrift).
In 1882 werd Polak belast met het conrectorraat van het Gymnasium Erasmianum. In de periode 1889-1893 publiceerde hij in de NRC een aantal artikelen over de contemporaine Franse literatuur en wetenschap. In 1892 werd Polak benoemd tot lid van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen. De toenemende waardering van de Griekse wereld in Nederland resulteerde in de oprichting, in 1893, van het wetenschappelijk tijdschrift "Museum". Polak maakte deel uit van de redactie. Zijn eerste recensie verscheen in het meinummer van 1894. Twee jaar later aanvaardde hij het ambt van hoogleraar te Groningen. Zijn inaugurele rede ging over de "aesthetische waardering der Grieksche Letteren voorheen en thans". Polak publiceerde in de jaren na zijn benoeming essays op klassiek gebied in tijdschriften als "De Gids", "Museum" en "Mnemosyne". Herman Jozef Polak overleed in 1908.

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl