David de Pinto werd vermoedelijk in 1692 geboren. Hij was de zoon van Aron de Pinto, die rond 1658 als eerste De Pinto in Amsterdam werd geboren. David huwde een telg uit het adelijke geslacht Belmonte en behoorde op vijftigjarige leeftijd tot de tien rijkste sefardiem van Amsterdam.
| geboren | 1692(?) Amsterdam |
| overleden | 1751 |
| vader | Pinto, Aron de |
| partner | Ximenes Belmonte, Lea |
Binnen de sefardische gemeente maakte Arons zoon David (geboren ca. 1692) qua gezag en welstand de grootste indruk in de achttiende eeuw. In 1607 arriveerden de nazaten van Rodrigo Alvares Pinto, die wordt beschouwd als de Castiliaanse stamvader der Pinto's, als Nieuw-Christenen te Antwerpen. Rond 1645 vertrokken zij naar Rotterdam waar alle mannelijke leden van de familie zich begin 1647 lieten besnijden. In Rotterdam werd de familie De Pinto al spoedig de spil van de kleine sefardische gemeenschap. Zij financierden de huur en het interieur van de synagoge, trokken een rabbijn aan en richtten een leerschool op. Rotterdam had echter de jongere generatie De Pinto's te weinig te bieden.
David de Pinto's grootvader, Jacob de Pinto, verhuisde met zijn schoonfamilie naar Amsterdam en vestigde zich in een oud koopmanspand aan de Sint Antoniesbreestraat. In dit pand, dat in 1651 door Jacobs broer Ishac de Pinto was aangekocht, werd de 'Jeshiba de los Pintos' in 1669 ondergebracht. De Rotterdamse leraren werden door de beide broers naar Amsterdam gehaald. Het Antwerpse vermogen, vermeerderd door de winstgevende handel in VOC- en WIC-aandelen, legde de basis voor een soepele entree van de broers in de Amsterdamse sefardische aristocratie. Het huis in de Breestraat werd, na prestigieuze verbouwingen door Ishac en zijn zoon David Imanuel (in 1652 nog in Rotterdam geboren), in 1696 bij de zogenaamde Aansprekersoproer geplunderd.
De vader van David, Aron de Pinto (geb. 1658 in Amsterdam), die dit pand ook bewoonde, ontwikkelde zich geheel volgens de familietraditie tot een kundig bestuurder van de Portugese gemeente. David de Pinto trouwde met Lea Ximenes Belmonte en kocht een maand na de geboorte van hun tweede zoon Isaac (in 1717) het buiten 'Tulpenburg' van de Amsterdams postmeester Nicolaas Witsen voor f. 34.000,--. Hier ontving hij onder andere de hertog van Lotharingen, Stadhouder Willem IV en Frans I (in 1731).
Naar buiten toe was David de Pinto aangewezen op de gunsten en goede wil van invloedrijke personen. Binnen de gemeente was hij gewend zijn zin te krijgen en gedroeg hij zich zeer autoritair. Op vijftig-jarige leeftijd behoorde hij tot de tien rijkste gemeenteleden. Zijn dood in 1751 werd door de gemeente op eerbiedige wijze herdacht. Hem werd, als een der weinigen, een officieel eerbewijs gebracht. Zijn drie zoons Aron (geb.in 1716), Isaac (1717) en Jacob (1718) wisten zich materieel onbezorgd en deel van het sefardisch patriciaat.
[De mijlpaal aan de Amstel bij Tulpenburg]
1736 (na)
Gezicht op weg met bomenrij langs de Amstel met in het midden de mijlpaal
en links op het tweede plan de buitenplaats Tulpenburg.
Collectie > Museumstukken > 07485
meer treffers in Collectie > Museumstukken
Verklaring
1787-11
Verklaring in het Portugees en het Nederlands mbt de nalatenschap van Clara de Pinto
gericht aan de heren Joseph de Pinto en Abraham de David Teixeira in Londen ...
Collectie > Documenten > 00008527
meer treffers in Collectie > Documenten
[Ingezonden stukken] : Testament-Pinedo.
1879
Er bestaat een groot aantal vragen met betrekking tot het
testament, uit mogelijk de zeventiende eeuw.
Collectie > Joodse pers > 20029370
De huwelijksakte van David en Rachel de Pinto
1988
De huwelijksakte van David en Rachel de Pinto.
Collectie > Literatuur > 12001949