
Lodewijk Pincoffs, koopman, reder, politicus en uiteindelijk ook fraudeur is voor Rotterdam van grote betekenis geweest.
| geboren | 1827 |
| overleden | 1911 |
| functie | president-directeur Roterdamsche Handels Vereeniging |
Lodewijk Pincoffs (1827-1911) richtte met zijn zwager Henry Kerdijk een handelsfirma in de verfgrondstof meekrap op en groeide hierin snel naar de top. De zaak breidde zich voorspoedig uit tot een algemene handelsfirma. Parallel aan zijn commerciële succes maakte Pincoffs ook in maatschappelijk opzicht carrière. In 1856 kwam hij in de gemeenteraad van Rotterdam en twee jaar later werd hij lid van de Provinciale Staten. De laatste vaardigden hem af naar de Eerste Kamer, waarvan nog niet eerder een jood lid was geweest. Vrij snel kreeg Pincoffs door zijn inzet, charme, zakelijke flair en overredingskracht net zo veel betekenis voor Rotterdam als A.C. Wertheim had voor Amsterdam.
Met de bankier Marten Mees vormde hij de kern van een initiatiefrijke groep zakenlieden die leidde tot de oprichting van de Rotterdamsche Bank (1863), de Nederlandsch-Indische Gas Mij (1863), de Afrikaansche Handelsvereeniging (1869) en de Holland-Amerikalijn (1871-1873). In 1872 (het jaar waarin de Nieuwe Waterweg werd geopend) werd de Rotterdamsche Handels Vereeniging (RVH) opgericht: een combinatie van bankiers die met een kapitaal van 15 miljoen gulden havenactiviteiten op Feijenoord zou gaan ontwikkelen. Pincoffs werd er de president-directeur van.
In het voorjaar van 1879 stortte het imperium ineen en bleek dat Pincoffs jarenlang gefraudeerd had. Hij beloofde een deel van het verdwenen kapitaal met hulp van de familie te retourneren. Toen dit niet lukte nam hij in mei 1879 ontslag als president- directeur van de RVH. Pincoffs vluchtte met zijn vrouw en drie zoons uit Rotterdam en reisde via Brussel, Calais en Dover naar Liverpool om van daaruit per schip naar New York te vertrekken. Pincoffs heeft de stad Rotterdam met een enorme schuldenlast achtergelaten. Talloze firma's die met hem in zee waren gegaan, gingen failliet. De Pincoffs arriveerden totaal berooid in de Verenigde Staten, maar wisten het hoofd, onder andere dankzij een sigarenfabriekje, boven water te houden. Pincoffs ontliep zijn straf omdat hij niet kon worden uitgeleverd. Zijn zwager Kerdijk, die naar Antwerpen was gevlucht, en daar tevergeefs een zelfmoordpoging had gedaan, moest van de Hoge Raad twee jaar de cel in. Lodewijk Pincoffs, aan wie gedurende zijn victorietijd verschillende hoge onderscheidingen werden toebedeeld, overleed in 1911 op 84-jarige leeftijd.