
Frederik Salomon van Nierop werd op 6 maart 1844 te Amsterdam geboren als zoon van A.S. van Nierop en Rachel Salvador. Hij studeerde rechten te Leiden en vestigde zich als advocaat te Amsterdam. In 1871 werd hij directeur van de Amsterdamse bank. Daarnaast had hij zitting in de Gemeenteraad, Provinciale Staten en de Eerste Kamer. Hij overleed op 29 januari 1924.
| geboren | 1844-03-06 Amsterdam |
| overleden | 1924-01-29 Amsterdam |
| vader | Nierop, Assueris Salomon van |
| moeder | Salvador, Rachel |
| partner | Gompertz, E.R. |
| functies | gemeenteraadslid Gemeenteraad van Amsterdam 1879-1905 Statenlid Provinciale Staten van Noord-Holland 1883-1899 senator Eerste kamer 1899= |
Frederik Salomon van Nierop werd op 6 maart 1844 in Amsterdam geboren als zoon van Ahasverus Salomon van Nierop en jonkvrouw Rachel Salvador. Het was, zou men kunnen zeggen, een joodse regentenfamilie waarin de jonge Frederik opgroeide. Na in Amsterdam het Atheneum Illustre te hebben bezocht, ging hij in Leiden rechten studeren. Zijn academische studie werd in 1866, op 21-jarige leeftijd, afgerond met een promotie. Hij promoveerde op een proefschrift getiteld "De vennootschap met beperkte aansprakelijkheid volgens het Engelsche recht".
Na zijn promotie vestigde Van Nierop zich als advocaat in Amsterdam. Gedurende zes jaar zou hij hier zijn praktijk uitoefenen. Ondertussen ging zijn belangstelling meer uit naar de economische wetenschap. In het economische tijdschrift "De Economist" verschenen verschillende artikelen van zijn hand. Na de oprichting van de Amsterdamsche Bank, op 5 december 1871, werd Van Nierop er directeur. Al spoedig klom hij op tot president-directeur, een functie die hij tot 76-jarige leeftijd zou blijven uitoefenen.
Naast zijn toewijding aan de Amsterdamsche Bank, had Van Nierop nog een tweede ambitie, namelijk een rol te spelen in het politieke leven van zijn tijd. Ook hierin was Van Nierop uitermate succesvol. Zo werd hij in 1879 lid van de Amsterdamse gemeenteraad. Ook had hij zitting in de Provinciale Staten van Noord-Holland en in de Eerste Kamer. Diverse malen is hem een wethouderspost aangeboden. Deze functie weigerde hij echter te aanvaarden omdat hij liever werkzaam bleef als directeur van de Amsterdamsche Bank. Na bijna vijftig jaar voor deze bank te hebben gewerkt, legde hij op 76-jarige leeftijd zijn functie neer. Hij bleef echter tot aan zijn dood, in 1924, voorzitter van de raad van toezicht.
Behalve dat hij een belangrijke rol speelde in het financiële en politieke leven van zijn tijd speelde hij als jood ook een belangrijke rol binnen de joodse gemeente. Zo had hij onder andere zitting in de kerkenraad van de Amsterdamse Hoofdsynagoge. Ook had hij zitting in de Centrale Commissie tot de Algemeene Zaken van het Nederlandsch-Israelietisch Kerkgenootschap en was hij lid van de Permanente Commissie, waarvan hij in 1899 voorzitter werd. De laatste jaren van zijn leven werd Van Nierop geplaagd door toenemende doofheid en suikerziekte. Tegen het einde van 1923 werd hij bedlegerig en op 29 januari 1924 maakte een longontsteking op bijna tachtigjarige leeftijd een einde aan zijn leven. Hij werd op 1 februari 1924 op de joodse begraafplaats in Muiderberg begraven.