Saul Levi Mortera werd omstreeks 1596 in Venetie geboren. In mei 1612 ging Mortera in de hoedanigheid van secretaris mee naar parijs met Dr. Filip Rodrigues Montalto. Na Montalto's overlijden in 1616 ging Mortera naar Amsterdam waar hij het tot eerste chacham zou brengen. Hij overleed op 7 februari 1660.
| geboren | 1596 (ca.) Venetie |
| overleden | 1660-02-07 Amsterdam |
| partner | Soares, Ester |
| huwelijk | 1616 Amsterdam |
Saul Levi Mortera werd omstreeks 1596 in Venetië geboren. Over zijn jeugd is weinig bekend. Hij zou een leerling zijn geweest van de befaamde Venetiaanse theoloog Leon Modena (1571-1648) maar op een lijst van diens leerlingen komt de naam van Mortera niet voor. In mei 1612 ging Mortera als 16-jarige jongen naar Parijs. Hij begeleidde toen als secretaris de arts Filip (alias Elias) Rodrigues Montalto die tot hofarts van de Franse koningin was benoemd. Tevens had Mortera de taak om als joodse leraar op te treden voor Montalto en diens twee kinderen. In 1616 overleed Montalto plotseling in Tours, waarheen hij de koninklijke familie had begeleid. Zijn lichaam werd gebalsemd en door Mortera naar Amsterdam gebracht, om vervolgens in Ouderkerk aan de Amstel te worden begraven. Zo kwam Saul Levi Mortera in september 1616 in Amsterdam terecht waar hij zich aansloot bij een van de twee Portugees-joodse gemeenten namelijk Bet Jacob.
In datzelfde jaar trouwde hij met Ester Soares. Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren. In 1618 werd Mortera tot chacham benoemd. Volgens een van Mortera's latere leerlingen, Samuel de Caceres, hielden velen hem vanwege zijn nog jeugdige leeftijd voor onbevoegd. Mortera was chacham Joseph Pardo opgevolgd die vanwege een conflict met David Farar ontslag had moeten nemen. Pardo en zijn aanhangers stichtten daarop een eigen gemeente onder de naam Es Haim, waarmee het aantal Portugese gemeentes tot drie was gestegen. De synagoge van deze nieuwe gemeente was, evenals die van de oude gemeente, aan de Houtgracht gelegen (het huidige Waterlooplein).
Mortera's eerste daad als chacham van Bet Jacob was een klacht indienen bij de schepenen tegen de leiding van de afgescheiden gemeente Es Chaim. Hij eiste teruggave van de inventaris en de administratieve bescheiden. De uitspraak liet tot mei 1619 op zich wachtten. Ondertussen vormde hij samen met vier leden van de beide gemeentes een commissie met wie hij naar Venetië afreisde om een oplossing voor het conflict te vinden. De Venetiaanse commissie bepaalde uiteindelijk dat Mortera zijn excuses moest aanbieden aan de leiding van Es Haim omdat hij hen voor het Amsterdamse gerecht had gedaagd in plaats van de zaak aan een rabbinaal college voor te leggen. De theologische verschillen tussen Pardo en Farar werden door de commissie niet fundamenteel geacht. Tevens stelde men bij die gelegenheid de tekst van een banvloek op. Waarschijnlijk was die bedoeld voor de toen in Hamburg verblijvende Uriël da Costa. Later zou dezelfde tekst ook tegen Spinoza worden gebruikt.
In mei 1619 keerde Mortera weer terug naar Amsterdam waar in augustus de uitspraak van de schepenen volgde. Deze was weliswaar minder gunstig dan die van de Venetiaanse commissie, maar de eis van Bet Jacob dat de leden van de nieuwe gemeente - die intussen haar naam had veranderd in Bet Israel - vijftig gulden boete moesten betalen, werd verworpen. Naar het schijnt was Mortera ontevreden met deze uitspraak en werd hij gevangen genomen toen hij tegen de uitspraak ging protesteren. Op 24 augustus werd hij vrijgelaten en Bet Jacob draaide voor de proceskosten op.
Tot Mortera's functie als chacham behoorde ook het leraarschap aan de school van de gemeente, Talmud Tora geheten. Hier gaf hij talmoedles en Hebreeuws. Daarnaast had hij de geestelijke zorg over zijn gemeenteleden. Verder studeerde hij samen met Farar een uur per dag in de werken van Maimonides. In 1623 was Mortera betrokken bij een overleg van de drie Portugese gemeenten over de ketterse opvattingen van Uriël da Costa. Mortera en zijn collega's probeerden Da Costa er toe te bewegen zijn opvattingen te herroepen. Toen dat tot niets leidde werd de ban die al in Venetië en Hamburg over Da Costa was uitgesproken door de gezamelijke chachams van Amsterdam bevestigd.
Toen in 1639 de drie Portugese gemeenten van Amsterdam werden samengevoegd werd Mortera "eerste chacham" en hoofd van de joodse school van de nieuwe verenigde gemeente Talmud Tora. Tweede, derde en vierde chacham werden David Pardo, Menasse ben Israel en Isaak Aboab. In zijn nieuwe ambt zou Mortera opnieuw met Uriël da Costa zijn geconfronteerd. In 1639 zou hem een boetedoening zijn opgelegd die uiteindelijk tot de zelfmoord van Da Costa zou hebben geleid. Volgens een studie van H.P. Salomon is deze lezing van de gebeurtenissen echter op onbetrouwbare bronnen gebaseerd en zou de boetedoening van Da Costa zoals die in zijn vermeende autobiografie, de "Exemplar humanae vitae", was weergegeven, gebaseerd zijn op die van ene Abraham Mendes. Volgens Salomon staat het vast dat de boetedoening van Da Costa nooit heeft plaatsgevonden.
In 1656 was Mortera, samen met Aboab en Pardo, betrokken bij de banvloek die over Spinoza werd uitgesproken. Baruch de Spinoza was toen 24 jaar oud en had nog niets gepubliceerd. Spinoza zou door medeleerlingen betrapt zijn op zijn ketterse opvattingen. Op vragen als "Heeft God een lichaam?", "Bestaan de engelen echt?" en "Is de Ziel onsterfelijk?" zou hij een ontkennend antwoord hebben gegeven. Het is volgens Salomon niet uitgesloten dat zijn medeleerlingen in opdracht van Mortera handelden. In 1659 begon Mortera aan het geschrift dat later de titel "Tratado da verdade da Lei de Mose" (Traktaat betreffende de Waarheid van de Wet van Mozes) zou gaan heten. Door ziekte van Mortera werd het geschrift echter niet voltooid. Saul Levi Mortera overleed op 7 februari 1660
Saul Levi Mortera en zijn 'traktaat betreffende de waarheid van de wet van Mozes' : een...
1988
Saul Levi Mortera en zijn 'traktaat betreffende de waarheid van de wet van Mozes' :
een wetenschappelijke proeve op het gebied van de letteren ; bevat: "Traktaat ...
Collectie > Literatuur > 11505864