Isidoor Mendels

Mendels, Israël

Isidoor Mendels werd op 20 december 1861 in Den Haag geboren in een orthodox-joods gezin. Na een studie Nederlands in Leiden promoveerde hij in 1889 op een proefschrift over Herman Daendels. Mendels was werkzaam als leraar en publiceerde diverse artikelen over geschiedkundige onderwerpen. In 1907 verscheen een studie over "De Joodse Gemeente te Groningen" waarvan in 1910 een herziene uitgave verscheen. Mendels overleed op 28 augustus 1928 in zijn geboortestad Den Haag.

geboren1861-12-20 Den Haag
overleden1928-08-28 Den Haag
broerMendels, M.
beroepleraar
functiesecretaris Ver. v. Joodsche Letterk. en Gesch. 1887

Isidoor Mendels werd op 20 december 1861 in Den Haag geboren in een orthodox-joods gezin. Na het gymnasium in zijn geboortestad te hebben doorlopen, studeerde Mendels Nederlandse taal- en letterkunde aan de universiteit van Leiden. Een studie die hij in 1886 met een doctoraal examen afsloot. Ondanks deze wetenschappelijke opleiding bleef Mendels trouw aan de joodse orthodoxie. Wel worstelde hij als jonge man met de spanning die hij als net afgestudeerd Neerlandicus voelde tussen wetenschap en geloof. Dit blijkt duidelijk uit een briefwisseling die hij in 1887 voerde met de 14 jaar oudere opperrabbijn van Arnhem Tobias Tal. In deze briefwisseling onthulde Mendels dat hij zich als orthodoxe jood vaak ongelukkig voelde tussen zijn andersdenkende medestudenten. Mendels had het idee dat hij niet goed in staat was zijn geloof effectief te kunnen verdedigen tegen rationalistische tegenargumenten. Hij zag dit niet alleen als een persoonlijk probleem, maar meende dat het een uiting was "van wat door vele lotgenooten gedacht en geleden wordt." Om in deze kwestie meer helderheid te krijgen, legde hij Tal in een brief van 3 januari 1887 onder andere de vraag voor welke houding de ontwikkelde orthodoxe jood tegen het Darwinisme moest innemen. In een brief van 27 maart 1887 antwoordde Tal dat Darwinisme en joodse orthodoxie onverenigbaar waren. De orthodoxe houding ten opzichte van de evolutietheorie moest dan ook volgens hem volstrekt afwijzend zijn. Deze theorie was volgens Tal "atheïstisch in haar oorsprong en hare gevolgen."
Mendels was vermoedelijk met Tal in aanraking gekomen door zijn werkzaamheden als secretaris van de op 11 november 1886 door opperrabbijn B.S. Berenstein opgerichte "Vereeniging voor Joodsche Letterkunde en Geschiedenis" in Den Haag. Deze vereniging stelde zich ten doel "onder hare leden de kennis te vermeerderen van de talmoedische en rabbijnsche geschriften, van het leven en de lotgevallen van mannen, beroemd op Joodsch-literarisch gebied en van de Joodsche Geschiedenis." Zo'n zestig mensen waren in dat eerste jaar lid van de Vereeniging voor Joodsche Letterkunde en Geschiedenis. Tal had in de serie lezingen die de vereniging in het eerste verenigingsjaar 1886-1887 had georganiseerd, de spits afgebeten met een lezing op 19 december 1886 over R. Saädjah Gaon. Anderen die dit eerste jaar lezingen voor deze vereniging hielden waren J.D. Wijnkoop, T. Lewenstein, L. Wagenaar, J.L. Sohlberg en A.R. Pereira Sz. Het eerste verenigingsjaar werd in 1887 afgesloten met een bij de gebroeders Belinfante uitgekomen bundel lezingen.
Ondertussen werkte Mendels ook aan een dissertatie over de staatsman Herman Willem Daendels, waarvoor hij verschillende studiereizen naar Parijs maakte, waar hij onderzoek deed in de archieven van het Ministerie van Oorlog. De resultaten van zijn onderzoekingen werden neergelegd in zijn in 1890 gepubliceerde proefschrift "Herman Willem Daendels voor zijne benoeming tot gouverneur van Oost-Indië". Zijn studiereis naar Parijs leidde overigens nog tot een conflict binnen de Vereeniging voor Joodsche Letterkunde en Geschiedenis. Door zijn afwezigheid had Mendels niet zelf de drukproeven kunnen corrigeren. Omdat hij niet tevreden was over het resultaat moest er op zijn aandringen een lijst met errata worden toegevoegd. Dit optreden werd hem door de andere leden zeer kwalijk genomen. Het is niet onwaarschijnlijk dat het mede aan dit optreden van Mendels te wijten is dat het bij de uitgave van deze twee bundels is gebleven.
Een jaar voor zijn promotie, in 1889, was Mendels leraar geworden aan de HBS in Winterswijk. Deze standplaats werd in 1890 gevolgd door Delft, in 1895 door Hoogezand-Sappemeer en ten slotte in 1900 door Groningen waar hij tot zijn pensionering in 1924 zou blijven werken. Zijn ideaal om heel zijn leven aan geschiedkundige arbeid te kunnen besteden is helaas niet bewaarheid geworden. Wel heeft hij het een en ander op historisch gebied gepubliceerd in tijdschriften als "De Gids" en "De Spectator". Ook op joods historisch gebied liet Mendels van zich horen in bijdragen aan bladen als het "Nieuw Israelietisch Weekblad" en "De Vrijdagavond". Verder publiceerde hij in 1907 in de "Groninger Volksalmanak" een geschiedenis van de joden in Groningen. Deze studie zorgde voor enige commotie binnen de joodse gemeente van Groningen. Hem werd onder andere verweten geen aandacht te hebben besteed aan de recente geschiedenis van de joodse gemeente in Groningen. In 1910 gaf Mendels een tweede herziene druk uit onder de titel "De Joodse gemeente te Groningen".
Als eerste van joodse zijde besteedde Mendels wetenschappelijke aandacht aan de emancipatie van de joden in Nederland waarover hij op 2 april 1892 in het Amsterdamse genootschap Mekor Chajiem een lezing hield. Op 27 december hield hij voor het Genootschap voor Joodsche Wetenschap in Amsterdam een lezing over 'De Jood in de Middel-Nederlandsche Letteren'. Hij was zeer teleurgesteld toen deze lezing niet integraal in de "Bijdragen" van het genootschap werd opgenomen. Het resultaat was dat hij op basis van zijn lezing een aantal losse bijdragen over dit onderwerp publiceerde in het tijdschrift "De Vrijdagavond". Ook de Franse Tijd, waarover immers zijn proefschrift ging, bleef zijn belangstelling houden. Zo publiceerde hij in diezelfde "Vrijdagavond" een tweetal bijdragen over de brieven van Jonas Daniël Meijer aan Carel Asser.
Inmiddels was Mendels in 1924 gepensioneerd. Na zijn pensioen keerde hij terug naar zijn geboortestad Den Haag waar hij de laatse vier jaar van zijn leven doorbracht. Isidoor Mendels overleed er, 66 jaar oud, op 28 augustus 1928.



Collectie en mediatheek

 Groepsfoto  1941
Groepsfoto gemaakt tijdens een poeriemfeest in Leeuwarden in 1941.
Collectie > Fotos > 40009139

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl