David (jr.) Meldola

David Meldola Jr. werd in 1768 te Hamburg geboren als telg van een vooraanstaande sefardische familie. Hij was betrokken bij de emancipatie van de Nederlandse joden en werd in 1795 lid van Felix Libertate. Ook sloot hij zich in 1808 aan bij Tot Nut en Beschaving. Hij overleed op 16 mei 1819 te Amsterdam.

geboren1768 Hamburg
overleden1819-05-16 Amsterdam
vaderMeldola, Raphael de David
partnerHenriques, Sara
huwelijk1800 Amsterdam
beroepcommissionair
functietweede secretaris Tot Nut en Beschaving 1817=1819

David Meldola Jr. werd in 1768 of 1769 in Hamburg geboren als telg uit een vooraanstaande sefardische familie. Zijn grootvader, eveneens David Meldola geheten, bezat een uitgebreide kennis van de joodse religie. Zijn vader, Raphael de David Meldola, was als vertaler in dienst van de koning van Denemarken. Vanwege deze betrekking had zijn vader de nog zeer jonge David meegenomen naar de Deense hoofdstad Kopenhagen. Op zijn zevende jaar stuurde zijn vader hem echter terug naar familie in Hamburg om daar een goede opvoeding te ontvangen. Al op jonge leeftijd was David Meldola zeer leergierig en deed veel kennis op van wis- en rekenkunde, handel en taal- en letterkunde. Op zijn dertiende keerde David Meldola Jr. terug naar zijn ouders in Kopenhagen. Daar werkte hij tot volle tevredenheid van zijn vader in de handel.
Niet al te lang na zijn terugkeer naar Kopenhagen stuurde zijn vader hem voor verdere opvoeding naar Amsterdam. In Amsterdam aangekomen verwierf hij zich door zijn goede opvoeding en beschaafde gedrag al spoedig de achting en genegenheid van de betere kringen. Meldola bleef in Amsterdam wonen en zette zich daar onder andere in voor de emancipatie van de Nederlandse joden. Na de omwenteling van 1795 werd hij dan ook lid van de net opgerichte joodse patriottenclub Felix Libertate. Deze club wist te bereiken dat de joden in de Bataafse Republiek op 2 september 1796 gelijkgesteld werden met alle andere burgers. Bovendien was Meldola als secretaris betrokken bij de vereniging Voor Vlijt en Arbeid. Deze vereniging zette zich ervoor in om de ambachten en het werken in de landbouw onder de arme joodse bevolking te bevorderen.
In 1800 trouwde Meldola met Sara Henriquez. Als getuige trad zijn vader op, die kennelijk voor deze gebeurtenis uit Kopenhagen was overgekomen. Na zijn huwelijk bezocht hij nogmaals de Deense hoofdstad. De werkzaamheden die hij in Kopenhagen verrichtte dreigden echter aan zijn vader ontnomen te worden. Daarom keerde Meldola, volgens zijn lijkredenaar J. Benedictus van Embden, weer terug naar Amsterdam. In Amsterdam was hij als commissionair werkzaam in de effectenhandel. Weliswaar bracht dit hem geen grote welstand, maar nochtans was hij in staat om een 'eervol bestaan' op te bouwen, zoals Van Embden het noemt.
In 1807 sloot de in de wiskunde zeer bedreven Meldola zich aan bij het wiskundige genootschap Mathesis Artium Genitrix. In december van datzelfde jaar werd in Amsterdam het Letteroefenend Genootschap Tot Nut en Beschaving opgericht. Dit genootschap was voortgekomen uit een vriendenclub, die voor een groot deel afkomstig was uit kringen van verlichte joden. Veel van de leden van Tot Nut en Beschaving waren evenals Meldola lid geweest van Felix Libertate. Zo waren onder ander Joachim van Embden en Hartog de Lemon lid geweest van zowel Felix als Tot Nut en Beschaving.
In 1808 werd ook David Meldola lid van dit genootschap. De oprichting van Tot Nut en Beschaving was noodzakelijk, omdat joden (ondanks de Burgerlijke Gelijkstelling van 1796) nog altijd geen lid konden worden van niet-joodse genootschappen als Felix Meritis en de Maatschappij Tot Nut van 't Algemeen. Deze laatste maatschappij liet pas in 1864 joden toe tot zijn gelederen. Hun emancipatorische idealen indachtig, wilden de leden van Tot Nut en Beschaving voor alles verhoeden "dat het zoude zijn een Israelitisch genootschap". Over 'joodse' onderwerpen werd dan ook zelden of nooit gesproken in dit genootschap.
De leden van Tot Nut en Beschaving onderhielden nauwe, vriendschappelijke betrekkingen met andere genootschappen als Concordia Crescimus, de Maatschappij Teekenkunde Zij Ons Doel, Mathesis Artium Genitix en Chanoch Lannagnar Gnal Pie Darkoo. David Meldola zou tot zijn dood in 1819 lid blijven van Tot Nut en Beschaving. Hij moet een bescheiden mens geweest zijn, want pas in 1817 wordt Meldola benoemd in een bestuursfunctie, namelijk tweede secretaris. Na een ziekbed van twee maanden overleed David Meldola Jr. op 16 mei 1819 in zijn woonplaats Amsterdam.

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl