
Jonas Daniel Meijer (1780-1834) was de eerste joodse advocaat in Nederland. Promoveerde op een dissertatie over de Amerikaanse revolutionair Thomas Paine. Maakte in 1813 deel uit van het voorlopig bestuur van de grondwetscommissie, waarin hij voor het juridische gedeelte een belangrijke rol speelde. Stierf in 1834.
| geboren | 1780-09-15 Arnhem |
| overleden | 1834-12-06 Amsterdam |
| vader | Meijer, David Abraham |
| broer | Meijer, Abraham David 1781-10-08=? |
| zus | Meijer, Eva 1782-10-15=? |
| partner | Dresden, Jeanette Ephraim |
| huwelijk | 1809 Amsterdam |
| beroep | advocaat |
Jonas Daniel Meijer (1780-1834) werd op 15 september 1780 geboren als zoon van welgestelde ouders. Zijn grootvader van moeders zijde was de bekende koopman Benjamin Cohen. In het roerige jaar 1787 hadden stadhouder Willem V en zijn echtgenote Prinses Wilhelmina enige tijd van de gastvrijheid van Benjamin Cohen gebruik gemaakt. Een gebeurtenis die Jonas Daniel Meijer als kind had meegemaakt en die hij zich later nog voor de geest kon halen: "Ik herinnere mij nog uit mijne kindsche jaren, hoe zij (Prins Willem V en zijn gezin) het nederig huis van mijnen grootvader, toen de wijkplaats van het Doorluchtig en Stadhouderlijk geslacht, verlieten, om naar de zetel der hoge regeeringe terug te keeren."
De jonge Jonas was wat je noemt een wonderkind. Al op 3-jarige leeftijd kon hij lezen en leerde hij Frans en Engels van een privé-leraar. Terwijl Hebreeuws bij zijn normale opvoeding hoorde, begon hij al op vijf-jarige leeftijd Latijn te leren. Hij legde aan predikanten en geleerden, die daarvoor speciaal naar het huis van de familie Meijer kwamen, de samenspraken van Erasmus uit. Reeds op zijn zevende werd hij toegelaten tot de vierde klas van de Latijnse school in Arnhem. Hij verliet deze school op 10-jarige leeftijd met een redevoering, waarin kennis van de taal als oorprong en bron van alle wetenschap werd beschouwd.
Na de dood van zijn vader, David Abraham Meijer, is Jonas waarschijnlijk met zijn moeder, broer en zus naar Amsterdam verhuisd. Daar namen zij hun intrek bij grootvader Benjamin Cohen, die inmiddels in Amsterdam een pand aan de Nieuwe Herengracht bewoonde. In Amsterdam bezocht Jonas Daniel Meijer het Atheneum Illustre, waar hij van 1793 tot 1796 rechten studeerde bij professor H.E. Cras. Vlak na zijn afstuderen, werd hij (op 15 november 1796) als eerste jood (na de burgerlijke gelijkstelling) benoemd tot advocaat.
In 1803 gaf Jonas Daniel Meijer in de beantwoording van een prijsvraag over de toepassing van het strafrecht blijk van het feit dat hij zijn tijd ver vooruit was. In 1804 verscheen dit werkstuk over motieven, levensomstandigheden en psychische gesteldheid van een dader. Behalve met rechtsgeleerdheid hield Meijer zich ook bezig met taal- en letterkunde, oudheidkunde en geschiedenis. Daarnaast vond hij ook nog tijd om zich met economische en sociale problemen bezig te houden. Zo bracht hij op 2 maart 1807 aan Lodewijk Napoleon verslag uit over de erbarmelijke omstandigheden waarin veel joden leefden.
In 1813 werd hij lid van het voorlopig bestuur van de grondwets-commissie. Hij hield zich vooral bezig met het juridische gedeelte en speelde daarin ook een belangrijke rol. De grondwet werd op 29 maart 1814 bekrachtigd. In het nieuwe koninkrijk bekleedde Meijer het ambt van rechter. In 1817 nam hij echter ontslag. Deels uit onvrede over z'n uitgesloten kansen op verdere promotie, deels uit ongenoegen met het beleid van de regering. Als ambteloos burger schreef hij het zesdelige juridische werk "Esprit, origine et progres des instutitions judiciaires" (1819=1823). Ook verbleef hij enige tijd in Kleef. Na zijn terugkeer in Nederland nam hij weer volop deel aan het maatschappelijke leven. Op 6 december 1834 overleed hij in z'n woonplaats Amsterdam.
Goedkeuring
1815-04-04
Goedkeuring van het reglement van de Ned. Isr. Hoofdsynagoge in Amsterdam door de
secretaris van staat voor binnenlandse zaken van Nederland , 1815.
Collectie > Documenten > 00009799
J.D. Meyer
1840-1850
Portret van Jonas Daniël Meyer en trois quarts naar rechts. Hij draagt een donker
jasje, eronder een wit hemd en een geplooide kraag die zijn hele hals bedekt. ...
Collectie > Museumstukken > 07365
meer treffers in Collectie > Museumstukken
De joodsche geest en het recht
1939
De joodsche geest en het recht.
Collectie > Literatuur > 12003057
meer treffers in Collectie > Literatuur
[Binnenlandse berichten] : Amsterdam
1873
Verslag van de beraadslagingen in de gemeenteraad over de naamsverandering
van de Deventer Houtmarkt (in Jonas Daniel Meijerplein).
Collectie > Joodse pers > 20021735