
Saul Levi Loewenstamm (1717-1790) werd in 1755 opperrabbijn van Amsterdam. Het Amsterdamse jodendom bloeide onder zijn opperrabbinaat op en hij was in binnen- en buitenland zeer populair. Hij schreef onder andere glossen op het Talmoedtraktaat "Niddah".
| geboren | 1717 Rzeszow (Gallicie) |
| overleden | 1790-06-19 Amsterdam |
| vader | Leib, Arje ben Saul |
| moeder | Mirjam, dochter van Chacham Tsewie |
| zus | Loewenstamm, Dina |
| partners | Kohanna, ... ? =1774 ......., Sara |
| huwelijk | 1775 Nieuw-Maarssenveen |
| beroep | opperrabbijn |
| functie | opperrabbijn Hoogduitse gemeente Amsterdam 1735=? |
Saul Loewenstamm werd in 1717 in Rzeszow in Galicie geboren. Hij stamde uit een familie van rabbijnen. Zowel zijn vader Arjeh als zijn zoon Jacob waren bekende Amsterdamse rabbijnen. Na het overlijden van zijn vader, in 1755, benoemde men Saul Loewenstamm tot opperrabbijn van de Hoogduitse gemeente in Amsterdam. Alvorens deze functie op zich te nemen was hij eerst rabbijn in Lakaczy geweest en vanaf omstreeks 1747 in Dubno waar hij zijn schoonvader Abraham Kahane had opgevolgd. In Amsterdam bleek de juiste man op de juiste plaats en onder zijn leiding maakte de gemeente een bloeiperiode door. Hij was een zeer geleerd man en schreef onder andere glossen op het Talmoedtraktaat "Niddah" die in de Amsterdamse Talmoeduitgave van 1765 werden opgenomen en het beroemde "Binjan Ariel", een commentaar op de Tora en verschillende Talmoedtraktaten. Op 19 juni 1790 overleed hij in Amsterdam en werd op de joodse begraafplaats in Muiderberg begraven.