Juda Littwak werd in 1764 in Lupt in Litouwen geboren. In 1794 trouwde hij met Marianne Hartog de Lemon. Hij was een actief lid van de joodse patriottenclub Felix Libertate. In 1807 was hij een van de afgevaardigden van de Nieuwe Gemeente naar het Grand Sanhedrin in Parijs.
| geboren | 1764 lupt (Litouwen) |
| overleden | 1836 |
| partner | Lemon, Marianne Hartog |
| huwelijk | 1794 Amterdam |
In 1764 werd in Lupt in Litouwen Juda Littwak geboren. Wanneer hij precies naar Amsterdam is gekomen weten wij niet, maar het was daar dat hij in 1794 met Marianne Hartog de Lemon trouwde. Marianne was de dochter van Hartog de Lemon, een bekende voorvechter van de joodse emancipatie. Net als Littwak zou zijn schoonvader een jaar later lid worden van de joodse patriottenclub Felix Libertate. Het was deze club die met succes voor de zogenoemde 'gelijkstaat der joden' pleitte, die op 2 september 1796 door de Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek zou worden aangenomen. Als getuige bij het huwelijk van Juda en Marianne trad David Friedrichsfeld op, een vooraanstaand joods verlichter en eveneens een actief in Felix Libertate. Het is duidelijk dat Littwak in Amsterdam in verlichte kringen verkeerde.
Littwak was mathematicus en stond daarnaast bekend als een uitstekend hebraïcus. Toen de verlichte joden in 1795 Felix Libertate hadden opgericht, werd Littwak uiteraard lid. Ook was hij erbij toen er op 4 maart 1795 een ceremonie plaats vond rond de vrijheidsboom. Over deze ceremonie (waarbij ook andere verlichte joden aanwezig waren als Hermanus Bromet, Jacob Sasportas, Joachim van Embden, Moses Salomon Asser en zijn schoonvader Hartog de Lemon) heeft Littwak een 'aanspraak' gehouden in Felix Libertate.
Toen een groep verlichte joden zich in 1798 afscheidde van de Oude Gemeente sloot Littwak zich aan bij de nieuw ontstane gemeente Adath Jessurun. In 1807 was Littwak een van de drie afgevaardigden van de Nieuwe Gemeente voor het door Napoleon bijeengeroepen Grand Sanhedrin te Parijs. De andere twee waren Carel Asser en Hartog de Lemon. De leden van de Nieuwe Gemeente waren zeer enthousiast over de uitnodiging voor het Grand Sanhedrin. Zij zagen het als bewijs dat de Nieuwe Gemeente als een volwaardige joodse gemeente werd beschouwd. Ze mochten echter alleen als ereleden de zittingen bijwonen en hadden niet het recht aan de beraadslagingen deel te nemen. Wel hebben de drie afgevaardigden op de laatste zitting van 9 maart 1807 een fraaie redevoering gehouden. Asser en De Lemon deden dat in het Frans, terwijl Littwak zijn rede in het Hebreeuws hield. Hij excuseerde zich hiervoor met het motief dat hij de Franse taal niet machtig was. Over de laatste jaren van zijn leven zijn ons geen bijzonderheden bekend. Hij overleed in 1836.