
Mozes Lemans (1785-1832) was o.a. leraar Hebreeuws en Arabisch. Hij schreef over Hebreeuwse grammatica en wiskunde, was leraar wiskunde aan de latijnse school, hoofd van de nieuwe Ned. Isr. Armenschool en leraar van Isaac da Costa. In 1813 kreeg hij een Eerepenning van de nederlandse regering.
| geboren | 1785-11-05 Naarden |
| overleden | 1832-10-17 Amsterdam |
| vader | Lemans, Michiel |
| partner | Binger, Mariana |
| huwelijk | 1815/1816 |
| beroep | leraar |
| functies | leraar wiskunde latijnse school 1818=1832 hoofd Ned. Isr. Armenschool lid Mathesis Artium Genetrix oprichter Chanoch lanangar gnal pie darkoo |
Mozes Lemans (1785-1832) werd op 5 november 1785 in Naarden geboren. Zijn vader, de koopman Michiel Lemans, was zeer bedreven in Hebreeuws en wiskunde, vakken waarin ook Mozes zeer vaardig zou worden. Samen met onder andere Mozes Cohen Belinfante rekent men Lemans tot de voormannen van de Nederlandse Haskala (=joodse Verlichting). Onder andere was hij actief in het genootschap "Chanoch lanangar gnal pie darkoo" (= Voed het kind op naar zijn aard), dat zich vooral inzette voor de hervorming van het onderwijs aan joodse kinderen. Ten behoeve van de emancipatie en assimilatie van de joden probeerden zij de positie van het jiddisj terug te dringen en het gebruik van het Nederlands te bevorderen. Voor Mozes Lemans bestond de nationaliteit van het joodse volk niet meer. Het ideaal was voor hem om op te gaan in een maatschappij die slechts mensen kende. Dit betekende overigens niet dat Lemans zijn godsdienstige principes verwaarloosde, maar hij wilde Nederlander zijn met de joodse godsdienst.
Binnen het genootschap "Chanoch" werd een commissie samengesteld, bestaande uit Mozes Cohen Belinfante, Hartog Sommerhausen en Mozes Lemans, die belast werd met de opdracht een Nederlandse bijbelvertaling samen te stellen. Ook deze bijbelvertaling moet gezien worden tegen de achtergrond van het streven naar emancipatie en assimilatie. Van orthodoxe zijde was men ten zeerste gekant tegen een dergelijke vertaling. Orthodoxen keken namelijk wantrouwig aan tegen het streven naar emancipatie, omdat zij bang waren dat dit het joodse geloof zou aantasten.
Lemans was een enthousiast Hebraïcus en behoorde tot een groep Hebraïsten (aanvankelijk gegroepeerd rond de Duitse verlichter Moses Mendelssohn) die het Hebreeuws wilde vernieuwen. Men ging in het Hebreeuws nieuwe, vaak anti-orthodoxe, meningen verkondigen. In 1808 publiceerde Lemans een boekje getiteld "Ma'amar Imra Tseroefa" waarin hij de sefardische uitspraak als enig juiste erkent. Het boekje ontketende een storm van protest bij de conservatieve joden van Amsterdam. Er verschenen verschillende anonieme pamfletten waarin men Lemans verweet dat hij verleid zou zijn door de Duitse verlichter David Friedrichsfeld, die enige tijd in Amsterdam verbleef.
In 1809 legde Lemans met goed gevolg het onderwijzersexamen af. Hij werd leraar aan het Amsterdamse gymnasium. Toen men in 1818 in Amsterdam een Nederlands-Israelietische Armenschool oprichtte, werd Lemans daarvan het hoofd. Tot aan zijn dood in 1832 zou hij dat blijven. Op deze school werden de kinderen onderwezen in Nederlands, rekenen en zedenkunde.
Lemans was, evenals vele van zijn tijdgenoten, lid van diverse genootschappen. Behalve van het al genoemde "Chanoch", was hij lid van de wiskundige genootschappen als "Een onvermoeide arbeid komt alles te boven" en "Mathesis atrium genetrix" en van het letterkundige genootschap "Tot nut en beschaving". Van dit niet-joodse genootschap waren veel joden lid, met name omdat zij geen lid mochten worden van "De Maatschappij Tot Nut Van 't Algemeen".
Behalve als voorman van de joodse Verlichting, Hebraïcus en wiskundige is Lemans bekend geworden als de leermeester van de bekende Nederlandse dichter Isaac da Costa. Via Lemans kwam Da Costa in contact met Willem Bilderdijk. Het was mede onder invloed van deze romantische dichter dat Da Costa zich tot het Christendom zou bekeren. In zijn werkzame leven publiceerde Lemans onder andere de volgende werken: "Levensbeschrijving van Majemonides" (1815), "Proeve van talmoedische wiskunde" (1816) en samen met S.I. Mulder gaf hij een "Hebreeuws-Nederlands Woordenboek" (1831) uit. Met de hoogleraar J.H. van der Palm (een in zijn tijd populair en beroemd man) onderhield hij een briefwisseling in het Hebreeuws. In 1831 werd hem een erepenning verstrekt "bestemd voor hen die zich door nuttige werken ten behoeve van de Israelieten onderscheiden". Lemans trad op 33-jarige leeftijd in het huwelijk met Mariana Binger. Dit huwelijk bleef kinderloos. Mozes Lemans overleed op 17 october 1832 op 47-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam.
Brief
1817-08
Brief van Isaac da Costa in Amsterdam aan zijn vriend Rehuel Lobatto in
Brussel met aan het einde een gedicht voor Lobatto, 1817.
Collectie > Documenten > 00009800
Mozes Lemans als leraar van Da Costa : een opmerking
1956
Mozes Lemans als leraar van Da Costa : een opmerking.
Collectie > Literatuur > 11000100
Mengelwerk : levensschets van Mozes Lemans
1836
Mengelwerk : levensschets van Mozes Lemans.
Collectie > Literatuur > 12002794
Moderne Persproducten. [vervolg]
1897
De redacteur gaat verder met zijn artikelenserie over oude en nieuwe vertalingen
van de tora, Profeten en gebedenboek en vindt dat er niets mis is met oude vertalingen ...
Collectie > Joodse pers > 20043439
Mozes Lemans (1785-1832)
1932
titel, Mozes Lemans (1785-1832). bron, Nieuw Isr. Weekblad, vol. 68(1932), nr. 33,
p. 12. materiaal, bericht. trefwoorden, Lemans, Mozes. signatuur, micro-fiche
Collectie > Joodse pers > 20011486