Jaap Kaas

Kaas, Jacobus

Jaap Kaas (1898-1972) werd te Amsterdam geboren als zoon van Marcus Kaas en Rachel van Moppes. Na de Akademie voor beeldende Kunsten vestigde Kaas zich als zelfstandig beeldhouwer. Hij werd vooral bekend door zijn dierstudies. In 1972 stierf hij als een vergeten kunstenaar.

geboren1898-08-04 Amsterdam
overleden1972 Amsterdam
vaderKaas, Marcus A.
moederMoppes, Rachel van
broerKaas, Andries
zusKaas, Christine
partnersMooy, Elizabeth de
Brandon, Margot
huwelijken1923-10-31 Amsterdam
1936
beroepbeeldhouwer
functiesdirecteur Middelbare Joodse Kunstnijverheidsschool 1941=1943
bestuurslid Federatie van Beroepsverenigingen (...)

Jaap Kaas werd op 4 augustus 1898 op de Amsterdamse Zwanenburgwal geboren als zoon van Marcus A. Kaas en Rachel van Moppes. Al generaties lang woonde de familie Kaas op deze in het hart van de oude Amsterdamse jodenbuurt gelegen gracht. Jaaps grootvader, Andries Jacob Kaas, was er in 1838 eveneens geboren. Andries Kaas was rijk geworden met handel in oude metalen. Zijn zoon, de vader van Jaap, koos voor het diamantvak en werd slijper. De ouders van Jaap waren vrijzinnige joden uit de tijd van emancipatie, assimilatie en opkomend socialisme.
Van 1900 tot 1914 woonde de familie Kaas in Antwerpen waar de vader van Jaap zijn geluk beproefde in de handel. Jaaps vader was echter geen succesvol zakenman, waardoor de financiële situatie van het gezin niet al te rooskleurig was. In de dierentuin van Antwerpen maakte de jonge Jaap Kaas zijn eerste geboetseerde dierstudies. Ook in het latere werk van Kaas zullen dieren een belangrijke plaats blijven innemen. In Antwerpen bezocht hij een avondopleiding beeldhouwen.
Gedwongen door de Eerste Wereldoorlog keerde de familie Kaas in 1914 terug naar Amsterdam waar Jaap nog in hetzelfde jaar slaagde voor het toelatingsexamen voor de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten. Hij kreeg beeldhouwlessen van J. Bronner en zat onder andere bij de later bekende beeldhouwer Mari Andriessen in de klas.
Al vanaf zijn 17e jaar woonde Jaap op zichzelf. Hij bewoonde een zolder van de diamantfabriek Van Moppes aan de Plantage Middenlaan. Op 31 oktober 1923 trouwde hij met Elisabeth de Mooij, met wie hij in 1925 een dochter kreeg Anne-Marie genaamd. Kaas vestigde zich in Amsterdam als vrij beeldhouwer. Er volgde een periode van grote armoede. Tot 1936 ontving Kaas gemeentelijke steun in ruil voor beeldhouwwerk, dat op verschillende plekken in de stad een plaats kreeg. Zijn eerste huwelijk ging dan ook mede door de armoedige omstandigheden te gronde aan huiselijke zorgen en spanningen. In 1932 liet Kaas zich officieel van zijn eerste echtgenote scheiden. In 1936 hertrouwde hij met Margot Brandon. Kaas werkte veel in Artis en maakt voor deze dierentuin onder andere beelden van een leeuw en een tijger. (Ook maakte hij al op zijn 17de een masker van de Orang Oetan Sultan, maar deze is niet publiekelijk te vinden in Artis.) Kaas werkte vrijwel dagelijks in Artis en kreeg de officieuze titel 'beeldhouwer van Artis'.
Tijdens de bezetting werd Kaas directeur van de Middelbare Joodse Kunstnijverheidschool. Deze school was op instigatie van de bezetter opgezet en paste in de tactiek om joodse leerlingen van niet-joodse leerlingen te isoleren. Nadat de school in juni 1943 werd opgeheven doken Kaas en zijn vrouw onder. Na de oorlog werd Kaas leraar tekenen en beeldhouwen aan de Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen. Verder was hij actief in verschillende kunstenaarsverenigingen. Na conflicten trok Kaas zich terug uit het verenigingsleven. Tegen het einde van zijn leven kwam Kaas steeds meer in een isolement terecht. In 1972 overleed hij als een vergeten kunstenaar.



Collectie en mediatheek

 De weegschaal  1925
De weegschaal.
Collectie > Literatuur > 11506340

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl