Selly de Jong werd geboren in Almelo in 1862. In 1881 verhuist het gezin naar Amsterdam. Selly's gedichten worden o.m. door J.J.L. ten Kate gepubliceerd. Op instigatie van A.C. Wertheim brengt zij in 1896 haar eerste bundel uit. Ze levert bijdragen aan o.m. "De Nieuwe Gids", "Het Leven" en de joodse weekbladen. De twee delen van haar 'Verzamelde Gedichten' verschijnen in 1908 en 1919. Tal van componisten hebben haar gedichten getoonzet. Zij overleed in 1937.
| geboren | 1862 Almelo |
| overleden | 1937-12-03 Soest |
| vader | Jong, Herman de |
| moeder | Jong-de Jong, Sophia de |
Selly de Jong werd in 1862 in Almelo geboren als dochter van Herman en Sophia de Jong. Zij was een kleindochter van de Almelose rebbe Gersjoun de Jong, aan wie ze in 1926 haar bundel "Gewijde zangen" zou opdragen. Haar vader was decoratieschilder en schreef een vaak herdrukt "Handboek voor de schilder". Verder trad haar vader op als gelegenheidsdichter en schreef onder andere een Oranjegezind "Vlaggelied" dat hij ook op muziek zette. Het gezin De Jong woonde korte tijd in Deventer en drie jaar in het vlak over de Duitse grens gelegen Lingen. Daarna keerde het gezin naar Almelo terug. In Almelo moest Selly al op jonge leeftijd met handenarbeid de kost helpen verdienen voor haar moeder en broertje. Een aantal gedichten herinnert aan deze periode. Het gedicht 'Droom', uit haar eerste bundel "Veldbloemen", schreef Selly op 14-jarige leeftijd.
In 1881 verhuisde het gezin naar Amsterdam. Selly's moeder Sophia stimuleerde het ontluikende dichterschap van haar dochter en vertaalde een aantal gedichten voor een Amerikaan die zij in Amsterdam ontmoet had. Via hem kwam Selly bij de bekende dominee-dichter J.J.L. ten Kate terecht, die haar poëzie publiceerde in het tijdschrift "De Leeswijzer" en die het gedicht 'Vertrouwen' opnam in de bloemlezing "Bloemengefluister" uit 1887. In talloze weekbladen en kranten verschenen Selly's gedichten. Haar inzending op een prijsvraag van "Het Vliegend Blad", waarin gevraagd werd om een gedicht op de kroonprinses, werd bekroond.
Aangemoedigd door de bekende bankier A.C. Wertheim publiceerde Selly in 1896 haar eerste, door D. Fuldauer geredigeerde en hierboven al even genoemde, dichtbundel "Veldbloemen". Vervolgens publiceerde zij de bundel "Oranjeliederen". Eén van de gedichten uit deze bundel werd tevens gepubliceerd in het maandblad "De Oranjevaan". In 1908 verscheen de door Ed. Thorn Prikker ingeleide bundel "Verzamelde Gedichten" In deze bundel waren onder meer de meeste gedichten uit "Veldbloemen" opgenomen, alsmede een aantal nieuwe gedichten.
In de jaren die volgden leverde zij bijdragen aan bladen als "De Nieuwe Gids", "Het Leven" en aan verschillende joodse weekbladen waaronder het "Centraal Blad voor Israelieten in Nederland". In 1919 verscheen een tweede bundel "Verzamelde Gedichten" opgedragen aan Selly's moeder en door D. Fuldauer voorzien van een voorwoord. Deze bundel bevat tevens reproducties van door Lizzy Ansingh en Thérèse Schwartze gemaakte portretten van Selly en haar moeder. Onder andere Israël Querido en A.C. Wertheim werden in deze uitgave met een gedicht vereerd. Er is in deze bundel één gedicht met een joodse thematiek opgenomen getiteld 'Israël trekt op' dat zij opdroeg aan de 'Afdeeling Amsterdam der Joodsche Territorialistische Organisatie'. Selly de Jongs andere joodse gedichten, waar Fuldauer in zijn voorwoord naar verwijst, werden in 1926 gepubliceerd in de al eerder genoemde bundel "Gewijde zangen". Selly's gedichten hebben een aantal toonkunstenaars geïnspireerd tot de vervaardiging van solo- of koormuziek. In 1911 werd Israël J. Olman's toonzetting van Selly de Jong's gedicht 'Jom Kipoer' gebruikt voor een nationale zangwedstrijd.
Na de publicatie van "Gewijde zangen" in 1926 heeft zij voor zover bekend geen dichtbundels meer gepubliceerd. Zij zou na deze bundel nog 11 jaar leven alvorens zij op 3 december 1937 in Soest overleed. In het NIW verscheen een rouwadvertentie die was ondertekend door de families Senator, Fudauer en Wienese. Een beschouwing aan haar leven werd er in dit joodse weekblad niet aan haar gewijd. Ook het "Centraal Blad" besteedde geen aandacht aan haar overlijden. Het ziet er dan ook naar uit dat zij op het moment van haar overlijden als dichteres enigszins in de vergetelheid was geraakt.
Neerland's koninginne en de Nederlandsche leeuw
s.a.
Neerland's koninginne en de Nederlandsche leeuw.
Collectie > Literatuur > 12007021
meer treffers in Collectie > Literatuur
Centraal Israelietisch Weeshuis.
1876
Overzicht van de ingekomen giften van het Centraal
Israelietisch Weeshuis in de maand september 1876.
Collectie > Joodse pers > 20026748