Samuel Jessurun de Mesquita

Jessurun de Mesquita, Samuel

Samuel Jessurun de Mesquita wordt in 1868 in Amsterdam geboren. Zijn ouders waren portugese joden. Hij volgt verschillende tekenlessen en wordt uiteindelijk in 1902 docent aan de Kunstnijverheidsschool te Haarlem.

geboren1868-06-06 Amsterdam
overleden1944-02-11 Auschwitz (?)
vaderJessurun de Mesquita, Josua
moederMendes da Costa, Judith
broerJessurun de Mesquita, Joseph 1865-09-07=?
zusJessurun de Mesquita, Anna
partnerPinedo, Elisabeth 1874-03-12=1944-02-11
beroepschilder
functiedocent sierkunst Kunstnijverheidsschool Haarlem 1902=1926

Samuel Jessurun de Mesquita werd op 6 juni 1868 in Amsterdam geboren als jongste van de drie kinderen van Josua Jessurun de Mesquita en Judith Mendes da Costa. Zijn vader was leraar klassieke talen en Hebreeuws. Het gezin Jessurun de Mesquita woonde aan de Nieuwe Prinsengracht waar destijds veel Portugees-joodse families woonden die een hechte gemeenschap vormden. De kinderen uit het gezin waarin Samuel opgroeide gaven alle drie blijk van een artistieke aanleg. De oudste zoon, Joseph, koos voor een loopbaan als fotograaf. Zijn carrière werd echter in de kiem gesmoord omdat hij al op jeugdige leeftijd zelfmoord pleegde. Dochter Anna volgde een opleiding aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam en zou later met haar volle neef, de beeldhouwer Joseph Mendes da Costa trouwen. Samuel op zijn beurt gaf al op de lagere school blijk van een uitgesproken tekentalent.
Op 14-jarige leeftijd deed Samuel toelatingsexamen voor de Rijksacademie maar werd afgewezen. Daarop begon hij een opleiding als leerling op het architectenbureau Springer. Veel van het tekenwerk op dit bureau bestond uit het uitwerken van ornamenten die kenmerkend waren voor de bouwstijl in die tijd. Mesquita legde met dit ambachtelijke werk de basis voor zijn latere artistieke ontwikkeling. Samuel volgde verder een tekenopleiding aan de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijs en kreeg daarnaast les aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid. Zijn medestudenten daar waren onder andere Joseph Mendes da Costa, Lambert Zijl en Theodoor Nieuwenhuis, die later alle drie een belangrijke rol zouden gaan spelen in het opbloeien van de kunstnijverheid.
In 1889 behaalde De Mesquita zijn middelbare akte tekenen, ging zich vervolgens met schilderen bezig houden en ontwikkelde een nieuwe tekentechniek met een duidelijk grafisch karakter. Hij maakte zich de techniek van het etsen eigen en experimenteerde hiermee onder andere op marmer. De eerste van een lange reeks houtsneden maakte De Mesquita in 1896. In deze periode leerde hij ook de batiktechniek en het bedrukken van stoffen met houtblokken en tot 1905 wijdde hij zich bijna geheel aan de vervaardiging van dergelijke bedrukte stoffen. In 1902 werd De Mesquita docent aan de Kunstnijverheids- school te Haarlem. Tot 1926 bleef hij aan deze school verbonden.
Vanaf 1889 ontstonden zijn zogenoemde 'sensitivistische tekeningen'. Dergelijke tekeningen (bizarre, vaak karikaturale voorstellingen) zou hij zijn leven lang blijven maken. Later werkte hij ze uit in ets-, litho- of houtsnedetechniek. In 1904 gaf W. Versluis een album met reproducties van deze tekeningen uit. Zijn niet-sensitivistische werk vervaardigde hij naar modellen en onderwerpen uit zijn direkte omgeving. Zo maakte hij zelfportretten en portretten van zijn vrouw Betsy Pinedo en zijn in 1905 geboren zoon Jaap. Ook tekende hij het interieur van zijn atelier aan de M.J. Kosterstraat en het uitzicht dat hij daarvandaan had. Ook de nabijgelegen dierentuin Artis vormde een bron van inspiratie.
In 1917 aanvaardde Samuel een bestuursfunctie in de Vereniging tot Bevordering van de Grafische Kunsten en was er van 1921 tot 1924 de voorzitter van. Door de school in 1926 te verlaten, kon De Mesquita zich weer geheel aan zijn eigen oeuvre wijdden. In 1925 was het eerste nummer van het tijdschrift "Wendingen" geheel aan zijn sensitivistische werk gewijd. In 1934 verscheen een door de kunsthistoricus A.M. Hammacher ingeleide aflevering met een keuze uit zijn latere werk. In 1933 aanvaardde De Mesquita een baan als lector aan de Academie voor Beeldende Kunsten; een benoeming die hem niet alleen eer en erkenning opleverde, maar ook een verlichting van zijn financiële omstandigheden betekende. Aan het eind van de jaren dertig verminderde zijn grafische productie, maar maakte hij op losse blaadjes of in kleine schetsboekjes nog wel veel sensitivistische tekeningen. De laatste houtsneden en etsen fateren van 1940. Uit de jaren daarna zijn slechts tekeningen (in de collectie van het Stedelijk Museum) en een paar schetsboekjes (verspreid over diverse collecties) bewaard gebleven. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1944 werden Samuel Jessurun de Mesquita, zijn vrouw en hun zoon Jaap weggevoerd en gedeporteerd. Samuel en zijn vrouw zijn vermoedelijk direct na aankomst in Auschwitz vermoord. Zijn zoon Jaap is in Theresienstadt omgekomen.



Collectie en mediatheek

 Sensitivistische voorstelling  
geometrische compositie met zeven hoofden: lb driehoek waarin vrouwenhoofd en profil
nr en mannenhoofd met baard en profil nl; in deel van grotere driehoek, waarvan ...
Collectie > Museumstukken > 00936

meer treffers in Collectie > Museumstukken

 Tekening  1943
Zelfportret, tekening Samuel Jessurun de Mesquita, 1943.
Collectie > Fotos > 40003074

 Houtsnede  1899
Zelfportret op brug, houtsnede van Samuel Jessurun de Mesquita, 1899 (?).
Collectie > Fotos > 40002029

 Meester van Artis  2005
Meester van Artis.
Collectie > Literatuur > 12011736

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl