Joseph Jacob Isaacson werd op 20 april 1859 te Den Haag geboren als zoon van een antiquair. Met zijn leermeester Meijer de Haan ging hij naar Parijs, waar hij als eerste iets schreef over de toen nog totaal onbekende Vincent van Gogh. Hij schilderde vooral bijbelse taferelen en leidde een geisoleerd bestaan. Op 12 december 1942 werd hij in Auschwitz vermoord.
| geboren | 1859-04-20 Den Haag |
| overleden | 1942-12-12 Auschwitz |
| vader | Isaacson, Jacob Joseph |
| moeder | Lambert, Flora |
| partner | Weill, Emmerentine 1869-02-10=1942-10-15 |
| huwelijk | 1904-12-08 Haarlem |
| beroep | schilder |
| functie | correspondent De Portefeuille (cult., frans weekblad) 1988= |
Joseph Jacob Isaacson werd op 20 april 1859 in Den Haag geboren als zoon van een antiquair. Al op 11-jarige leeftijd werd hij leerling aan de Haagse kunstakademie. Vervolgens probeerde hij in Delft zijn middelbare akte tekenen te halen. Toen dat niet lukte vertrok hij naar Londen waar hij zo'n tien maanden lang zijn brood verdiende met portrettekenen. Terug in Nederland kreeg hij van de bekende joodse bankier A.C. Wertheim een studiebeurs die hem in staat stelde lessen te volgen bij de schilder Meijer Isaac de Haan (1852-1895). In het najaar van 1888 vertrok hij met zijn leermeester naar Parijs. Hij volgde er lessen anatomie aan de Ecole des Beaux Arts. Via De Haan leerde hij Theo van Gogh kennen met wie hij bevriend raakte. Van Gogh noemde Isaacson regelmatig in zijn brieven aan zijn broer Vincent.
Isaacson leidde in Parijs een armoedig bestaan. Hij verdiende geld door het tekenen van portretten. Tevens werd hij de Parijse correspondent van het in 1879 opgerichtte kunstblad "De Portefeuille". In zijn bijdragen aan dit blad wijdde hij onder de titel "Gevoelens over de Nederlandsche kunst op de Parijsche Wereld-tentoonstelling" een beschouwing aan de dan nog totaal onbekende Vincent van Gogh. Daarmee was Isaacson de eerste recensent van Van Gogh, die door Isaacson in 1889 zeer geprezen werd. Wie vertolkt, zo vroeg Isaacson zich in zijn beschouwing af, in vormen en kleuren het leven van de 19e eeuw? Zijn vaak geciteerde antwoord luidde: "Een ken ik, 'n eenige pionier; hij staat alleen te worstelen in den grooten nacht, zijn naam, Vincent, is voor het nageslacht."
Over het leven van Isaacson is verder eigenlijk niet zo heel veel bekend. In 1896 vertrok hij naar Egypte, waar hij vier maanden in Cairo woonde. In 1898 exposeerde hij in een Haagse galerie schilderijen met oosterse taferelen. Verder haalde Isaacson zijn inspiratie uit het Oude Testament. In 1904 trouwde Isaacson en in 1905 vertrok hij voor de tweede maal naar Egypte. In 1906, een jaar na de grote Van Gogh-tentoonstelling, besteedde hij opnieuw aandacht aan Van Gogh in een 60 pagina's tellend geschrift getiteld "Een nieuw standpunt in kunst; Vincent van Gogh en D.B. Nanninga". In dit geschrift hield Isaacson een pleidooi voor de kunst van zijn leerling Nanninga. Van Van Gogh moest hij niet veel meer weten. Hij schreef dat het werk hem verbaasde maar niet ontroerde. Isaacson was een meer lyrische richting in de kunst toegedaan.
Isaacson ging in Amsterdam wonen en werken. Hij leidde er een tamelijk geïsoleerd en teruggetrokken bestaan. Joseph Gompers begon zijn artikel Isaacson in "De Vrijdagavond" uit 1927 met de in dit verband veelezeggende woorden: "Ik hoor het velen mijner lezers reeds zeggen: De Joodsche schilder Isaacson? Nooit van gehoord! Zeker een der jongeren?" Isaacson was een langzaam werkend, in zichzelf gekeerd schilder, die zich meer en meer verdiepte in joodse mystiek. In 1926 werd hij lid van de nieuwe kunstenaarsvereniging "De Brug". Andere leden waren J. Berdien, Sal Meijer, John Raedecker en Dick Ket. In 1929 werd er ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag een tentoonstelling van zijn werk georganiseerd en in 1939 wijden verschillende kranten lange artikelen aan hem ter gelegenheid van zijn 80ste verjaardag. Joseph Jacob Isaacson werd op 12 december 1943 in Auschwitz vermoord.
[Rebekka bij de waterput]
1897
Vrouw in wit gewaad met kruik (Rebekka) staat voor een cilindrische waterput. links
naast haar staat een man met staf (dienaar van Abraham). Op de achtergrond een ...
Collectie > Museumstukken > 06538