
Joseph Isaacsohn (1815-1885) werd in 1850 opperrabbijn te Rotterdam. Hij verzette zich tegen de reformbeweging en bracht meer orde in de sjoel. Zijn opperrabbinaat kenmerkte zich door veel geruzie en uiteindelijk vertrok hij in 1870. Hij zou vijftien jaar later in 1885 overlijden.
| geboren | 1815 |
| overleden | 1885 |
| beroep | opperrabbijn |
| functie | opperrabbijn Rotterdam 1850=1870 |
Joseph Isaacsohn werd in 1815 in Filehne in de provincie Posen uit arme ouders geboren. Zijn eerste onderwijs ontving hij van de plaatselijke rabbijn S.M. Struck. Aanvankelijke was hij derde onderwijzer aan een lagere school. In zijn jonge jaren werd Isaacsohn door talloze rampen getroffen. Zo overleden kort na elkaar zijn jonge vrouw, zijn enige kind en zijn vader. Hij verliet daarop zijn geboorteplaats en vestigde zich in de omgeving van Frankfurt am Main als onderwijzer in een klein dorpje.
Enige tijd later vestigde hij zich in Frankfurt waar hij met zijn voordrachten voor de vereniging Akédat Jitschak de aandacht trok. Isaacsohn bestreed het in die tijd opkomende liberale jodendom zoals dat onder andere door Leopold Stein verwoord werd. Tot de bewonderaars van de orthodoxe denkbeelden van Isaacsohn behoorde onder andere de rijke Anselm Rothschild. Op diens kosten kon Isaacsohn in Bonn gaan studeren waar hij de doktorstitel en de morenoe-titel verwierf. Vervolgens werd hij rabbijn in Embden en opperrabbijn van Oost-Friesland. Hij trouwde met een dochter van de beroemde rabbijn Jacob Ettlinger uit Altona.
In 1850 werd hij opperrabbijn van Rotterdam. Ook hier verzette hij zich tegen de reform-beweging binnen het jodendom. Hij zorgde voor meer decorum en orde in de sjoel. Isaacsohn raakte rond 1851 verwikkeld in een van de hevigste ruzies binnen het Nederlandse jodendom. Deze ruzie ontstond nadat men in Drenthe een eigen ressort op wilde richten. Als kandidaat werd Jacob Fraenkel naar voren geschoven. De uit Polen afkomstige Fraenkel was in 1835 gepromoveerd tot doctor in de filosofie en Magister Liberalium Artium en men was zeer tevreden over zijn proef-predikaties. Tegenstanders van Fraenkel probeerden echter aan te tonen dat hij een reform-rabbijn was, door te wijzen op de door Fraenkel geschreven werken, waarin hij zich een voorstander toont van de emancipatie.
Er werd een onderzoek gehouden door drie in Nederland gevestigde opperrabbijnen, een onderzoek dat nodig is voor de benoeming van een buitenlandse rabbijn. Isaacsohn zat in dit college, samen met de opperrabbijnen van Amersfoort, Mr. Schaap, en van Den Haag, Mr. Ferrares en Mr. Cosman, rabbinaal aspirant. Het college adviseerde de benoeming af te keuren, iets wat nog nooit was gebeurd. Ondanks dit advies werd Fraenkel toch benoemd als opperrabbijn. Markant is dat voor de benoeming van Isaacsohn (ook een buitenlander) als opperrabbijn hetzelfde 'verplichte' onderzoek niet is uitgevoerd. Later kwam Isaacsohn zelf in de problemen, onder andere omdat hij weigerde de Nederlandse taal te leren. Naar aanleiding van deze problemen vertrok hij in 1870.
Na zijn vertrek uit Rotterdam keerde hij terug naar zijn geboorteplaats. Toen daar een rabbijnsplaats openviel toonde Isaacsohn zich bereid deze in te vullen. Maar weer werd Isaacsohn door ongeluk gevolgd. Binnen een week overleden twee van zijn kinderen. Hij vestigde zich vervolgens in Hamburg waar hij iedere sjabbat belangeloos een voordracht hield voor de vereniging Newé Sjaloom en hij de leider werd van een afgescheiden gemeente. Hij overleed in 1885 en werd op zijn verzoek in Filehne naast zijn kinderen begraven.
[portret Dr. Joseph Isaacsohn]
1880-1890
In ovaal mansportret, borststuk en trois-quarts naar links. In linkerhand heeft
hij een boek. De man heeft een baard en draagt een keppel.
Collectie > Museumstukken > 03124
[Binnenland] : Dordrecht
1881
Verslag van de viering van het vijfentwintigjarig jubileum van de synagoge te Dordrecht.
Collectie > Joodse pers > 20000820