Meijer de Hond (1882-1943) werd geboren in Amsterdam. Hij studeerde aan het Ned. Isr. Seminarium en daarna klassieke talen aan de Universiteit van Amsterdam. In 1913 promoveerde hij in Würzburg. Terug in Amsterdam ontwikkelde hij zich tot populaire rabbijn. Hij kwam in 1943 om in Sobibor.
| geboren | 1882-08-30 Amsterdam |
| overleden | 1943-07-23 Sobibor |
| vader | Hond, Mozes Levie de |
| moeder | Praag, Esther van |
| beroep | rabbijn |
| functie | leider Touro Our |
Meijer de Hond werd op 30 augustus 1882 in de Amsterdamse jodenbuurt geboren als zoon van Mozes Levie de Hond en Esther van Praag. Het was een arm milieu waarin De Hond opgroeide. Zijn geboortehuis stond aan de armoedige Ververstraat en zijn familie behoorde tot de onderste lagen van de joodse bevolking. Het was juist uit dit arme milieu dat veel studenten van het Nederlands-Israelietische Seminarium afkomstig waren. Ook Meijer de Hond volgde vanaf 1894 lessen aan het seminarium en vanaf 1901 studeerde hij klassieke talen aan de Universiteit van Amsterdam. In 1904 slaagde De Hond voor zijn kandidaatsexamen en behaalde ongeveer tegelijkertijd zijn diploma als kandidaat-rabbijn. Hij nam vervolgens de geestelijke leiding op zich van de inmiddels door hem opgerichte vereniging "Touro Our" (= de leer is het licht). Deze vereniging legde zich toe op het steunen van joodse invalide ouderen. In 1901 vertrok De Hond naar Berlijn om daar zijn rabbijnenstudie te voltooien. In 1911 legde hij aan het Berlijnse seminarium het examen voor rabbijn af en in 1913 promoveerde hij in Würzburg tot doctor in de letteren en de filosofie.
In 1911 had De Hond de brochure "Een Joodsch hart klopt aan Uw deur" geschreven. Deze brochure vormde de aanleiding tot de oprichting van de vereniging "De Joodsche Invalide". Door plaatsgebrek in het Nederlands-Israelietisch Ziekenhuis moest een aantal invalide oude mannen en vrouwen worden ondergebracht in het stedelijk armenhuis aan de Roeterstraat. Daar hadden zij een aparte afdeling die "het jodenzaaltje" werd genoemd. Zij werden van kosjere maaltijden voorzien door het Nederlands-Israelietisch Ziekenhuis. Tot hun grote schande moesten deze joodse invaliden het uniform van het werkhuis dragen. De hiervoor genoemde vereniging "Touro Our" verlichtte hun lot door kleren en versnaperingen te brengen en af en toe naar de mensen toe te gaan. Om de nood van de ouderen te lenigen werd op 10 december 1912 het nieuwe tehuis voor joodse invaliden geopend.
"Touro Our" gaf in de periode 1908-1914 het maandblad "Libanon" uit. Dit blad werd grotendeels gevuld met teksten van De Hond. Hij hield ook regelmatig, op zeer meeslepende wijze, voordrachten, waarvan de toon leek op die van een reformrabbijn terwijl hij toch alle plichten van het orthodoxe jodendom zeer nauwgezet nakwam. Het kerkbestuur ontzegde "Touro Our" het recht om diensten met een voordracht van de Hond te houden in de Nieuwe Synagoge. Rabbijn Dünner weigerde op reglementaire gronden het in Berlijn behaalde diploma van De Hond te erkennen. De Hond kon zich daardoor alleen nog begeven op het terrein van het joodse onderwijs en de opvoeding. Voor de toneelvereniging "Betsalel", waarvan De Hond de geestelijk leider was, schreef hij toneelstukken, waaronder "Rabbi Akiwa", "Seideravond" en "Sjabbat Koudesj".
Meijer de Hond heeft via Betsalel grote invloed gehad op de vorming van de orthodoxe jongeren onder de diamantbewerkers. Hij was echter ook een omstreden figuur. Zijn "Kiekjes", korte novellen waarin hij het leven van de armsten in de Amsterdamse jodenbuurt heeft beschreven, hebben de legendevorming rond zijn persoon bewerkstelligd. Hij verheerlijkte de armoede en moest niets van sociale hervormingen hebben. Hem gingen vroomheid en vaderlandsliefde boven alles. Zo joeg hij socialisten en zionisten tegen zich in het harnas. De toneelvereniging "Betsalel" was voortgekomen uit de joodse werkliedenvereniging van die naam en uit de toneelvereniging kwam in 1913 de vereniging Jong-Betsalel voort ten behoeve van kinderen die van de lagere school kwamen. Voor deze vereniging leidde dr. De Hond het "herhalingsonderwijs" en gaf hij zijn "Betsalel, Joodse geloofsleer voor Jong-Israel" en later de "Joodse Jeugdkrant" uit.
Tijdens de oorlog kwamen weer meer mensen onder zijn gehoor omdat zijn mystiek geladen woorden hen hoop gaven. Op zijn zestigste verjaardag, in 1942, heeft opperrabbijn Sarlouis hem de titel van rabbijn honoris causa verleend. In 1943 is hij vanuit Westerbork naar het oosten gedeporteerd. Op 23 juli 1943 werd Meijer de Hond in Sobibor vermoord.
Dr. Meyer de Hond 1882-1943 : bloemlezing uit zijn werk
1951
Dr. Meyer de Hond 1882-1943 : bloemlezing uit zijn werk.
Collectie > Literatuur > 11504232
Goed Sjabbos, Nachtgebedje : Kinderkoor De Joodsche Stem o.l.v. Jacob Hamel
1935 (ca?)
Kinderkoor De Joodsche Stem olv Jacob Hamel met twee liedjes van
Dr. M. de Hond, uit de archieven van Minigroove.
Collectie > Audiovisueel > 20000797