David Heilbron

Heilbron, David Calmanzoon

David Heilbron werd in 1762 in Den Haag geboren. Van 1781 tot 1784 studeerde hij medicijnen in Leiden. Tussen 1785 en 1800 was hij in Den Haag werkzaam als arts. Daarna vestigde hij zich te Amsterdam. Van 1832 tot zijn dood in 1847 maakte hij daar deel uit van het bestuur van het Nederlandsch-Israelietisch Armbestuur.

geboren1762 Den Haag
overleden1847-06-05 Amsterdam
vaderHeilbron, Calman ben Jozef
beroeparts

David Heilbron werd op 4 juli 1762 in Den Haag geboren als zoon van Calman ben Jozef Heilbron. Het was een deftig milieu waarin David opgroeide. Al op jeugdige leeftijd kreeg hij alles mee wat nodig was voor een beschaafde en geleerde opvoeding. Zijn grootvader, Jozef ben David Heilbronn (overleden in 1771), was vanuit het Duitse Eschwege naar Den Haag gekomen. Deze grootvader was een geleerd man die in 1765 een massoretisch boek publiceerde onder de titel "Mewin Chidoet" (= begrip van de accuratesse). In 1769 publiceerde hij daarnaast nog een gebedenboek voor Simchat Tora (= Vreugde der Wet).
Ook zijn kleinzoon bleek goed te kunnen leren en op 17 augustus 1781 begon David Heilbron op 19-jarige leeftijd aan een studie medicijnen aan de Universiteit van Leiden. De medicijnenstudie was vóór de burgerlijke gelijkstelling van 1796 de enige universitaire studie die voor joden openstond. In april 1784 sloot de nog jeugdige Heilbron zijn studie af met een proefschrift getiteld "Dissertatio medico-practica inauguralis de haemorroidibus".
Na zijn studie keerde hij terug naar zijn geboortestad waar hij tussen 1785 en 1800 werkzaam was als praktiserend arts. Daarnaast was Heilbron wetenschappelijk actief in tal van genootschappen. Zo schreef hij samen met Iman Jacob van den Bosch (1731-1788) en Johannes Veirac (1745-1795) voor het Geneeskundig Genootschap onder de zinspreuk Servandis Civibus een verhandeling over buikontlastingen en borstziekten die in 1790 in de "Handelingen" van het genootschap werd gepubliceerd. In 1792 dong hij mee naar een prijsvraag over beslag op de tong die was uitgeschreven door het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wysbegeerte te Rotterdam. De "Verhandeling over het beslag op de tong" trok ook in het buitenland de aandacht en werd in 1795 in het Duits vertaald. In 1796 werd Heilbron ook lid van de prestigieuze Hollandsche Maatschappij van Wetenschappen te Haarlem. Omstreeks diezelfde tijd beantwoordde hij nogmaals een prijsvraag van het Bataafsch Genootschap der Proefondervindelijke Wysbegeerte in Rotterdam, ditmaal over de werking der ogen, die in 1798 werd gepubliceerd in de "Verhandelingen" van het genootschap.
David Heilbron was een breed ontwikkeld man die naast zijn grote medische kennis ook goed thuis was in de klassieke en moderne letteren en tevens zeer bedreven was in het Hebreeuws. Met zijn grote geleerdheid verwierf hij zich algemene bekend. Na de burgerlijke gelijkstelling van 1796 begon hij dan ook, wellicht vanwege die bekendheid, opdrachten van de overheid te krijgen. Zo stuurde men hem in verband met de uitbraak van besmettelijke ziektes naar plaatsen als Scheveningen en Den Helder.
Ook in de joodse gemeenschap van zijn woonplaats Den Haag was Heilbron actief. Heilbron sloot zich aan bij een groep verlichte joden die meer medezeggenschap bij het bestuur van de joodse gemeente begon op te eisen en die ook meer inzicht wenste te verkrijgen in het financiële reilen en zeilen van de gemeente.
Op het gebied van de volksgezondheid was Heilbron al eveneens actief. Het inzicht dat er voor de overheid een taak was weggelegd op het gebied van de gezondheid van de burger was nieuw en Heilbron stond samen met anderen aan de basis van die denkbeelden. Zo diende hij en de Rotterdamse arts Lambertus Bicker (1732-1802) bij de Nationale Vergadering plannen in voor een soort raad voor de volksgezondheid. De plannen van Heilbron en Bicker zouden uiteindelijk effect blijken te hebben en leidden er in 1798 toe dat de erkenning dat de overheid verantwoordelijk was voor de gezondheid van haar ingezetenen werd opgenomen in de constitutie van de Bataafse Republiek.
In 1800 verhuisde Heilbron naar Amsterdam waar hij een aanzienlijke praktijk begon die zich al spoedig in een groot aantal patiënten mocht verheugen. In 1808 begon hij daarnaast een ambtelijke loopbaan. Dat jaar werd hij namelijk benoemd tot chef van het 4e bureau, 1e divisie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, waar hij zich bezighield met ambtelijke werkzaamheden op het gebied van de geneeskunde. In 1810 werd hij eervol ontslagen omdat zijn functie onverenigbaar bleek te zijn met zijn Amsterdamse praktijk. Toch bleek dit nog niet het einde van zijn loopbaan als hoge ambtenaar te zijn. In 1815 werd hem gevraagd hervormingen voor te bereiden op het gebied van de veeartsenijkunde. Hetzelfde jaar werd hij Eerste Commies bij Binnenlandse Zaken met de bevoegdheid zijn praktijk als arts in Amsterdam te mogen blijven uitoefenen. Enige jaren later, in 1817, volgde zijn benoeming tot lid van een schoolcommissie voor de Israelitische Godsdienstscholen. In 1818 werd hij overgeplaatst naar het Ministerie Van Onderwijs, Nationale Nijverheid en Koloniën.
Op 31 december 1825 werd hem vanwege zijn inmiddels gevorderde leeftijd eervol ontslag verleend. Dit betekende evenwel niet dat de onvermoeibare Heilbron het nu rustiger aan ging doen. Vanaf 1826 bekleedde hij diverse functie voor het Nederlands-Israelitische Armbestuur (NIA). In zijn hoedanigheid als praktiserend arts van het ziekenhuis van de Hoogduitse Gemeente richtte Heilbron zich in 1827 tot het NIA met een missive waarin hij betoogde dat de toestand in het ziekenhuis onhoudbaar was. Volgens hem was het niet toelaatbaar dat er op één zaal zieken, herstellenden, krankzinnigen en doden lagen, terwijl de bedden zo dicht tegen elkaar stonden dat de geneesheren er niet tussendoor konden. Heilbron pleitte met succes voor een nieuw ziekenhuis. In 1832 kon er een terrein worden aangekocht tussen de Nieuwe Keizersgracht en de Muidergracht waar het nieuwe ziekenhuis kon verrijzen. In datzelfde jaar trad Heilbron toe tot het bestuur van het NIA. In de jaren daarna zou Heilbron actief blijven in tal van functies en na een lang en werkzaam leven overleed hij op 5 juni 1847 in zijn woonplaats Amsterdam.



Collectie en mediatheek

 Lijst  1845-12-11
Lijst van genodigden voor het huwelijksfeest van Hessel Mozes
Duparc en Hester Benjamins op 11 december 1845.
Collectie > Documenten > 00009374

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl