
De kunstschilder en graficus Bob Hanf (1894-1944) werd op 25 november 1894 in Amsterdam geboren. Volgens het kunstenaarlexicon van Pieter A. Scheen zou hij tekenlessen aan de Quellinusschool in Amsterdam hebben gevolgd en bij kunstenaars als Albert Hahn en George Hendrik Breitner. Verder componeerde Hanf muziek voor vioolconcerten. In september 1944 kwam hij om in Midden-Europa.
| geboren | 1894-11-25 Amsterdam |
| overleden | 1944-09-30 Midden-Europa |
| vader | Hanf, Joszef |
| moeder | Romberg, Laura |
| broers | Hanf, Gerrit Sijbrand 1893-1894 Hanf, Frits 1896= |
| zus | Hanf, Jenny 1898 (ca.) |
| beroepen | kunstschilder componist |
Op 25 november 1894 werd in Amsterdam Bob Hanf geboren als zoon van Joseph Hanf en Laura Romberg. De Hanfen waren telgen uit een Duits-joodse familie die van ouds her in Westfalen hadden gewoond. Al op jeugdige leeftijd vertrok zijn vader uit Duitsland en vestigde zich na enige omzwervingen uiteindelijk in Amsterdam. Daar trouwde hij in 1882 met de eveneens uit Westfalen afkomstige Laura Romberg. Ook zij kwam uit een Duits-joodse familie.
Het is tegen deze Duits-joodse achtergrond dat Bob Hanf opgroeide. Tot zijn dertigste jaar bracht hij vrijwel alle vakanties door bij zijn oom Moritz Hanf en diens vrouw Rebecca Loewenstamm. Moritz Hanf en zijn vrouw, die in het plaatsje Minden in Westfalen woonden, hadden veel contacten in kringen van intellectuelen en kunstenaars. Zo waren zij onder andere bevriend met de bekende filosoof en schrijver Salomon Friedlaender (1871-1946). Door zijn regelmatige bezoeken aan deze kunstzinnige familie kwam Hanf al op jeugdige leeftijd in contact met de modernste stromingen op het gebied van de moderne kunst, de literatuur en de filosofie. Het milieu waarin Bob Hanf opgroeide was zeer geassimileerd. Tekenend is bijvoorbeeld het feit dat zijn ouders hem niet lieten besnijden; een ritueel dat men meestal ook in geassimileerde milieus in ere hield. Het feit dat Joseph dat niet deed, veroorzaakte in de familie dan ook een klein schandaal.
Bob Hanf was een veelzijdig mens. Niet alleen tekende en schilderde hij maar daarnaast schreef hij ook literaire werken en componeerde hij muziek. Het Joods Historisch Museum bezit een drietal werken van hem; twee tekeningen en een schilderij. Over de opleiding die Hanf gehad zou hebben verschillen de meningen. Volgens het kunstenaarslexicon van Pieter A. Scheen zou hij tekenlessen hebben gevolgd aan de Quellinusschool in Amsterdam en daarnaast les hebben gehad van kunstenaars als Albert Hahn en George Hendrik Breitner. Toke van Helmond daarentegen beweert in haar biografische schets van Bob Hanf uit 1982 dat hij nooit tekenles heeft gehad. Het verhaal dat Albert Hahn hem les gegegeven zou hebben klopt volgens haar niet. Weliswaar was Hahn een vriend van de familie en zal in die hoedanigheid heus wel eens naar een werk van de jonge Hanf hebben gekeken, maar van tekenslessen was volgens Van Helmond geen sprake.
Omdat zijn vader graag zag dat Bob hem bij het chemische bedrijf "N.V. Oranje" zou opvolgen, werd Hanf na de HBS naar de Technische Hogeschool in Delft gestuurd. In zijn studententijd was Bob Hanf ook actief op cultureel gebied. Zo was hij betrokken bij "De Coornschuere". In het gelijknamige verbouwde pakhuis werden concerten, lezingen en tentoonstellingen georganiseerd. Zo sprak er ooit Louis Couperus en ook Hanf zelf heeft er op 4 april 1919 een lezing gehouden getiteld "Het ontstaan van de moderne kunst".
In 1921 hield Bob Hanf op met studeren en ging in Amsterdam wonen waar hij een zolderkamer betrok van zijn ouderlijk huis aan de Willemsparkweg 93. In deze tijd begon hij serieus muziek te studeren en te schrijven en kwam hij in contact met schrijvers als Marsman en Vestdijk. In Vestdijks "De laatste kans" (1960) - het achtste deel van de Anton Wachter-cyclus - komt Hanf voor onder de naam Bob Neumann. Bij Vestdijk wordt Hanf omschreven als "een iets oudere blonde jood, van wie Anton in het eerst geen hoogte kon krijgen (...) een dikkige, zakkige knaap met een ongelooflijk geestig en intelligent gezicht (die), behalve violist (...) ook schilder, schrijver en gesjeesd Delfts student (bleek) te zijn."
In 1936 verliet Bob Hanf het ouderlijk huis om een kamer aan de Lijnbaansgracht 297 te betrekken. Het literaire werk van Hanf omvat twee toneelstukken en drie romans. Zijn laatste literaire product is het lange gedicht "Christiaan Philippus' mijmeringen over de nachtzijde van het leven". Dat gedicht schreef Hanf toen hij zat ondergedoken op het Prinsenhofje aan de Amsterdamse Prinsengracht. Op 23 april 1944 vond er op het hofje een inval van de SD plaats. Hanf werd opgepakt en via Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Volgens de Gedenkboeken van de Oorlogsgravenstichting werd hij op 30 september 1944 in Midden-Europa vermoord.