Meijer de Haan (1852-1895) werd in Amsterdam geboren. Hij bezocht korte tijd de Rijksacademie in die stad. Aanvankelijk schilderde hij vooral portretten en genrestukken, waarbij vaak joodse thema's werden gekozen. Later kwam hij onder invloed van het post-impressionisme van Gauguin. Hij stierf in 1895.
| geboren | 1852-04-14 Amsterdam |
| overleden | 1895-10-23 Amsterdam |
| vader | Haan, Isaac Aron de |
| moeder | Speijer, Mietje Aron |
| broers | Haan, Aron Isaac de 1859-12-16=? Haan, Samuel de 1855-12-27=? |
| zus | Haan, Elisabeth 1858-02-01=? |
| partner | Henry, Marie |
| beroep | kunstschilder |
De kunstschilder Meijer de Haan werd op 14 april 1852 in Amsterdam geboren. Hij groeide op in een niet onbemiddelde familie die in het bezit was van een matzefabriek aan de Valkenburgerstraat in Amsterdam. Aanvankelijk zou ook Meijer de Haan in deze fabriek gaan werken. Zijn belangstelling ging echter meer uit naar de schilderkunst en hij nam les P.F. Greive (1811-1872). In ruil voor een maandelijkse toelage liet hij zijn aandeel in de fabriek over aan zijn twee broers. In 1874 deed Meijer de Haan toelatingsexamen voor de Rijksacademie in Amsterdam. Vanwege zijn zwakke gezondheid verliet hij deze opleiding al in 1875. In zijn vroege werk heeft De Haan vooral belangstelling voor portretten en figuurstukken, waarbij hij vaak joodse thema's koos. Zijn schilderij 'Een moeilijke plaats in de talmoed' was in 1880 aanleiding tot een polemiek tussen de Leidse hoogleraar H. Oort en de jonge Amsterdamse rabbijn Tobias Tal.
Deze polemiek begon met een reproductie van de Haan's schilderij in het destijds veelgelezen tijdschrift "Eigen Haard". Professor Oort, hoogleraar in de 'Israelietische oudheden' in Leiden, had een bijschrift bij deze reproductie geschreven waaraan hij een verhandeling had vastgeknoopt over ontstaan, wezen en invloed van de Talmoed. Deze verhandeling getuigde volgens Tobias Tal van grote onkunde en Tal reageerde met een artikel in de "Israelietische Nieuwsbode" getiteld "Prof. Oort en de Talmoed". Hierop reageerde Oort weer met een artikel in "De Gids" waarna Tal de zaak besliste met zijn brochure "Een blik in Talmoed en Evangelie, tevens mijn laatste woord aan Prof. Oort in deze zaak" (Amsterdam, 1881). Volgens het tijdschrift "De Vrijdagavond", dat in 1929 een artikel aan de polemiek tussen Oort en Tal wijdde, kreeg Tal van vele intellectuelen bijval. Een van degenen die Tal zijn steun betuigde was de bekende schrijver Eduard Douwes Dekker (Multatuli).
In 1882 schilderde De Haan een portret van een jonge vrouw dat in het bezit is van het Joods Historisch Museum. Het is niet bekend wie het hier afgebeelde meisje is, maar waarschijnlijk heeft De Haan de opdracht uit welgestelde joodse kringen ontvangen. Uit zijn vroege werk blijkt een grote belangstelling voor Rembrandt. Een belangstelling die ook tot uiting komt in 'Portret van een jonge vrouw'. Wat betreft stofuitdrukking en belichting verraadt dit werk duidelijk de invloed van de zeventiende-eeuwse Hollandse meesters. Vanwege die afhankelijkheid van de zeventiende-eeuwse meesters werd zijn historiestuk "Uriel Acosta" in 1888 in een kritiek in "De nieuwe Gids" afgekeurd. Waarschijnlijk heeft deze kritiek een rol gespeeld in De Haan's besluit om naar het buitenland te vertrekken.
In 1888 arriveerde hij met zijn leerling J.J. Isaacson in Parijs, waar hij contact zocht met Theo van Gogh, bij wie hij enkele maanden introk. Via Van Gogh maakte hij eind 1888 kennis met Gauguin. Onder invloed van diens synthetisme en post-impressionisme onwikkelde Meijer de Haan een eigen stijl. Een voorbeeld hiervan is het schilderij "Boerenerf in Le Pouldu" (1889) dat in het bezit is van museum Kröller-Müller. De vriendschap tussen De Haan en Gauguin werd verstoord doordat Gauguin jaloers was op De Haan's relatie met de mooie Marie Henry. Gauguin stookte De Haan's familie op en het voorgenomen huwelijk met de ongehuwde moeder ging niet door. De Haan werd door zijn broers ter verantwoording geroepen en keerde in het najaar van 1890 terug naar Amsterdam. In de zomer van 1891 was hij opnieuw in Parijs. Mary Henry was inmiddels bevallen van een dochter van hem. In november van dat jaar verliet hij Parijs definitief en vestigt zich in Hattem. De daaropvolgende jaren had hij grote problemen met zijn gezondheid. Schilderen deed hij nauwelijks meer. Op 23 oktober 1895 overleed De Haan in zijn geboortestad Amsterdam. Hij werd begraven op de joodse begraafplaats te Muiderberg.
De inhoud van zijn schildersatelier te Amsterdam werd in 1897 geveild. Al zijn schilderijen en persoonlijke bezittingen uit de Franse periode liet hij na aan Marie Henry. Deze collectie bleef tot 1959 intact maar werd in dat jaar in Parijs geveild en raakte verspreid.
Damesportret
1882
Portret van een staande jonge vrouw tot het dijbeen, geheel naar rechts gewend,
het hoofd en trois quarts naar rechts. Zij draagt een donkerrode japon met kanten ...
Collectie > Museumstukken > 01995
meer treffers in Collectie > Museumstukken
Advertentiën. : [Familieberichten]
1892
Namen voorkomend in de familieberichten van dit nummer.
Collectie > Joodse pers > 20036853