Heinrich Graetz

Graetz, Heinrich

Heinrich Graetz (1817-1891) werd te Xions in de toenmalige Pruisische provincie Posen geboren. Hij studeerde filosofie en semitische talen aan de universiteit van Breslau. Hij is vooral bekend geworden vanwege zijn monumentale studie "Geschichte der Juden von der aeltesten Zeiten bis zur Gegenwart".

geboren1817-10-31 Xions (Posen)
overleden1891-09-07 Muenchen
vaderGraetz, Jacob
partnerMonasch, Marie 1827-02-03=1900-05-31
huwelijk1850-10-1 Lundenburg
beroephistoricus
functiesleraar Joods Theologisch Seminarium Breslau 1854=
Honorair hoogleraar Universiteit van Breslau 1869=

Heinrich Graetz (1817-1891) werd op 31 oktober 1817 in Xions in de toenmalige Pruisische provincie Posen geboren als zoon van de slachter Jacob Graetz. Op 13-jarige leeftijd werd Graetz door zijn ouders naar de Talmoedschool in Wolstein gestuurd. Hier leerde de jeugdige Graetz zichzelf Frans en Latijn. In deze periode las hij zeer veel. Onder andere verdiepte hij zich in het werk van Ovidius, Homerus, Voltaire en Rousseau. In de jaren die hij op de Tamoedschool doorbracht, raakte Graetz in een spirituele crisis. Na het lezen van "Neunzehn Briefe ueber Judentum" van Samson Raphael Hirsch keerde hij in 1836 weer terug naar het orthodoxe jodendom.
Hirsch nodigde de jonge Graetz uit om naar Oldenburg te komen. Graetz nam deze uitnodiging aan en verbleef van 1837 tot 1840 als leerling in het huis van Hirsch. Later bekoelde de relatie en in 1840 verliet hij Oldenburg om zich als privé-docent in Ostrow te vestigen. In 1842 kreeg hij speciale toestemming om aan de Universiteit van Breslau filosofie en semitische talen te gaan studeren. In 1845 promoveerde hij op een dissertatie getiteld "De auctoritate et vi quam gnosis in Judaismus habuerit". Kort daarop verscheen er een Duitse vertaling met daarin een opdracht aan zijn oude leermeester Hirsch. Omdat joden aan de Universiteit van Breslau niet mochten promoveren, verdedigde hij zijn proefschrift aan de Universiteit van Jena.
Het was rond deze tijd dat Graetz onder invloed kwam te staan van Zacharias Frankel (1801-1875). Frankel was de leider van een groep meer orthodoxe rabbijnen die zich afzetten tegen de toen opkomende reformbeweging. Frankel verliet in 1845 een rabbijnenvergadering in Frankfurt uit protest tegen het feit dat men de verplichting om een Hebreeuws gebed uit te spreken, had laten varen. Graetz stuurde Frankel naar aanleiding van dit incident een adres waarin hij hem zijn instemming betuigde. Graetz werd vanaf dit moment een vaste medewerker van Frankels "Zeitschrift fuer die religiösen Interessen des Judentums". In dit tijdschrift publiceerde Graetz in 1846 zijn programmatische artikel "Die Konstruktion der Juedische Geschichte".
Zijn aanvankelijke plan om rabbijn te worden gaf hij in 1845 op. Gebrek aan sprekerstalent deed hem hiertoe besluiten. Na zijn onderwijsdiploma te hebben behaald, werd Graetz docent aan een orthodox-religieuze school in Breslau. Van 1850 tot 1852 gaf hij les op de joodse school in Lundenburg. Als gevolg van intriges binnen het gemeentebestuur van Lundenburg gaf hij deze betrekking in 1852 op. Vervolgens vertrok hij naar Berlijn waar hij op uitnodiging van de gemeente lezingen over joodse geschiedenis hield voor theologiestudenten. Daarnaast werkte hij mee aan het in 1851 door Frankel opgerichte "Monatschrift fuer Geschichte und Wissenschaft des Judentums". Later - in de jaren 1869-1888 - zou Graetz dit blad zelf redigeren. Ook begon hij aan z'n bekende levenswerk "Geschichte der Juden von den aeltesten Zeiten bis zur Gegenwart". Vooral door deze monumentale studie zou Graetz bekend worden.
Van 1853 tot 1876 verschenen er elf delen van dit werk. De eerste twee delen, over de oudste geschiedenis van Erets Israel, schreef Graetz pas nadat hij in 1872 Palestina had bezocht. In 1854 werd Graetz benoemd tot lector aan het net opgerichte Joodse Theologische Seminarium in Breslau. In 1869 werd hij door de Universiteit van Breslau benoemd tot 'Honorarprofessor'. In 1880 raakte Graetz in conflict met de Pruisische historicus Heinrich von Treitschke. Deze had in 'Ein Wort ueber unser Judentum' kritiek geleverd op het 11e deel van Graetz' "Geschichte der Juden". Volgens Treitschke zou Graetz het christendom haten en zich schuldig maken aan een onaanvaardbaar joods nationalisme. Aan de pennenstrijd die daarop uitbrak namen zowel joodse als niet-joodse schrijvers deel.
In de jaren 1887 tot 1889 verscheen er onder de titel "Volkstuemliche Geschichte der Juden" een verkorte versie van zijn hoofdwerk. Het werd een van de meest gelezen joodse boeken in Duitsland. Behalve veel kritiek, onder andere van zijn oude leermeester S.R. Hirsch, viel hem ook veel lof ten deel. Op z'n zeventigste verjaardag droeg men bijvoorbeeld een "Jubelschrift" aan hem op. Heinrich Graetz overleed op 7 september 1891 in München.



Collectie en mediatheek

 Dossier  1860 (ca.)
Aantekeningen van Prof.Dr. Heinrich Graetz, circa 1860.
Collectie > Documenten > 00002776

 Die Konstruktion der jüdischen Geschichte  1936
Die Konstruktion der jüdischen Geschichte.
Collectie > Literatuur > 11502593

meer treffers in Collectie > Literatuur

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl