David Franco Mendes (1713-1792) werd geboren als zoon van welgestelde ouders. Zijn familie woonde al sinds het einde van de 16e eeuw in Amsterdam. Hij is vooral bekend geworden als geschiedschrijver van de Sefardische gemeenschap in de hoofdstad. Hij overleed in 1792 in zijn geboortestad.
| geboren | 1713 Amsterdam |
| overleden | 1792-10-11 Amsterdam |
| partner | Fonseca, Hana Rachel da ? =1799-05-15 |
| huwelijk | 1750-03-11 Amsterdam |
Als zoon van welgestelde ouders werd in 1713 in Amsterdam David Franco Mendes geboren. Al vanaf het einde van de zestiende eeuw woonden zijn voorouders in deze kosmopolitische havenstad. Aan de school van de Portugees-joodse gemeente ontving Franco Mendes een uitstekende opleiding. Niet alleen werd hij er in joodse vakken onderwezen, maar ook in de grondbeginselen van de filosofie, het Spaans en het rekenen. Daarnaast leerde hij thuis uitstekend Frans, wat in de achttiende eeuw de taal van de elite was.
Vanwege zijn grote materiële rijkdom was David Franco Mendes in de gelegenheid zich bezig te houden met zijn grootste liefhebberij: de beoefening der Muzen. Zo was hij lid van een Sefardische rederijkersclub die de naam "Amadores Das Musas" (= Minnaars der Muzen) droeg. Erg lang heeft deze club overigens niet bestaan. Slechts een vijftal zaterdagavonden kwam het uit vijf mannen bestaande gezelschap in 1767 bijeen in het huis van de apotheker Iahacob Abeniacar. Naast Franco Mendes en Abeniacar waren David Pereira, Jacob Vita Israel en Sem. Baruch lid van deze rederijkersclub.
David Franco Mendes schreef een grote hoeveelheid Hebreeuwse gedichten waaronder zich zowel vertaalde als zelf gemaakte bevonden. Een aantal van zijn gedichten zijn ook in druk verschenen. Ook schreef hij twee Hebreeuwse drama's die vrij waren bewerkt naar het werk van de zeventiende-eeuwse toneelschrijver Racine en zijn achttiende-eeuwse collega Pietro Metastasio. In 1767 begon Franco Mendes aan een geschiedkundig werk met de titel "Gedenkwaardigheden over de vestiging en voortgang der Portugese en Spaanse joden in de beroemde stad Amsterdam". Dit werk, dat onvoltooid bleef, beschrijft de geschiedenis van de Amsterdamse Sefardim tot aan het jaar 1772. Onduidelijk is waarom Franco Mendes dit werk niet voltooide. Waarschijnlijk speelde de economische positie van Franco Mendes een rol. Na zijn huwelijk met zijn nicht Rahel de Fonseca, waaruit drie kinderen geboren werden, was deze namelijk sterk verslechterd. Ook door de economische crises van de jaren 1763 en 1772-73 nam het leven van deze achttiende-eeuwse liefhebber van oudheden en kunsten een ongunstige keer.
De laatste twintig jaar van zijn leven, van 1772 tot 1792, bleef Franco Mendes literair actief, maar er werd niets meer van hem gepubliceerd. Onder andere begon hij aan een Hebreeuwse encyclopedie naar het voorbeeld van de bekende "Encyclopédie" van Diderot en d'Alembert. Dit werk voltooide Franco Mendes wel, maar het werd nooit gepubliceerd. In 1800, acht jaar na zijn overlijden, verscheen er weliswaar een brochure waarin het werk werd aangekondigd, maar uiteindelijk ging de uitgave niet door. Ook het manuscript is helaas verloren gegaan. Wel bewaard gebleven is een ander belangwekkend tijdsdocument, namelijk een kroniek over de patriotse woelingen van het jaar 1787. De Amsterdamse joden hadden altijd grote bewondering gehad voor het Huis van Oranje. David Franco Mendes vormde daarop geen uitzondering. Hij juicht het in zijn kroniek dan ook toe dat de macht van Oranje in 1787 met behulp van Pruisische troepen wordt hersteld. Het betreffende manuscript bevindt zich in de bibliotheek Ets Haim in Amsterdam. Gelukkig voor Franco Mendes heeft hij de spoedige val van Willem V, in 1795, niet meer mee hoeven maken. In 1792 overleed hij in zijn geboortestad Amsterdam.
Notariële akte
1817-06-13
Notariële akte mbt de nalatenschap van Sara Franco Teixeira, 1817.
Collectie > Documenten > 00008613
J[Binnenlandse berichten] : Amsterdam
1868
Het zesde nummer van de "Joodsch-Letterkundige Bijdragen" is verschenen.
Collectie > Joodse pers > 20016147