Joachim van Embden werd omstreeks 1741 geboren als zoon van Benjamin van Embden en Hester Alexander. In 1771 trouwde hij op dertigjarige leeftijd met de twintig jaar oude Sara Benedictus. Hij was een vooraanstaand lid van Felix Libertate en drukte veel van hun pamfletten. Hij overleed in 1826 te Amsterdam.
| geboren | 1741 (ca.) |
| overleden | 1826-08-02 Amsterdam |
| vader | Embden, Benjamin Alexander |
| moeder | Alexander, Hester |
| broer | Embden, Alexander Benjamin 1745 (ca.) |
| zussen | Embden, Marianne Benjamin Embden, Mindele Benjamin |
| partner | Benedictus, Sara Jacob 1751 (ca.)=1805-03-12 |
| huwelijk | 1771 Amsterdam |
| beroepen | dokter boekdrukker |
| functies | commissaris College Amusement en Cultuur 1803 lid Tot Nut en Beschaving 1807 |
Omstreeks 1741 kregen Benjamin van Embden en Hester Alexander een zoon die zij Joachim noemden. Joachim van Embden studeerde medicijnen in Utrecht. Het was daar dat hij in 1761 tot doctor in de medicijnen promoveerde op een proefschrift getiteld "De Colica". Na zijn studie vestigde Van Embden zich als arts in de Amsterdamse Jodenbreestraat. In 1771 trouwde hij in diezelfde stad met de tien jaar jongere Sara Jacobus Benedictus.
Naast zijn werk als arts was Van Embden ook werkzaam als leerling in het drukkersvak. Onder de naam Jochanan Levi Rofé werd hij een partner in de zaak van zijn schoonvader Jacobus Benedictus en zijn zwager Baruch. In 1795 behoorde Van Embden tot de oprichters van de joodse patriottenclub Felix Libertate. Veel van de pamfletten die de leden van Felix Libertate schreven werden bij Van Embden gedrukt. Ook de eerste biografie over de bekende joodse verlichter Mozes Mendelssohn zag bij Van Embden het licht. Daarnaast drukte Van Embden Hebreeuwse gebedenboeken die voorzien waren van een Nederlandse vertaling. Op die manier speelde Van Embden niet alleen een rol in de integratie van de Nederlandse joden maar tevens in het levend houden van de joodse godsdienst.
Joachim van Embden was een van de eerste verlichte joden die zich afkeerden van de Oude Gemeente en sloot zich aan bij de Nieuwe Gemeente Adath Jessurun. Ook behoorde hij in 1807 samen met mensen als Hartog Sommerhausen en David Samuel Boas tot de oprichters van het "Letteroefenend genootschap Tot Nut en Beschaving". Dit letterkundige genootschap was in mei 1807 ontstaan uit een vriendenkring van verlichte joden. Dat zij een eigen genootschap moesten oprichten was iets dat volgens henzelf te betreuren was. Joden mochten immers geen lid worden van niet-joodse genootschappen als de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen en Felix Meritis. De emancipatie had nog niet geleid tot het toelaten van joden in niet-joodse genootschappen. Vanwege de emancipatorische idealen wilde men verhoeden dat ""Tot Nut en Beschaving" zoude zijn een Israelitisch genootschap." Van het genootschap waren dan ook veel niet-joden lid, zoals de bekende dichter Johannes Kinker en J.H. van Swinden. Deze laatste was overigens in 1796 als afgevaardigde van Amsterdam voor de Staten van Holland tegen de gelijkstelling der joden geweest. Later is hij op die denkbeelden terug gekomen en werd dus zelfs lid van een door verlichte joden opgericht genootschap. Tegen het einde van zijn leven woonde Van Embden inmiddels op de Oude Schans. Het is daar dat hij op 2 augustus 1826 is overleden. Hij werd begraven op de voormalige begraafplaats van de Nieuwe Gemeente in Overveen.