Baruch Bendit Dusnus

Dusnus, Benedictus Naphtali

geboren1811-04-04 Den Haag
overleden1886-01-31 Leeuwarden
vaderDusnus, Naphtali (Hartog Benedictus)
moederStraus, Sara
partnerLeeuwensteen, Esther
huwelijk1837-02-08 Leeuwarden
beroeprabbijn
functieopperrabbijn Leeuwarden en ressort Friesland 1840-1886

Baruch Bendit Dusnus werd op 4 april 1811 in Den Haag geboren als zoon van Naphtali Dusnus en Sara Salomon Straus. Dusnus stamde uit een bekend geslacht van geleerden en zijn grootvader van vaderszijde was opperrabbijn van Nijmegen geweest. Zijn vader heette eigenlijk Hartog Benedictus maar had in 1782 de naam Naphtali Dusnus aangenomen. Naphtali Dusnus was in Praag geboren en trouwde op 10 maart 1799 in Den Haag met de uit Frankfurt am Main afkomstige Sara Straus. Hun zoon Baruch Dusnus bezocht in Den Haag de Talmoed Thora-school en legde in 1834 met succes het examen af voor aspirant-rabbijn. Vervolgens vestigde hij zich in Rijperkerk waar hij op 30 januari 1837 voor de wet trouwde met Esther Leeuwensteen, dochter van de Leeuwarder parnas David Leeuwensteen en diens vrouw Branco Sally de Jongh. De kerkelijke inzegening of choepa vond op 8 februari in Leeuwarden plaats.
De eerste dochter van Baruch en Esther, Branco geheten, werd op 15 januari 1838 in Rijperkerk geboren. Kort daarop verhuisde het gezin naar Leeuwarden waar op 24 mei 1839 als tweede kind hun zoon Naphtali werd geboren. Al spoedig werd Baruch Dusnus actief in het Leeuwarder gemeenteleven. Herhaaldelijk gaf hij de gemeente rabbinale adviezen. Op 7 april 1840 werd hij benoemd tot opperrabbijn van Friesland waarvoor de ministeriële goedkeuring op 3 juni volgde. Hiermee kreeg Leeuwarden een opperrabbijn die in de 44 jaar van zijn ambtsvervulling zijn stempel op de gemeente heeft gedrukt en wiens invloed tot aan de tweede Wereldoorlog heeft doorgewerkt. Binnen en buiten de gemeente bond Dusnus de strijd aan tegen de modernisering. Na het overlijden van opperrabbijn Salomon Jozef Rozenbach fungeerde hij van 1849 tot 1853 in het ressort Groningen ad interim, waar hij in heftige strijd gewikkeld raakte. Zijn conservatieve instelling bleek onder andere uit zijn koppig vashouden aan het jiddisj bij zijn predikaties.
Kort voor zijn 40-jarig ambtsjubileum in 1880 verloor hij zijn vrouw en voelde hij zich zeer eenzaam, ook omdat zijn vier dochters inmiddels waren getrouwd en zich elders hadden gevestigd. Hij vroeg bij het ressort zijn emeritaat aan, maar dit werd zeer ongebruikelijk geacht. Het was zijn bedoeling in het heilige land te sterven, maar hij overleed onverwacht in de nacht van 31 januari 1886 terwijl hij bezig was Tora te leren. Zijn naam leefde voort in de kort na zijn dood opgerichte Dusnus-vereniging, die tot 1945 talrijke geschenken aan de gemeente aanbood en in de naar hem genoemde Dusnus-school in de Perkstraat, waar een gedenksteen zijn naam draagt.



Collectie en mediatheek

 De inwijding van het nieuwe beth hamidrasj te Leeuwarden.  1905
Verslag van de inwijding van het nieuwe beth hamidrasj in Leeuwarden.
Collectie > Joodse pers > 20002761

 [Ingezonden stukken] : [brief]  1876
Briefschrijver mengt zich in de discussie betreffende kasjroet in Leeuwarden
en neemt het op voor de Leeuwarder opperrabbijn.
Collectie > Joodse pers > 20025443

 Joods leven in Friesland  2010
Joods leven in Friesland.
Collectie > Literatuur > 12015351

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl