
| geboren | 1817-11-18 Leeuwarden |
| overleden | 1905-05-20 Heemstede |
| vader | Duparc, Moses Isak |
| moeder | Drielsma, Clara Hessel |
| broers | Duparc, Isac 1816-06-13=1886-06-29 Duparc, Simon 1821-03-26=1887-05-24 Duparc, Jacob Mozes 1822-12-07=1884-07-07 Duparc, Alexander 1825-06-10=1875-10-28 Duparc, Arie 1826-06-25=1916-08-04 Duparc, Joël 1828-08-11=1894-01-17 Duparc, Joachim 1829-10-04=1829-10-18 |
| zussen | Duparc, Mariane 1819-07-30=1871-03-16 Duparc, Karoline 1824-01-01=1890-03-29 Duparc, Hikke 1831-01-30=? Duparc, Esther 1833-08-02=? |
| partner | Benjamins, Hester Moses 1824-04-18=1885-01-11 |
| huwelijk | 1845-12-10 Amsterdam |
| beroep | arts |
Hessel Mozes Duparc werd op 18 november 1817 in Leeuwarden geboren als tweede kind van Moses Isak Duparc en Clara Hessel Drielsma. Zijn oudere broer Isac was op 13 juni 1816 geboren. Na hem volgden nog zes broers en vier zusters. De Fransklinkende naam Duparc had de familie in 1811 aangenomen. De naam verwees naar de plek waar grootvader Isack Salomon Duparc had gewoond. Voordat hij de naam Duparc aannam werd hij meestal ter onderscheiding van een andere Salomon Isack, Salomon Isack op 't Perk genoemd en later zelfs alleen Isack op 't Perk. Zo droegen de leden van de familie Duparc in hun familienaam de herinnering met zich mee aan de straat waar hun voorvader Isack Salomon ooit had gewoond.
Hessel Mozes Duparc ging in Groningen medicijnen studeren. Een studie die hij op 2 juli 1840, na een studie van nog geen vier jaar, afrondde met een proefschrift over kindermoord door ongehuwde moeders. Zijn studievriend Levi Ali Cohen - de bekende hygiënistische arts - promoveerde op dezelfde dag. Tot de dood van Ali Cohen, in 1889, zou Duparc veelvuldig met hem blijven samenwerken.
Na zijn promotie keerde Duparc terug naar zijn geboortestad Leeuwarden waar hij onder andere werkzaam was als armenarts voor de joodse gemeente. In 1848 verhuisde hij naar Amsterdam waar hij aanvankelijk een betrekking had bij het gasthuis en later een bloeiende praktijk zou opbouwen. Daarnaast was hij in dienst van het Nederlands-Israelietisch Armbestuur werkzaam als armenarts. Deze functie zou hij op 1 oktober 1866 neerleggen. Bij die gelegenheid eerde het "Nieuw Israelietisch Weekblad" Duparc vanwege zijn humaniteit en zijn betrokkenheid met het leed van de armen. Die betrokkenheid blijkt ook uit zijn jarenlange voorzitterschap van het Genootschap ter Ondersteuning van Behoeftige Nederlands-Israelitische Kraamvrouwen.
Daarnaast was Duparc actief op wetenschappelijk gebied. In 1841 opende hij zijn indrukwekkende reeks publicaties met het samen met Ali Cohen geschreven boek "De kunst om geneesmiddelen voor te schrijven". Dit was een populair-wetenschappelijk boek waarvan in 1846 een nieuwe druk zou verschijnen. In 1843 won Duparc een prijsvraag van het Provinciaal Utrechts Genootschap van Kunsten en Wetenschappen over het "gebruik en misbruik der geestrijke dranken, benevens de middelen tot wering van dezelve". In hetzelfde jaar beantwoordde hij ook een prijsvraag van de "Bezorgeren van het Legaat van Johannes Monnikhof" over myotomie en tenotomie (= spier en peesdoorsnijding). .
Samen met Ali Cohen redigeerde Duparc ook het tijdschrift "Mededeelingen uit het gebied van natuur, wetenschap en Kunst" dat van 1844 tot en met 1847 verscheen. Het was ook samen met Ali Cohen dat hij in 1847 tot corresponderend lid van de Société Medicale d'emulation de la Flandre Occidentale werd benoemd. Door hun tijdschrift hadden zij al enige naam gemaakt in de geleerde wereld. In een brief aan Ali Cohen en Duparc liet het Vlaamse genootschap zich althans lovend uit over dit tijdschrift en maakten zij gewag van "votre interéssant recueil, Mededeelingen". Ook twee door Ali Cohen en Duparc geschreven brochures droegen bij aan de waardering die men voor hen had.
Duparc was een gewaardeerd en actief wetenschapper die niet alleen een indrukwekkende lijst met publicaties bij elkaar heeft geschreven, maar wiens werk ook in het Frans werd vertaald. Zelf vertaalde Duparc op zijn beurt weer buitenlandse publicaties. Zo vertaalde hij diverse artikelen van de Zweedse hoogleraar Anders Adolf Retzius (1796-1860) vanuit het Zweeds in het Nederlands. Verder publiceerde hij in gerenommeerde tijdschriften als "De Gids", "Boerhave", "Het Lancet", het "Letterlievend maandschrift" en "De recensent".
Op 10 december 1845 trouwde Hessel Mozes Duparc met Ester Benjamins. Het huwelijk werd in Amsterdam voltrokken en 's avonds gaf het jonge paar in de stadsherberg aan de Plantage Middenlaan een bal voor 77 gasten. Hessels broer Jacobus maakte een uitgebreid verslag van de bruiloftsdag. Uit het huwelijk van Hessel en Ester zouden zes dochters geboren worden. Slechts twee daarvan zouden de volwassen leeftijd bereiken, namelijk Carolina en Marianne. De eerste zou trouwen met Willem Maurits de Jong van Lier, de tweede met Maurits van Lier.
In 1853 oogstte Duparc veel waardering met zijn brochure "De blindenverzorging benevens de middelen tot hare verbetering". Onder andere koning Oscar van Zweden betuigde zijn ingenomenheid met dit geschrift. Ook koning George van Hannover (zelf blind) betuigde zijn instemming door hem een gouden medaille met zijn portret aan te bieden. Ook de bekende staatsman Thorbecke, aan wie het geschrift was opgedragen, schatte het naar waarde. Over de blinden- en doofstommenzorg stond Duparc ook in correspondentie met de Belg Alexander Rodenbach die, zelf blind sinds zijn elfde, al vanaf 1828 diverse werken over dit onderwerp geschreven had. Ook Rodenbach sprak zijn waardering uit, hoewel hij wel enige biografische bijzonderheden over zichzelf moest corrigeren.
In zijn veeljarige praktijk maakte Duparc de cholera-epidemieën mee van 1848/49, 1853 en 1866. In totaal behandelde hij 830 gevallen. Over de epidemie van 1866 merkte het "Nieuw Israelietisch Weekblad" op dat Duparc bij die gelegenheid "eene werkzaamheid en menschlievendheid jegens de armen (heeft) getoond, die tot voorbeeld mag strekken aan jonge geneesheeren en die hem de diepe erkentelijkheid van een tal van familiën heeft doen deelachtig worden."
Niet alleen klinisch, ook wetenschappelijk had Duparc belangstelling voor de cholera. In de jaren tachtig kreeg hij daarnaast als een van de eersten in Nederland interesse in de toen nog jonge wetenschap van de bacteriologie. Deze combinatie van interessegebieden resulteerde in brochures als "Bacterien, de oorzaak van besmettelijke ziekten", "De inenting tegen de cholera", "De invloed van drinkwater op de volksgezondheid" en "Cholera, hare voorkoming, behandeling en bestrijding, voornamelijk door nog nieuwe, doeltreffende middelen".
In zijn lange leven kreeg Duparc ook de nodige persoonlijke tegenslagen te verwerken. Zo overleed op 24 februari 1876 zijn dertienjarige dochter Sophie. Bij die gelegenheid dichtte Duparc "Of ouderhart ook bloedt? Kunt ge 't vragen?// Peilloos is de wond, vlijmend is de smart." Ruim een jaar later volgde een andere persoonlijke ramp. Op 25 september 1877 overleed zijn schoonzoon Willem Maurits de Jong van Lier, die net begonnen was aan een militaire carrière in de Atjehoorlog, aan de cholera. De ironie van het noodlot wilde dat Willem overleed aan juist die ziekte die Duparc zo grondig bestudeerd had. Hessels dochter Carolina bleef met twee kleine zoontjes achter. Op 11 januari 1885 volgde een nieuwe slag met het overlijden op 60-jarige leeftijd zijn vrouw Ester.
De laatste jaren van zijn leven schijnt Duparc door financiële moeilijkheden te zijn geplaagd. Ook lijkt hij later in zijn leven enigszins in de vergetelheid te zijn geraakt. Na zijn dood op 20 mei 1905 in Heemstede schreef het "Centraal Blad voor Israelieten" althans over hem: "De overledene was indertijd een beroemd geneeskundige, die als zoodanig in hoog aanzien stond." Toch werd er in verschillende binnen- en buitenlandse bladen aandacht aan zijn dood besteedt en ook in het Utrechts Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen werd zijn dood herdacht. Duparc werd op de joodse begraafplaats van Haarlem begraven.
Manuscript
1843
Manuscript van Hessel Mozes Duparc (?) met de tekst van een bespreking in het
tijdschrift "De Gids" over zijn brochure over spiersamentrekking en derzelver genezing ...
Collectie > Documenten > 00009368
Dissertatio medica inauguralis de quaestione medico-forensi: quid sit infans neonatus.
1840
Proefschrift van Hessel Mozes Duparc over kindermoord met
manuscriptaantekeningen in de marge, 1840.
Collectie > Documenten > 00009366