
Benjamin Disraeli (1804-1881) wist het als eerste en enige jood tot premier van het Verenigd Koninkrijk te brengen. Hij was getrouwd met Ann, een niet-joodse vrouw en de schatrijke weduwe van zijn vriend Wyndham Lewis. Naast zijn politieke werkzaamheden schreef hij tusen 1826 en 1880 talloze romans waarin joodse thema's vaak een rol spelen.
| geboren | 1804-12-21 Londen |
| overleden | 1881-04-19 Londen |
| vader | Israeli, Isaac d' |
| moeder | Basevi, Maria |
| broers | Israeli, Naphtali d' 1807 Israeli, Ralph d' 1809=1898 Israeli, James d' 1813=1868 |
| zus | Israeli, Sarah d' 1802=1859 |
| huwelijk | 1839 |
| beroep | advocaat |
De Victoriaanse dandy, romanschrijver en staatsman Benjamin Disraeli wist het als eerste en enige jood tot het premierschap van het Verenigd Koninkrijk te brengen. Op 21 december 1804 werd hij in Londen geboren als zoon van de historicus en essayist Isaac d'Israeli (1766-1848) en Maria Basevi (?-?). Andere kinderen uit dit gezin waren Sarah (1802-1859), Naphtali (1807), Ralph (1809-1898) en James (1813-1868). Hoewel Disraeli zich er graag op liet voorstaan van zuiver Sefardische bloed te zijn, kwamen zijn grootouders uit Italië en stamden slechts zijn twee grootmoeders, Sarah Shiprut de Gabay Villa Real d'Israeli (1743-1825) en Rebecca Rieti Basevi (?-1798), daadwerkelijk af van Iberische families. Omdat de Italiaanse joden in Londen slechts een kleine groep vormden en geen eigen gemeente hadden, sloten zijn voorouders zich aan bij de sefardische gemeente Bevis Marks.
De vader van Benjamin was een niet-traditioneel levende jood, die zich aangetrokken voelde tot de denkbeelden van Verlichting en Haskala (=joodse Verlichting). Na een conflict over geld, traden Isaac d'Israeli en zijn gezin uit de gemeente Bevis Marks en bekeerden zij zich in 1817 (Benjamin was toen 12 jaar oud) tot de Church of England. Het moment van uittreden hing wellicht ook samen met het feit dat Isaac's vader, eveneens Benjamin geheten, het jaar daarvoor was overleden. Het is niet ondenkbaar dat Isaac d'Israeli uit consideratie voor zijn vader gewacht heeft met de bekering.
Benjamin was door zijn vader bestemd tot een rechtsgeleerde carrière en wist zich als jonge dandy een plek te verwerven in de Londense society. Een begunstigende omstandigheid was hierbij het feit dat hij al in 1826 zijn eerste roman publiceerde: "Vivian Grey". Zijn vroege werk had een romantische inslag en als jeugdig opkomend literair talent voelde hij zich een erfgenaam van romantici als Byron en Shelley.
In 1828 vertrok Disraeli met nog twee andere rijke jongeren voor een zestien maanden durende reis naar het mediterane gebied en het Midden-Oosten. De reis voerde hem onder andere naar Jeruzalem waar hij een week verbleef. De ervaringen van de reis verwerkte hij in zijn in 1833 verschenen roman "The wondrous tale of Alroy", waarin joodse thematiek een belangrijke rol speelt. Daarna speelt het jodendom 10 jaar lang geen rol meer in zijn werk. Wellicht hing dit samen met het feit dat Disraeli in deze jaren begon aan een politiek carrière die hem uiteindelijk het premierschap zou brengen. Voor het zover was moest er echter nog veel gebeuren.
Politiek gezien was Disraeli een Tory. Hij was beïnvloed door achttiende-eeuwse conservatieve denkers als Bolingbroke en Burke. Zijn politieke ideeën zette hij uiteen in zijn in 1835 verschenen "Vindication of the English Constitution". In 1837 werd hij na een aantal mislukte pogingen tot lid van het Lagerhuis verkozen. Zijn maidenspeech verliep luidruchtig en werd slecht ontvangen. Hij verzekerde zijn toehoorders echter dat er een tijd zou komen dat ze wel naar hem zouden luisteren. Ondertussen bleef de onvermoeibare Disraeli ook literair actief en publiceerde in 1837 twee romans: "Henrietta Temple" en "Venetia".
In 1839 trouwde hij met Ann, een niet-joodse vrouw en de schatrijke weduwe van zijn vriend Wyndham Lewis. Ondanks het feit dat hij haar om haar geld getrouwd was, werd het een gelukkig huwelijk. Toen zijn vrouw op 80-jarige leeftijd overleed was hij dan ook erg aangeslagen.
Nadat hij in 1841 tot zijn grote teleurstelling geen kabinetspost had gekregen in de regering van Sir Robert Peel, trad hij toe tot een politieke pressiegroep die zich "Young England" noemde. De Young Englanders zetten zich af tegen de middenklasse, die volgens hen te veel macht had gekregen en stonden een soort alliantie voor tussen aristocratie en arbeidersklasse. De aristocratie moest in hun ogen helpen de armen te beschermen. Zij waren sociaal bewogen en hadden oog voor de erbarmelijke omstandigheden waaronder de arbeidersklasse als gevolg van de industrialisatie moest leven. Disraeli verwerkte zijn politieke denkbeelden in zijn romans "Coningsby" (1844), "Sybill" (1845) en "Tancred" (1847). Over deze romantrilogie zou Disraeli zelf schrijven: "This Trilogy is the secret history of my feelings".
Hoewel Disraeli zijn joodse afkomst niet verloochende (veeleer was hij er trots op en mocht hij graag wijzen op de superioriteit van het joodse ras) speelde het in zijn politieke optreden nauwelijks een rol. De enige keer dat het jodendom in zijn politieke toespraken ter sprake komt, is in 1847 wanneer hij ingaat op de kwestie van de joodse emancipatie. Bij die gelegenheid wees hij zijn toehoorders op de overeenkomsten tussen jodendom en christendom. Disraeli vatte het jodendom vooral op in raciale zin. Hij zag, wellicht in reactie op een gevoel van minderwaardigheid, de joden als een superieur ras. Volgens Hannah Ahrendt maakte 'racial chauvinism' de kern van Disraeli's jood-zijn uit. Met het jodendom als religie had hij echter niet veel op en hij was een gelovig christen die het christendom zag als de voltooiing van het jodendom.
In 1852 gaat eindelijk Disraeli's politiek wensdroom in vervulling en krijgt hij een kabinetspost als Chancelor of the Exchequer onder Lord Derby. Bij die gelegenheid wordt hij ook leider van de House of Commons. De vreugde was echter maar van korte duur, want al na enkele maanden viel het kabinet. Vervolgens waren tot 1866 de liberalen aan de macht onder Disraeli's politieke en persoonlijke rivaal William Gladstone. In 1866 trad Disraeli wederom toe tot een kabinet van Lord Derby, ook dit keer als Chancelor of the Exchequer. Na Derby's terugtreden in 1868 werd Disraeli voor de eerste keer premier. Uit deze tijd stamt zijn vriendschap met Koningin Victoria, die met de charmante Disraeli veel beter kon opschieten dan zijn rivaal Gladstone. De verkiezingen van dat jaar brengen echter wederom Gladstone aan de macht.
In 1874 werd Disraeli voor de tweede keer premier en ditmaal voor een periode van zes jaar. In deze periode probeerde hij de kloof tussen arbeid en kapitaal te overbruggen en speelde hij een rol in het consolideren van de macht van het Verenigd Koninkrijk door India als kroonjuweel aan de Britse bezittingen toe te voegen. Hij speelde ook een rol in de kroning in 1876 van koningin Victoria tot Keizerin van India. Uit dankbaarheid maakte Victoria Disraeli bij die gelegenheid tot Earl of Beaconsfeld. In 188o behaalden de liberalen onder Gladstone wederom de overwinning en trok Disraeli zich terug uit de politiek. Hij hoopte nu tijd te kunnen besteden aan het schrijven van romans. Kort na de publicatie van Endymion (1880) werd hij echter ernstig ziek en overleed op 19 april 1881.
Sgt. Koshers Jewish Hearts Club
Samengesteld portret van bekende joodse personen uit heden en verleden. Centraal
in het portret staat de familie Hollander rond een trommel en met muziekinstrumenten ...
Collectie > Museumstukken > 09979
Portret van Benjamin Disraeli Earl of Beaconsfield
1876
object, vrije grafiek. titel, Portret van Benjamin Disraeli Earl of Beaconsfield.
maker, anoniem. materiaal, papier. datering, 1876. hoogte, 34.0. breedte, 23.5 ...
Collectie > Museumstukken > 00782
The Jewish discovery of Islam : studies in honor of Bernard Lewis
1999
The Jewish discovery of Islam : studies in honor of Bernard Lewis.
Collectie > Literatuur > 12007594
meer treffers in Collectie > Literatuur
Uit joodsche schrijvers
1926
titel, Uit joodsche schrijvers. auteur, Disraeli, Benjamin. maker, Disraeli, Benjamin.
bron, De Vrijdagavond, vol. 3(1926), nr. 9, p. dl.1, 133. materiaal, bericht ...
Collectie > Joodse pers > 20005923