Julia Bertha Culp

Culp, Julia

Julia Culp (1880-1970) werd in Groningen geboren als dochter van de muzikant Baruch Culp en diens vrouw Sara Cohen. In Amsterdam studeert ze van 1896 tot 1900 aan het conservatorium. Daarna begint een glanzende internationale carièrre als zangeres met optredens in Europa en Amerika. Na haar tweede huwelijk met den industrieel Wilhelm Ginzkey zet ze een punt achter haar carrière. Ze wordt dan een levende legende en wordt regelmatig geinterviewd. Ze overlijdt op 13 oktober 1970 in haar woning in de Wolkenkrabber in Amsterdam.

geboren1880-10-06 Groningen
overleden1970-10-13 Amsterdam
vaderCulp, Baruch
moederCohen, Sara
zusCulp, Bertha Julia 1884-07-23=1958
partnersMerten, Erich 1869-05-21=1933-12-14
Ginzkey, Wilhelm 1856-10-26=1934-04-29
huwelijken1905-06-29 Groningen
1919-07-23 Wenen
beroepzangeres

Julia Culp werd op 6 oktober 1880 in Groningen geboren als dochter van Baruch Culp en Sara Cohen. Vader Culp, die muzikant was en toneelkostuums verhuurde, bracht Julia en haar in 1884 geboren zusje Bertha (Betsy) al vroeg in contact met muziekinstrumenten. Zo kreeg Julia al op zevenjarige leeftijd een viool in haar handen gedrukt om op te studeren. Betsy leerde op haar beurt pianospelen. Zo gauw het kon liet vader Culp zijn dochters ook optreden. Al op elfjarige leeftijd had Julia haar eerste optreden op een feestavond van de Groninger zangvereniging Crescendo. Ze speelde daar een 'solo voor viool'. Haar eerste optreden als zangeres vond op 30 december 1893 plaats in de 'Groote Bovenzaal der Harmonie'. Ze speelde die avond ook viool. Op 23 januari 1896 trad ze voor het eerst alleen als zangeres op samen met Fie Groneman, de dochter van haar zanglerares Kee Groneman. In de zomer van datzelfde jaar ging ze naar het Conservatorium in Amsterdam. Ze kreeg er pianoles van Charles de Pauw en zangles van Cornélie van Zanten (1855-1946). In de zomer van 1900 haalde ze het einddiploma van het conservatorium.
Julia Culp keerde terug naar Groningen met de bescheiden verwachting haar brood te gaan verdienen met zanglessen en zo nu en dan een concert. Haar carrière nam echter al gauw een tamelijk hoge vlucht. Ze trad al in het seizoen 1900-1901 op in Haarlem, Rotterdam en Alkmaar. Ook maakte ze korte concertreizen naar België en Engeland. Haar carrière kreeg vooral een grote stimulans door de bemoeienissen van de Duits-Amerikaanse orkestdirecteur Wilhelm Berger (1861-1911). Deze zorgde ervoor dat ze op 18 oktober 1901 in 'Saal Bechstein' in Berlijn kon optreden. Dit bleek het begin te zijn van een glanzende internationale zangcarrière die haar door heel Europa en Amerika zou brengen.
Op 29 juni 1905 trouwde Julia met de 11 jaar oudere Erich Merten (1869-1933). Ze vestigde zich met haar man, die twee dochters uit een eerder huwelijk had, in een fraai huis in Zehlendorff bij Berlijn. In deze periode trad ze zo'n honderd tot honderdtwintig keer per jaar op. Op 10 januari 1913 bijvoorbeeld in New York. Op weg daarheen werd ze in een trein in Engeland van al haar juwelen beroofd. Het concert, in de beroemde Carnegie Hall, werd evenzogoed een groot succes en een dag later trad ze ook op voor de president van de Verenigde Staten.
Haar veelvuldige afwezigheid was bepaald niet bevorderlijk voor haar huwelijk met Merten. Er was geen sprake van ruzie maar de beide echtelieden gingen steeds meer hun eigen weg. Toen ze rond 1918 de industrieel Wilhelm Ginzkey leerde kennen liet ze zich van Merten scheiden. Een scheiding die overigens in goede harmonie verliep. Dat dit het geval is blijkt uit het feit dat beide dochters van Mertens op haar oude dag afwisselend voor de Julia zorgden. Hoewel Ginzkey 24 jaar ouder was dan Julia werden ze verliefd. Ginzkey vroeg haar ten huwelijk maar stelde als voorwaarde dat ze zou stoppen met haar concertreizen en dat ze katholiek zou worden. Het eerste stond ze toe. Met de tweede voorwaarde had ze meer moeite. Toch ging ze, zij het met tegenzin, ook met deze voorwaarde akkoord.
Haar huwelijk met Ginzkey, dat op 23 juli 1919 in Wenen werd gesloten, betekende dus tevens het einde van haar carrière als concertzangeres. Toch betekende dit niet dat ze in de vergetelheid raakte. Dat zij zich op het hoogtepunt van haar carrière terugtrok droeg er zelfs toe bij dat zij zoveel als een levende legende werd. Tot op hoge leeftijd werd ze, met uitzondering van de oorlogsjaren, vrijwel jaarlijks rond haar verjaardag door verschillende kranten geïnterviewd.
In 1934 overleed haar man op 77-jarige leeftijd. Inmiddels waren de Nazi's aan de macht gekomen en na de Anschluss keerde Julia Culp terug naar Nederland waar zij introk bij haar zuster Betsy in een flat in de zogenaamde Wolkenkrabber aan het huidige Victorieplein in Amsterdam. In de oorlog liepen zij en haar zuster als joodse vrouwen ook in Nederland gevaar. Uiteindelijk dook Julia onder. Omdat ze konden aantonen dat zij onvruchtbaar waren (ze waren respectievelijk 59 en 63!) hoefden Bertha en Julia geen ster meer te dragen. Ze keerden terug naar hun flat in de Wolkenkrabber waar ze ook na de oorlog bleven wonen. Ook in de naoorlogse jaren grepen journalisten haar verjaardag aan om Julia te interviewen.
De dood van haar zuster Betsy, in 1958, betekende voor Julia een grote schok waar ze eigenlijk nooit meer helemaal overheen kwam. Na de dood van Betsy bleef zij alleen in flat aan het Victorieplein wonen. Nog op haar 85ste verjaardag besteedde De Telegraaf een groot artikel aan haar. Aan haar negentigste verjaardag werd geen aandacht besteedt. Ruim een week later, op 13 oktober 1970, overleed Julia Culp in haar woning in de Wolkenkrabber. Op haar verzoek werd ze in stilte gecremeerd.


jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl