febrium Abraham Coronel promoveerde in 1772 in Utrecht op een proefschrift genaamd "De febrium utilitate". Na zijn studie vestigde hij zich als armenarts voor de Portugees-joodse gemeente in Amsterdam.
| geboren | 17XX Amsterdam |
| overleden | 18XX |
| partner | 1765- |
| beroep | medisch doctor |
| functie | lid Concordia Crescimus |
Abraham Coronel werd in Amsterdam geboren en studeerde medicijnen aan de Universiteit van Utrecht. In 1772 promoveerde hij op een dissertatie getiteld "De febrium utilittate" (= Over het nut van koorts). De dissertatie telde slechts 15 pagina's die ook nog eens een tweetal gedichten bevatte, geschreven door zijn zwager dr. Salomon de Meza en zijn beste vriend dr. Samuel Baruch Benavente. Beiden waren net als Coronel arts. Na zijn studie vestigde Coronel zich in Amsterdam als armenarts voor de Portugees-joodse gemeente. Hij woonde aan de Muidergracht. Coronel schreef zelf ook gedichten. Bij gelegenheid van de benoeming van Daniel Cohen d'Azevedo als Opperrabbijn van de Portugees-joodse gemeente in Amsterdam schreef hij in 1792 een gedicht. Voor zijn werk als armenarts kreeg Coronel in 1813 jaarlijks 200 gulden uitbetaald. Of hij dezelfde Abraham Coronel is die lid was van het Portugees-joodse letterkundige genootschap Concordia Crescimus, valt niet met zekerheid te zeggen. In Amsterdam woonde namelijk nog iemand anders van die naam, een in 1762 geboren Abraham Coronel die, getuige het boek "Trouwen in Mokum", in 1787 trouwde met Rebecca Jessurun de Lobo. Eventueel zou ook dit het genootschapslid geweest kunnen zijn.