
Mozes Cohen (1901-1942) was kunstenaar. Van 1921 tot 1928 heeft hij de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam bezocht. Naast het schilderen en tekenen gaf hij tekenles op de Hendrick de Keyserschool te Amsterdam. In 1942 werd hij gedeporteerd naar Auschwitz waar hij op 7 november werd vermoord.
| geboren | 1901-03-04 Tiel |
| overleden | 1942-11-07 Auschwitz |
| vader | Cohen, Levie Abraham |
| moeder | Cohen-Levie, Rosina |
| broer | Cohen, Abraham 1892-12-06= |
| zussen | Cohen, Lea 1891-02-28= Cohen, Kaatje 1896-12-22= |
| partner | Bessems, Truus |
| beroepen | kunstenaar leraar aan HBS te Amsterdam |
| functies | tekenleraar Hendrick Keyserschool Amsterdam reclametekenaar Atlas |
Moos (Moses) Cohen werd op 4 maart 1901 in Tiel geboren als zoon van Levie Abraham Cohen en Rosina Cohen-Levie. Zijn vader had een slagerij en was daarnaast werkzaam als veehandelaar. Moos was de jongste binnen het gezin Cohen dat verder bestond uit de zusjes Lea en Kaatje en een broer Abraham. Na de openbare lagere school ging Moos in 1912 naar de HBS. Het leren ging hem gemakkelijk af en ook voor tekenen had hij een behoorlijke aanleg. In deze tijd tekende hij veel in de Betuwe, de streek waar zijn familie sinds eeuwen woonde en waar hij zich thuis voelde. Naast zijn reguliere schoolopleiding kreeg Moos Cohen van rabbijn S.C. Kleerekooper les in de joodse riten. Deze lessen moeten veel indruk op Moos hebben gemaakt want lange tijd dacht hij erover om rabbijn te worden. Uiteindelijk besloot hij toch voor het tekenen te kiezen en in 1921 ging hij naar de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam.
Tijdens zijn academietijd heeft hij veel in de Amsterdamse jodenbuurt getekend. Hier ontdekte hij het verschil tussen de jood uit de provincie en de Amsterdamse jood. Moos vond het als 'provinciaal' moeilijk om aansluiting te krijgen met deze Amsterdamse joden. Eigenlijk was hij ook meer geïnteresseerd in de omgeving dan in de mensen. Hij schilderde in die tijd dan ook weinig portretten, behalve als het voor een opdracht was. In 1928 sloot hij zijn academietijd met goed gevolg af en bleef vervolgens in Amsterdam wonen en werken. In Amsterdam heeft hij twee ateliers gehad, een op de Prinsengracht en een op de Stadhouderskade. Omdat hij van schilderen alleen niet kon leven, gaf hij tekenles aan de Hendrick de Keyserschool in Amsterdam. Daarnaast maakte hij in opdracht reclametekeningen en technische tekeningen, onder andere voor het bedrijf 'Atlas' van zijn zwager Jaap Hoogstraal die getrouwd was met zijn zuster Kaatje.
Tot welke 'school' men Moos Cohen moet rekenen is moeilijk te zeggen. Sommigen rekenen hem tot het populisme. Zelf maakte het hem niet zoveel uit zolang hij maar niet tot de Nieuwe Zakelijkheid werd gerekend. Moos was een ambachtelijk man. Dat kan worden opgemaakt uit het feit dat hij zelf zijn verf mengde. Hij vond het belangrijk de grondstoffen te kennen die hij moest gebruiken. Bij wijze van spreken wilde hij op middeleeuwse wijze te werk gaan. Dat wilde voor hem zeggen: beginnen als mengjongen en dan verder gaan met schilderen. Cohen was dan ook een bewonderaar van de werken en de techniek van de 15e-eeuwse schilder Jan van Eyck.
Naast landschappen heeft Cohen ook portretten van zijn familie gemaakt. Op veel schilderijen zien we als model zijn niet-joodse vrouw Truus Bessems. Zijn huwelijk met Truus Bessems zou kinderloos blijven. In 1942 vluchtte Moos Cohen voor de Duitsers, maar op weg naar Zwitserland werd hij opgepakt en via het Franse doorgangskamp Drancy naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij op 7 november 1942 werd vermoord.
[Binnenland] : Enschede
1902
Bericht van het overlijden en van de begrafenis van de heer MS Cohen.
Collectie > Joodse pers > 20001047