Roelof Paul Citroen

Nesjomme

Citroen, Paul

Citroen, Roelof Paul

Paul Citroen (1896-1983) studeerde van 1922 tot 1924 bij het Bauhaus in Weimar, waar Johannes Itten zijn leraar was. Van 1924 tot 1927 woonde hij in Berlijn, Amsterdam en Bazel waarna hij zich permanent in Nederland vestigde. In Den Haag gaf hij 25 jaar lang les aan de Academie voor Beeldende Kunsten.

geboren1896-12-15 Berlijn
overleden1983-03-13 Wassenaar
vaderCitroen, Hendrik
moederCitroen-Phillipi, Ellen
broerCitroen, Hans
zusCitroen, Ilse
partnerBendien, C.
huwelijk1929
beroepenkunstenaar
leraar

Roelof Paul Citroen werd op 15 december 1896 in Berlijn geboren. Zijn ouders, beide Nederlanders, hadden daar een bontzaak. Van jongs af aan was Citroen in schilderen geïnteresseerd. In 1913-1914 studeerde hij aan de 'Studien-Ateliers für Malerei und Plastik' in Berlijn onder Martin Brandenburg en werd beïnvloed door verschillende schilders zoals Max Liebermann en Louis Corinth. Hij raakte bevriend met Georg Muche die hem later in contact zou brengen met 'Der Sturm' (een kunsthandel voor de moderne kunst) en het Bauhaus. In 1915-1916 volgde hij een opleiding voor de boekhandel omdat hij dacht geen moderne kunst te kunnen schilderen. In 1917 kwam hij terug naar Nederland en werkte als boek- en kunsthandelaar en werd de inofficiële vertegenwoordiger van 'Der Sturm' in Nederland. In die tijd begon hij ook met een verzameling van moderne schilderijen.
In 1918 nam hij samen met Richard Huelsenbeck, George Grosz, Albert Mehring en de Herzfelds deel aan de Dada beweging. In 1922-1924 begon hij weer te schilderen en studeerde hij onder Johannes Itten, die grote invloed op hem had, aan het Bauhaus in Weimar. Via zijn studie aan het Bauhaus kwam Citroen in contact met schilders als Paul Klee en Kandinsky die daar les gaven. In 1927 vestigde hij zich definitief in Nederland en in 1929 trouwde hij met C. Bendien. Van 1930 tot 1933 werkte hij als portretfotograaf. In 1933 richtte hij samen met Charles Roelfsz en later J. Havermans de Nieuwe Kunstschool in Amsterdam op die op de kunstpedagogische methoden van het Bauhaus was gebaseerd. Later zou hij op de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag 25 jaar lang volgens dezelfde methode lesgeven.
Tijdens de oorlogsjaren was Citroen ondergedoken. Zijn activiteiten daarna waren van verschillende aard. Voor de opera's 'Die Fledermaus' en 'Ariadne auf Naxos' ontwierp hij in 1947-1948 de decors. Hij fotografeerde, ontwierp postzegels en boekomslagen en ging door met schilderen en les geven. In 1950 kreeg hij de Jacob Maris prijs en in 1953 de Jacob Hartog prijs. Paul Citroen, schilder, tekenaar, essayist en kunstpedagoog overleed in Wassenaar op 13 maart 1983.


jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl