Immanuel Capadose

Capadose, Immanuel

Immanuel Capadose (1751-1820) was een bekend Amsterdams geneesheer. Hij was president van de Hoofdcommissie tot de zaken der Israelieten, raadslid van Amsterdam en lijfarts van koning Lodewijk. Door deze werd hij, evenals door Willem I, gedecoreerd.

geboren1751-10-30 Amsterdam
overleden1826-09-19 Amsterdam
vaderCapadose, Abraham
partnerCosta, Batseba van Isaac Abraham de 1760=1820-01-09
huwelijk1784-02-04
beroepgeneesheer
functiespresident Hoofdcommissie tot de Zaken der Isr.
raadslid Gemeenteraad Amsterdam

Immanuel Capadose (1751-ca.1820), oom van Abraham Capadose, was een vooraanstaand lid van de Sefardische gemeenschap in Amsterdam. In 1770 promoveerde hij in Leiden tot doctor in de medicijnen op een dissertatie getiteld "Urinae Nosologiam". Hij was een warm aanhanger van het Huis van Oranje en werd de lijfarts van Stadhouder Willem V. Toen er in 1795 een voorlopig einde kwam aan de Oranjeheerschappij overwoog Capadose om Willem V op zijn vlucht naar Engeland te begeleiden. Uiteindelijk zag hij daarvan af en werd vervolgens ook onder het nieuwe bewind een vooraanstaand man. Hij werd 'medecin consultant' van Koning Lodewijk Napoleon, die hem op 25 april 1808 ridderde in "De instelling der Orde van de Unie".
Immanuel Capadose beschikte over een aanzienlijk vermogen. 's Zomers bewoonde hij het buitenverblijf "Richmond" aan de Vecht bij Maarssen. Hij schijnt veel invloed gehad te hebben binnen de kringen van Amsterdamse patriciersfamilies. Hij was getrouwd met Batseba van Isaac Abraham da Costa. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. De bekende dichter Isaac da Costa schreef over Capadose: "Mijn oom Capadose is een rechtschapen, eerlijk en slim man. Zijn ressources in de wereld zijn groot, en waren het eindeloos meer in de bloei zijner jaren. Wat hij doordringen wilde, gebeurde; en hetgeen hij wilde is altoos meer ten dienste van anderen, dan van zichzelve geweest. Doch hij is Joods in het hart en hoe meer men hem leert kennen, hoe meer men den ouderwetschen Portugeeschen Israeliet gewaar wordt, die zich alleenlijk door de wrijving der wereld en eindelijk door de gewoonte van eenige uiterlijkheden ontdaan heeft. Menschelijkerwijs gesproken, is hij niet van het deeg, waaruit zich Christenen vormen in onze dagen." Deze laatste woorden van Isaac da Costa moeten begrepen worden vanuit het feit dat hij zich tot het Christendom had bekeerd. Hoewel hij op goede voet stond met Koning Lodewijk Napoleon toonde hij zich soms wel een tegenstander van diens machtige broer. Zo weigerde Capadose zitting te nemen in het in 1807 door Napoleon bijeen geroepen Grand Sanhedrin. Deze vergadering was bijeengeroepen om de juridische positie van de joden in het Napoleontische rijk te regelen. Capadose vond dat de Sanhedrin te ver ging in zijn kritiek op het historisch gegroeide Jodendom. Ook verzette Capadose zich tegen een opgaan van de Portugese en de Hoogduitse gemeente in een overkoepelende gemeenschap. Jaap Meijer typeerde Capadose in zijn proefschrift als de culminatie van "de maatschappelijk geslaagde Sefardische Jood die, bij al zijn successen in de wereld, ernaar streeft zijn waardigheid als Jood niet te verliezen."
Behalve arts was Capadose president van de Hoofdcommissie tot Zaken der Israelieten en lid van de Amsterdamse gemeenteraad. Op 19 september 1826 overleed hij in zijn geboortestad Amsterdam. Zijn stoffelijke resten werden op de Portugees-joodse begraafplaats in Ouderkerk aan de Amstel begraven.



Collectie en mediatheek

 Goedkeuring  1815-04-04
Goedkeuring van het reglement van de Ned. Isr. Hoofdsynagoge in Amsterdam door de
secretaris van staat voor binnenlandse zaken van Nederland , 1815.
Collectie > Documenten > 00009799

 [Immanuel Capadoce]  1805-1810
Portret van Immanuel Capadoce. Zittende halffiguur en trois quart naar rechts.
Collectie > Museumstukken > 00069


jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl