Hermanus Leonard Bromet

Bromet, Hartog

Hirsch ben Hirsch Wiener

Hertz Levi Rofe

Hartog Bromet werd in 1725 te Amsterdam geboren als zoon van de koopman Levy Hartogh Bromet. Twintig jaar oud trouwde hij met Sara Nunes Henriques. Hij verbleef zo'n twintig jaar in Suriname. Hij was een belangrijk voorvechter van de emancipatie en overleed in 1813 te Amsterdam.

geboren1725 Amsterdam
overleden1813 Amsterdam
vaderBromet, Levie Hartog
partnerNunes Henriques, Sara 1719=
huwelijk1745-04-30 Amsterdam

Hermanus Leonard (Hartog) Bromet werd in 1725 in Amsterdam geboren als zoon van de koopman Levie Hartog Bromet. Zijn vader moet een niet onbelangrijk koopman zijn geweest. Dit laat zich althans afleiden uit het feit dat hij in 1758 het burgerschap in de Zuidelijke Nederlanden aanvroeg. Joden mochten daar alleen handel drijven als ze per jaar driehonderd gulden belasting zouden betalen. Bromets vader hoopte daar wellicht onder uit te komen door het burgerschap aan te vragen. Zijn aanvraag duidt in ieder geval op internationale activiteiten als koopman. Het zal al met al geen onbemiddeld milieu zijn geweest waarin de jonge Hartog Bromet opgroeide.
Twintig jaar oud trouwde hij op 30 april 1745 als Hoogduitse jood met de 26-jarige Portugese jodin Sara Nunes Henriques. Een dergelijk gemengd huwelijk tussen Asjkenaziem en Sefardiem was in die jaren vrij uitzonderlijk. Wellicht heeft het huwelijk met Sara Nunes Henriques hem toegang verschaft tot de kring van jonge Sefardische joden die deel uitmaakten van de zogenaamde 'société amicale' waarvan de bekende joodse 'philosophe' Isaac de Pinto in 1739 als secretaris optrad. In dit gezelschap maakte men kennis met de ideeën van de Verlichting en wellicht ook heeft Bromet hier zijn emancipatorische denkbeelden opgedaan die hij later zou overdragen aan Mozes Salomon Asser, met wie hij in 1795 de joodse patriottenclub Felix Libertate zou oprichtten.
Bromet was handelaar in koffie, maar gaf daarnaast blijk van een grote belezenheid in zowel de joodse als de profane literatuur. Zo'n twintig jaar lang woonde Bromet in Suriname. Na zijn terugkeer in de Republiek heeft hij waarschijnlijk kennis gemaakt met de veel jongere Mozes Salomon Asser. Met hem begon Bromet omstreeks de jaren 1775-1780 een compagnonschap. Een nieuw compagnonschap tussen Bromet en Asser werd in maart 1791 opgericht onder de naam Bromet en Compagnie. In een brief van 26 juli 1801 van Bromet aan Asser toonde Bromet zich zeer tevreden met de gang van zaken in dit compagnieschap.
Asser beschouwde Bromet als een leermeester. Asser schreef in zijn autobiografie: "wij waaren den geheelen dag bij elkanderen en er ging geen dag voorbij, of ik leerde het een of andere van hem." Asser omschreef Bromet als een "man van onbegrijpelijke litterature en juridique kunde en die als consulent te Surinamen fortuin en zig geducht gemaakt heeft." Politiek en rechtsgeleerdheid waren voor Bromet liefhebberij. Ten tijde van de Amerikaanse Vrijheidsoorlog waren Bromet en Asser zeer Amerikaansgezind. Later werden zij in vervolg hierop Fransgezind en kwamen dan ook tijdens de patriotische woelingen in de jaren tachtig in het patriotische kamp terecht. Na de inval van de Fransen in 1795 behoorden Bromet en Asser dan ook, zoals gezegd, tot de oprichters van het joodse patriotische genootschap Felix Libertate.
Bromet behoorde tot de actievere leden van dit genootschap. Verschillende bijdragen in de "Handelingen" van Felix Libertate zijn van zijn hand. Verder schreef Bromet een brochure "(...) ten betooge, dat de wapening der joden, zelfs op Sabbath voor de vrijheid der burgerstaat (...) geoorloofd en geboden is". De kwestie van de joodse krijgsdienst vormde een veelvuldig terugkerend thema in de discussie's rond de emancipatie der joden. De verlichte joden stonden veelal op het standpunt dat, indien de joden burgerrechten wilden verkrijgen, ze zich ook niet aan de burgerplichten konden onttrekken.
Bromet had veel contacten in de niet-joodse wereld. Niet alleen waren een aantal niet-joden lid van Felix Libertate, zoals J.C. Hespe en J. van Laar Mahuet, ook had Bromet contact met iemand als Willem Bilderdijk aan wie hij in 1791 een groot geldbedrag had uitgeleend. Dit leidde uiteindelijk tot een nogal onaangename affaire en pas in 1812 kreeg Bromet de helft van het uitgeleende bedrag terug van de eerste vrouw van Bilderdijk, mevrouw Woesthoven.
Op 1 augustus 1797 werden Hartog Bromet en Hartog de Lemon gekozen in de Nationale vergadering. Daarmee waren zij de eerste joodse parlementariërs in Europa. In datzelfde jaar 1797 kwam het tot een scheiding binnen de Hoogduits-joodse gemeenschap. De 'verlichten' scheidden zich af en stichtte de zogenaamde 'Neie Kille' Adath Jessurun. Bromet sloot zich bij deze afgescheiden gemeente aan, die overigens in 1808 op last van Lodewijk Napoleon weer met de oude gemeente werd herenigd. De nieuwe gemeente kreeg ook een eigen begraafplaats in Overveen. Toen Bromet in 1813 overleed werd hij dan ook op deze joodse begraafplaats te Overveen begraven.

jhm.nljhmkindermuseum.nlhollandscheschouwburg.nlportugesesynagoge.nletshaim.nljoodsmonument.nlmenassehbenisrael.nl