
De fotograaf Rudolf Breslauer werd in 1904 in Leipzig geboren. In 1938 vluchtte Breslauer met zijn vrouw en drie kinderen naar Nederland. In februari 1942 werd het hele gezin Breslauer naar Westerbork gedeporteerd. Hier werd Breslauer de officiële kampfotograaf. In 1944 werd het hele gezin naar Auschwitz gedeporteerd. Alleen zijn dochter Ursula overleefde.
| geboren | 1903-07-04 Leipzig |
| overleden | 1945-02-28 Midden-Europa |
| partner | Weissmann, Bella |
| beroep | fotograaf |
| functies | drukkerij van zijn grootvader 1938=1941 drukkerij Koningsveld Den Haag 1941=1942 uitg. en drukkerij Boekhoven in Utrecht |
Rudolf Werner Breslauer werd op 3 juli 1904 in Leipzig geboren. Na een opleiding aan de Academie voor Kunstfotografie werkte hij in de drukkerij van zijn grootvader. In 1938 vluchtte hij met zijn vrouw Bella en hun drie kinderen naar Nederland. In Nederland werkte hij bij verschillende drukkers in Leiden en in Utrecht. Daarnaast bleef hij zich intensief bezighouden met fotografie. In februari 1942 werd het hele gezin naar Westerbork gedeporteerd.
Breslauers grote kennis op fotografisch gebied wekte de belangstelling van de SS-kampcommandant Gemmeker. Hij gaf hem de opdracht pasfoto's van de gevangenen te maken en de diverse aspecten van het leven in het kamp fotografisch vast te leggen.
Breslauer heeft het leven in de barakken, de cabaretavonden en de sportactiviteiten, maar ook de vertrekkende treinen op foto's vastgelegd. In de eerste helft van 1944 heeft hij samen met Wim Loeb een 16mm-film over het kamp gemaakt. De film die zeventig minuten duurt is een uniek document aangezien in geen enkel ander kamp gedurende de bezetting zo uitgebreid werd gefilmd. Hoogstwaarschijnlijk wilde kampcommandant Gemmeker laten zien hoe perfect 'zijn' kamp was georganiseerd. Na de oorlog werd de Westerbork-film gebruikt in de aanklacht tegen Gemmeker.
In de herfst van 1944 werd de familie naar Auschwitz gedeporteerd. Breslauer, zijn vrouw Bella en de beide zonen Stefan en Mischa kwamen om in de gaskamers van Auschwitz. Alleen dochter Ursula heeft de oorlog overleefd. In Westerbork was Breslauer een goede vriend van de kunstenaar Leo Kok. Kok heeft een portret gemaakt van de jongste zoon van Breslauer, Mischa, die toen bijna acht jaar oud was. Dit portret bevindt zich in de collectie van het Joods Historisch Museum in Amsterdam.