De volksdichter Sal Bonn werd geboren in Amsterdam op 5 februari 1881. Na de lagere school te hebben doorlopen kwam hij als arbeider in aanraking met de socialistische beweging en werd hij lid van de SDAP. Zijn poezie vertoont de invloed van Gorter en Adama van Scheltema. Hij schreef onder meer: 'Een bonte vlucht', 'Wat zang en melody', 'Zangen van hoop' en 'Gewijde liederen'.
| geboren | 1881-02-05 Amsterdam |
| overleden | 1930 Amsterdam |
| beroep | arbeider |
| functie | lid SDAP |
Salomon Bonn werd op 5 februari 1881 in Amsterdam geboren. Na de lagere school te hebben doorlopen kwam Bonn als arbeider in aanraking met de socialistische beweging en werd hij lid van de SDAP. Zijn eenvoudige poëzie vertoont invloeden van Gorter en Adama van Scheltema. In de reeks "Verre gezichten", die deel uitmaakt van de bundel "Een bonte vlucht", bezong Bonn onder andere het harde lot van de arme, Russische boer en een opstand van Russische maaiers.
Na de dood van zijn vrouw schreef hij in 1912 de bundel "Immortellen". In het verhalende gedicht "Maria's bruidzang" beschreef Bonn een episode uit een havenstaking. Het werk is een navolging van Gorters "Een klein heldendicht". In "Zangen van hoop" uit 1919 zijn onder andere klagende Meiliederen uit de oorlogsjaren 1915 en 1917 te vinden en een gedicht over de moord op de Franse politicus Jean Jaurès die in 1914 in Parijs op een caféterras werd doodgeschoten." De Jonge Mei", uit 1924, bevat onder andere gedichten over locomotiefstokers en metaalarbeiders. In "Gewijde liederen" uit 1926 heeft Bonn getuigenis afgelegd van zijn joodse identiteit. Er is een gedicht over de bijzondere "Dagen" van het joodse volk en een aantal "Ghettozangen", waarvan enkele in het jiddisch. Elders betuigde Bonn Herzl zijn dankbaarheid en zijn steun aan het zionistencongres. Bonn overleed in 1930 in de Transvaalstraat in Amsterdam.