In de Amsterdamse volkswijk De Pijp werd op 15 augustus 1889 Emanuel Boekman (1889-1940) geboren. Hij zat in het partijbestuur van de SDAP en was wethouder van Onderwijs- en Kunstzaken te Amsterdam. In de jaren '30 steunde hij het joodse vluchtelingenwerk. Hij schreef "Demografie van de joden in Nederland".
| geboren | 1889-08-15 Amsterdam |
| overleden | 1940-05-15 Amsterdam |
| vader | Boekman, Maurits |
| moeder | Peereboom, Heintje |
| partner | Nerden, Jansje |
| huwelijk | 1818-06-06 |
| beroep | politicus |
| functies | hoofd Rijksverzekeringsbank, afd. Statistiek 1920=1923 secretaris Commisie voor het Politiek Systeem 1927 partijbestuurslid SDAP 1931=1940 hoofdredacteur De Sociaal-Democraat wethouder Onderwijs- en Kunstzaken in Amsterdam |
In de Amsterdamse volkswijk De Pijp werd op 15 augustus 1889 Emanuel Boekman (1889-1940) geboren. Hij was de oudste zoon van Maurits Boekman en Heintje Peereboom. Zijn vader en grootvader waren beiden handelaar in boeken. De jonge 'Manus' - zoals Boekmans roepnaam luidde - groeide daarom op tussen de boeken en kon tussen de stalletjes van zijn vader en grootvader zijn leeshonger stillen. Zijn moeder handhaafde een kosjere huishouding en als kleine jongen volgde Boekman op zondag joods godsdienstonderwijs in het sjoeltje aan de Gerard Doustraat. Ook als volwassen man zou Boekman, ondanks zijn socialistische gezindheid, blijven vasthouden aan de spijswetten, de sjabbatviering en andere joodse tradities en feestdagen. Aan het georganiseerde kerkleven nam hij echter geen deel.
Boekman heeft slechts weinig schoolopleiding genoten. Na de lagere school doorlopen te hebben, ging hij op 12-jarige leeftijd werken als letterzetter en typograaf bij de firma Binger. Ondertussen leerde de leergierige jongeling zichzelf Engels en werd hij lid van de Algemeene Nederlandsche Typografenbond. Ooit typeerde A.B. Kleerekoper Boekman als "een man wiens enige leerschool het leven is geweest". Via zelfstudie behaalde Boekman in 1911 en 1913 de middelbare akten Staathuishoudkunde en Staatsinrichting.
Van 1911 tot 1916 was hij werkzaam bij de Haveninspectie. In 1916 werd hij hoofd van de afdeling Statistiek van de Rijksverzekeringsbank. Boekman publiceerde talloze artikelen, waaronder vele over statistiek. Centrale thema's in de meer dan 400 artikelen die Boekman publiceerde, zijn het gemeentebestuur, de sociaal-democratie, (joodse) demografie en cultuur. Op 6 juni 1918 trouwde hij met Jansje Nerden. Uit dit huwelijk werd één dochter geboren.
Van 1920 tot 1923 werkte Boekman als secretaris en rapporteur voor de Commissie voor het Politieke Systeem. Deze commissie - een initiatief van P.J. Troelstra - moest de SDAP een blauwdruk verschaffen voor een socialistische staatsinrichting. Geleidelijk aan keerde Boekman zich in deze periode af van zijn aanvankelijke sympathie voor het anarchisme. In 1921 nam Boekman voor de SDAP plaats als gemeenteraadslid van Amsterdam. Drie jaar later - in 1924 - had hij het tot fractievoorzitter van die partij gebracht en in 1927 drong hij door in het partijbestuur.
In 1931 werd hij hoofdredacteur van "De Sociaal-Democraat". Dit blad fungeerde als een vrije tribune voor de partijleden. Binnen de SDAP was een oppositie ontstaan tegen het partijbestuur. Deze oppositie kwam in januari 1932 met een eigen blad "De Fakkel" en scheidde zich in juni van dat jaar af en richtte de Onafhankelijke Socialistische Partij op. Boekman koos in "De Sociaal-Democraat" voor hervorming van de SDAP tot een brede volkspartij en deed een principiële keuze voor de monarchie als staatsvorm.
Niet alleen binnen de partij, ook binnen de gemeentepolitiek speelde Boekman een belangrijke rol. Van 1931 tot mei 1940 was hij, op een onderbreking in de jaren 1933-1935 na, wethouder van Onderwijs en Kunstzaken. In die periode zou hij de grondslag leggen voor de naoorlogse kunstpolitiek in de hoofdstad. Zijn dissertatie uit 1939 "Overheid en kunst in Nederland" vormt nog altijd een belangrijke inspiratiebron voor de visie op (socialistisch) cultuurbeleid in Nederland. Middels een colloqium doctum had Boekman zichzelf toegang verschaft tot de Universiteit van Amsterdam. Daar studeerde hij Sociale Geografie, een studie die hij in 1936 afsloot met een studie getiteld "Demografie van de joden in Nederland". Zijn promotie, drie jaar later, trok een grote belangstelling. Aanwezig waren onder andere de minister van Onderwijs en de burgemeester van Amsterdam W. de Vlugt. Na de inval van de Duitsers in de meidagen van 1940 maakten Boekman en zijn vrouw op 15 mei 1940 een einde aan hun leven. Ze werden begraven op de joodse begraafplaats van Diemen.